PlusInterview

Directeur Holland Dance Festival: ‘Deze door Afrikaanse dansers uitgevoerde productie is een mijlpaal’

De bekende choreografie Le Sacre du Printemps (The Rite of Spring) komt in een nieuwe uitvoering naar Nederland, gedanst door het Senegalese gezelschap École des Sables. Directeur van het Holland Dance Festival Samuel Wuersten vertelt waarom deze uitvoering niet mag worden gemist. ‘Het is wonderbaarlijk hoe de bewegingstaal nieuw leven wordt ingeblazen door de Afrikaanse dansers.’

Fritz de Jong
null Beeld Maarten Vanden Abeele
Beeld Maarten Vanden Abeele

De Afrikaanse danspionier Germaine Acogny stortte zich op Pina Bausch’ legendarische choreografie Le Sacre du Printemps. De energieke dansers van École des Sables blazen het meesterwerk nieuw leven in. Na bejubelde voorstellingen in Londen, Canada en Parijs brengen het Holland Dance Festival, Amare Den Haag en Nederlands Dans Theater de productie naar Nederland.

Bausch (1940-2009) brak in 1975 door met haar versie van het Stravinskyballet uit 1913. Wat maakt deze nieuwe Afrikaanse enscenering zo bijzonder?

“Het idee van Bausch om een mengvorm te creëren tussen dans en theater was destijds vernieuwend. Ze ontwikkelde een opmerkelijk bewegingsidioom en liet haar Sacre dansen op een podium dat bedekt was met aarde. De choreografie, waarin een jonge vrouw zich dood moet dansen nadat zij is uitverkoren als menselijk offer, is meesterlijk opgebouwd. Vanaf de eerste seconde tot het einde word je er letterlijk ingezogen.”

“Het uitgangspunt van Acogny’s enscenering is een ontmoeting tussen twee verschillende dansculturen. De dansers van Bausch waren klassiek opgeleid, de dansers van Acogny’s Ecole des Sables in Senegal hebben hele andere achtergronden. Vanuit hun eigen referentiekader hebben zij hun weg moeten vinden in dat monumentale werk van Pina Bausch. Het is wonderbaarlijk hoe die bewegingstaal leven wordt ingeblazen door deze Afrikaanse dansers. Hoe de energie die zij meebrengen het stuk verrijkt en hoe sterk de choreografie daardoor wordt.”

Acogny wordt nogal eens aangeduid als ‘de Afrikaanse Pina Bausch’. Hoe kijkt u daar tegenaan?

“Ik hou niet van dat soort vergelijkingen. Je doet Acogny daarmee tekort, en Pina Bausch eigenlijk ook. Die vrouwen zijn op hun eigen manier forces of nature. Ik denk dat het allebei pioniers zijn, die iets heel belangrijks hebben neergezet in hun respectievelijke culturele omgevingen. Ik vind het sowieso nooit zo handig wanneer mensen dingen roepen als ‘waar is de volgende Pina Bausch?’ Die hoeft er helemaal niet te komen wat mij betreft. Er komen gewoon nieuwe makers, die hun eigen stempel drukken. Die heten dan Sidi Larbi of Jan Martens, of hoe dan ook.”

“Belangrijker vind ik hoe het werk van choreografen wordt doorgegeven. Het overlijden van Bausch kwam onverwacht. Ik weet niet hoeveel achter de schermen al geregeld was voor haar artistieke nalatenschap. Hoe zo’n oeuvre zich ook in de toekomst kan ontwikkelen en verder groeien. Toen Bausch nog leefde moest je bijna heilig verklaard zijn om haar werk te mogen dansen. Alleen de Parijse Opera mocht dat ooit, voor zover ik weet. Het is echt een mijlpaal dat Bausch nu door mensen uit een andere danscultuur wordt opgepakt, en op die manier levend gehouden.”

Voorafgaand aan de Sacre danst Germaine Acogny het duet common ground(s) met de Pina Bausch-danseres van het eerste uur, Malou Airadou.

“Ja. Dat is een mooi voorgerecht. De ontmoeting tussen Europa en Afrika begint daar. Malou Airadou danste belangrijke rollen in alle grote werken van Bausch. Haar duet met Acogny is heel ingetogen en subtiel. Het spektakel komt na de pauze, maar met hun dans zetten ze wel de toon. Als je deze vrouwen samen op het toneel ziet voel je hoe enorm hun impact is geweest op de ontwikkeling van de hedendaagse dans.”

Het Holland Dance Festival vindt normaliter om de twee jaar plaats in Den Haag. Wat is de reden om nu buiten het festival om te programmeren?

“Samen met het nieuwe theater Amare en de vaste bespeler Nederlands Dans Theater willen we de zichtbaarheid van de internationale dans vergroten. Mede door de hoge kosten dreigt dat een ondergeschoven kindje te worden in het Nederlandse aanbod. Gelukkig heeft Amsterdam Julidans en ITA, die relatief veel internationale dans presenteren. Maar verder is het aanbod te dun gezaaid. Nederland is een echt dansland en er worden hier prachtige dingen gemaakt. Maar we moeten ook over de grenzen blijven kijken. Anders worden we eenkennig en dat is niet gezond. We moeten open blijven staan voor dans in andere culturen, hoe andere mensen bewegen en wat hen beweegt.”

“Ik vind het trage ritme van een tweejaarlijks festival iets moois. Tegelijkertijd vind ik het belangrijk om het hele jaar door zichtbaar te zijn met speciale producties. Soms zal dat in Den Haag zijn, zoals in april de terugkeer naar Nederland van Jiří Kyliáns avondvullende ballet One of A Kind door het Stuttgart Ballet. Het gezelschap van de Cubaanse virtuoos Carlos Acosta staat daarentegen in februari in Rotterdam. En als we kunnen samenwerken met theaters in Amsterdam zullen we dat ook zeker niet laten.”

Weet de Amsterdamse dansliefhebber jullie eigenlijk een beetje te vinden?

“Jazeker. Als je kijkt naar de postcodes in ons bestand, dan zou je verrast zijn hoe divers onze bezoekers zijn. Ze komen zeker niet alleen uit Den Haag en omstreken. Het publiek dat we hebben moeten we koesteren. Maar ik zie het ook als onze taak om nog veel meer mensen naar dans te krijgen. Nederland is een uitzonderlijk dansland. Daar zouden we best wat trotser op mogen zijn.”

The Rite of Spring, Amare Den Haag, 12 tot en met 15 januari.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden