PlusInterview

Directeur Bijlmer Parktheater vertrekt: ‘Ik ben vergroeid met dit theater’

Na meer dan tien jaar vertrekt Ernestine Comvalius als directeur van het Bijlmer Parktheater. ‘Ik ben vergroeid met dit theater, maar het is niet van mij.’

Ernestine Comvalius: ‘We moesten maar meer verdienen met de horeca. In ons keukentje passen amper twee mensen.’Beeld Jakob Van Vliet

Luiers, mayonaise, blikjes vis, slaolie. De foyer van het Bijlmer Parktheater dient momenteel als tijdelijke opslag van een ­lokale voedselbank, opgericht door jongeren uit de wijk die ­samen meer dan 150 gezinnen een steuntje in de rug geven in tijden van corona. “We hebben er nu de ruimte voor,” zegt direc­teur Ernestine Comvalius. “Het is hier ontzettend stil. We hopen na de zomer de programmering te kunnen hervatten.”

Hoe dat allemaal moet gaan, is nog de vraag. Een klein theater met 160 stoelen is slecht toegerust op de 1,5 metersamenleving, zegt Comvalius opgewekt. “We zijn aan het meten geslagen en kwamen tot de conclusie dat we bij een voorstelling ruimte hebben voor 36 koppels of 24 individuen. Dat moet een vervreemdende ervaring zijn, niet alleen voor de spelers, maar ook voor het publiek.”

Wekelijkse quiz

De komende maanden komt het theater wel door. “We organiseren nu allerlei dingen op internet. Een wekelijkse quiz, een programma voor de kinderen, dat soort dingen. We hebben gelukkig een goede financiële buffer, dus we kunnen niet alleen onze medewerkers door­betalen, maar ook onze oproepkrachten en de mensen die in onze opdracht werken aan een voorstelling. We houden elkaar vast.”

De combinatie van daadkracht en zorgzaamheid kenmerkt Comvalius, die bezig is aan haar laatste jaar als directeur. “Ik ben nu 65. Ik ben vergroeid met dit theater, maar het is niet van mij. Het is tijd voor een nieuwe generatie. We hebben een nieuwe zakelijk directeur, Jorien Waanders, en een nieuwe programmeur, Richard Kofi van het Tropentheater. Mijn opvolger komt terecht in een goede organisatie.”

Het vertrek is wel het einde van een tijdperk. Comvalius is nu ruim tien jaar directeur, maar gaf daarvoor nog eens tien jaar leiding aan Krater Theater. “We organiseerden theater in de buurtcentra. Heel minimaal allemaal, zonder ruimte voor decors, zonder kleedkamers en voor een klein publiek. Onze grote droom was een theater in de Bijlmer, en die droom is uit­gekomen in 2009.”

Bijlmer Boekt

Een theater heeft een programmering op maat nodig. Het duurde even voor ze die in de vingers kreeg. “De eerste jaren waren een zoektocht. Voor beroemde gezelschappen bleek hier soms geen publiek te zijn. Comedy en muziekvoorstellingen doen het altijd goed, net als Bijlmer Boekt, een literaire avond met Christine Otten. Experimenteel toneel doen we nog wel, maar als try-out. Dan hoeft de zaal niet vol te zitten.”

De eerste jaren was Comvalius ook verantwoordelijk voor de financiën. Dat zorgde geregeld voor slapeloze nachten. “In 2014 dreigden we om te vallen. Het stadsdeelbestuur twijfelde na de opening al snel aan de noodzaak van een theater, en schroefde de subsidie elk jaar verder terug. We moesten maar meer geld verdienen met de horeca. Terwijl we een keukentje hebben waar amper twee mensen in passen.”

De redding kwam van boven, dat wil zeggen van het stadsbestuur. Samen met verwante instellingen als Podium Mozaïek, de Meervaart en de Tolhuistuin wist het Bijlmer Parktheater in 2016 een plek te veroveren in het Kunstenplan, en daarmee financieel vaste grond onder de voeten te krijgen. “Een wereld van verschil,” verzucht ze, “om ook eens met ambtenaren te spreken die enthousiast zijn over wat je doet.”

Een van de sterke troeven van het theater was de vanzelfsprekende keuze voor diversiteit en inclusiviteit, zowel in de programmering als in het personeelsbeleid. Comvalius: “Ik was daar bij Krater al mee bezig. Andere culturen leveren andere gesprekken op. Dat wil niet zeggen dat het altijd gemakkelijk is. Maar als het goed gaat, komt er ook iets van trots: wij kunnen dit als organisatie.”

Ongemak tussen zwart en wit

Het huidige stadsbestuur eist van culturele instellingen dat zij werken aan meer diversiteit. “Daar wordt in de stad wel veel op gemopperd,” zegt Comvalius. “Ik zit vaak bij overleggen met collega’s. Zij ervaren het als opgelegd van bovenaf. Maar zonder stok achter de deur ervaart men de noodzaak gewoon niet. Soms ontplof ik, hoor. Ik beschouw het als achterstallig onderhoud. Het is vooral onverschilligheid.”

Terwijl de ontmoeting juist zo vruchtbaar is, blijkt ook uit de producties die zijn voortgekomen uit samenwerking. Het Concertgebouw­orkest verzorgt concerten op zondag in de Bijlmer, en met Orkater heeft het theater de succesvolle voorstelling Woiski gemaakt. “We hebben in het begin met elkaar afgesproken: we praten over alles en zien wel waar het ongemak zit tussen zwart en wit. Dat werkt heel goed.”

Op de vraag naar haar mooiste theaterervaring noemt Comvalius Woiski vs Woiski, over de Surinaamse entertainers Max Woiski senior en junior. “Het is misschien flauw om met een eigen productie te komen, maar ik kan er niks aan doen. Ik heb de voorstelling hier gezien, maar ook in Paramaribo, en elke keer was ik weer geraakt. Alles klopte: het spel, de muziek, maar ook het publiek met een mooie mix van Surinamers en andere Nederlanders.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden