Plus Interview

Diederik Ebbinge: ‘Promenade wordt een unieke talkshow’

Diederik Ebbinge (50) waagt zich aan een nieuw tv-avontuur: een talkshow. Zonder bank, maar met meningen. ‘Het voelt als een bevrijding dat ik iets nieuws mag doen.’

Diederik Ebbinge Beeld Mark van der Zouw

Een interview met ­Diederik Ebbinge is een ongemakkelijk ­gebeuren. Voor de ­interviewer, omdat nooit precies duidelijk is of Ebbinge iets ­serieus bedoelt of een grap maakt. En voor de geïnterviewde, die er geen geheim van maakt een grondige hekel te hebben aan interviews. “Dat kost allemaal tijd joh, en ik vind het leven al zo druk. Dan moet je weer naar de radio, of naar Pauw, ben je zo weer een hele avond kwijt. En mijn ego hoeft ook niet gestreeld te worden, dat streel ik zelf wel. Eigenlijk zeg ik alleen ja als ik iets te verkopen heb. Zoals nu.”

Ebbinge waagt zich aan een nieuw televisieavontuur: een eigen talkshow. Promenade gaat die heten. Het concept: ‘een talkshow over meningen met vaste gasten’.

Daar kan ik weinig mee.

“Maar dat is wat het is. Ik loop al jaren met dit idee rond. Op mijn computer vond ik laatst een bestandje uit 2011 met de tekst: ‘Promenade, een talkshow over meningen met vaste gasten.’ In 2013 hebben we een pilot opgenomen, maar de netmanager keurde het af. Hij vond het te ongrijpbaar.”

Zo klinkt het ook.

Met een uitgestreken gezicht: “Het wordt een talkshow op het snijvlak van Pauw en DWDD, die ook schatplichtig is aan Barend en Van Dorp en Ursul de Geer. Promenade staat in een lange traditie van...” Ebbinge barst in lachen uit. “Ja jezus, we zijn gewoon wat leuks aan het maken, mensen moeten gewoon maar kijken.”

Over een andere boeg dan: waarom moeten mensen gaan kijken?

“Omdat het anders wordt dan alle andere talkshows. Ik ben de presentator, mijn vaste gasten met wie ik de week doorneem, zijn Ton Kas, Henry van Loon en Eva Crutzen. Een unieke mix van meningen dus.”

“We hebben geen bank, geen desk, geen tafel. Ik denk dat we daarin trendsettend zullen zijn. Een beetje zoals die draaiende stoelen bij The Voice het genre talentenshow een nieuwe boost gaven. Promenade wordt de eerst talkshow waar je de gasten in vol ornaat kunt zien.”

In vol ornaat.

“Ja.”

Kunt u dat specificeren?

“Nee. Ik kan wel verklappen dat we als achtergrond een skyline hebben om u tegen te zeggen. Het is de skyline van Abu Dhabi of van Hongkong, dat weet ik niet zeker, maar ik weet wel dat we qua skyline sowieso van alle andere talkshows winnen.”

Zijn er niet al genoeg talkshows?

“Absoluut, maar die lijken allemaal op elkaar en zijn zo vreselijk voorspelbaar. Als ik ’s middags zie welke gasten die avond in DWDD zitten kan ik al uitschrijven wat er gezegd gaat worden en wat er gebeurt. Bij ons wordt het echt anders. Bovendien: Ton, Henry en Eva kunnen met z’n drieën alles wat ze in DWDD ook: odes brengen, liedjes zingen, conferences doen. En meningen geven.”

Zijn meningen niet overschat?

“Enorm.”

Uw eigen mening incluis?

“Haha, natuurlijk. Soms kan ik mezelf ontzettend serieus nemen en dan word ik de volgende ochtend wakker en denk ik: god, wat zat ik er weer veel van de vinden.”

U bent een fervent twitteraar.

“Helemaal niet!”

Wel waar.

“Ja, oké. Dat doe ik vaak in een opwelling, het is allemaal heel primair, heel stupide ook. Drie dagen later lees ik die tweets dan terug en dan schaam ik me dood. Het is een soort verslaving en ik ben te ongedisciplineerd en wispelturig om het onder controle te krijgen.”

“Wat het ook is met dat Twitter, en daar gaat het in Promenade ook om: het is het gelul waardoor het iets wordt. Zo’n Thierry Baudet of Jesse ­Klaver: het geouwehoer eromheen zorgt ervoor dat ze groot worden, niet die mensen zelf.”

Voelt u druk om het succes van De luizenmoeder te evenaren?

“Totaal niet. Het voelt eerder als een bevrijding dat ik weer iets nieuws mag gaan doen. De hype rond De luizenmoeder was best pittig. Ik kende het een beetje van De Vliegende Panters, maar dit was nog veel groter.”

“Succes is natuurlijk leuk, maar opeens stonden er busjes met paparazzi voor mijn deur, ­wilden mensen selfies met me maken, werd ik na­geroepen op straat: meester Anton! Allemaal niet rampzalig hoor en het is heel leuk als iets wat je maakt aanslaat, maar ik vind het leuker om anoniem door het leven te gaan. Dat is ook wel prettig van televisie: zodra je van de buis af bent, ebt de gekte heel snel weg.”

“Het gekke is: je laat je er toch door meeslepen. Zo’n succes maakt ook weer van alles los bij de omroep, bij de producent, en dus ook bij jezelf. Ik vond het vooral een onrustige periode. Een chronische onrust die bezit van je neemt. Ik ben blij dat dat gevoel over is.”

U hebt ooit een burn-out gehad.

“Een jaar of zes geleden heb ik er acht maanden uit gelegen. Ik had ook paniekaanvallen. Heb je dat weleens meegemaakt? Heel heftig is dat. Ik weet nog dat ik een keer de Weesperstraat overstak, bij de Sarphatistraat, en zo’n aanval kreeg, in de gietende regen. Ik had van een psycholoog en van die mindfultrainingen geleerd wat ik moest doen, dus toen ben ik naar een gebouw gelopen en daar in kleermakerszit op de grond gaan zitten. Ik had een stukje tuinslang bij me waardoor ik dan moest ademen, om te voor­komen dat ik ging hyperventileren. En toen zag ik mezelf opeens daar zitten, in de zeikregen, op de grond, met een tuinslang aan mijn mond. Daar kreeg ik zo de slappe lach van dat ik uit de aanval kwam.”

Heeft die tijd u iets geleerd?

“Om wat beter voor mezelf te zorgen. Wat ­minder drank, minder verdovende middelen, minder leven alsof ik nog 26 was. Het was in vele opzichten een louterende ervaring... Haha, wat een slappe clichés allemaal. Sorry, dit moet voor jou ook niet te doen zijn, zo’n interview.”

Het gaat prima hoor.

“Ik denk gewoon voortdurend: wie zit hier nou op te wachten? Niet omdat ik een bescheiden mannetje wil uithangen, maar dit heeft gewoon niks met mijn werk te maken. Ik vind het leuk om dingen te bedenken, om te schrijven, te acteren, te regisseren. Alles eromheen vind ik gewoon niet zo nodig.”

Die instelling lijkt De luizenmoeder een Tele­vizier-Ring te hebben gekost.

“Pardon?”

Tijdens het Televiziergala waren jullie een beetje melig aan het doen. Beau van Erven Dorens won, terwijl jullie de gedoodverfde favoriet waren.

“Ik wist helemaal niet dat de kijkers die avond moesten stemmen. Dus toen ik op de rode loper gevraagd werd of wij zouden winnen zei ik: ja natuurlijk. En ook in die zaal zat ik een beetje onderuitgezakt in zo’n fauteuil champagne te drinken. Ik zag wel dat Beau, die naast ons zat, helemaal op scherp stond. Die sprong voort­durend op om te klappen voor anderen, pinkte een traan weg bij een ode aan Mies Bouwman.”

“Ik dacht nog: waarom is die zo actief? Maar toen bleek dus dat de prijs eigenlijk niet ging over het programma, maar over hoe aardig, enthousiast of nederig je die avond bent. Moet je jezelf dus eerst in zo’n smoking hijsen en dan ook nog de hele avond leuk doen. Eigenlijk hadden we allemaal een kindje uit De luizenmoeder op schoot moeten nemen en dan in de camera ­zeggen: deze lieve kindjes zouden het zó leuk vinden als wij die ring winnen.”

“Maar goed, in alle oprechtheid, ik gunde het Beau van harte. En hij was er ook echt heel erg blij mee.”

U had hem niet willen winnen?

“Ik kom nu vast decadent over, maar het interesseert met echt niet veel. Ik heb gewoon weinig empathie voor een prijs. Ik vóél er niks bij. Mijn film Matterhorn won in 2013 de publieksprijs bij het International Film Festival Rotterdam. Dat vond ik wel heel leuk, maar er zat dan ook 10.000 euro aan vast. En nog fijner: daardoor ging de film de wereld over en werd hij een internationaal succes.”

U was in één klap een gevierd arthouse­regisseur.

“Opeens werd ik omarmd door het artistieke circuit, dat was heel bijzonder.”

En toen ging u spelen in Toscaanse bruiloft, een film van Johan Nijenhuis, bekend van Costa! en Verliefd op Ibiza. Dat verraadt een zekere recalcitrantie.

“Misschien wel ja. Toen Johan belde, zei ik direct ja. Deels om mezelf te bevrijden uit dat arthousewereldje, maar ook omdat het me gewoon heel leuk leek: ik had nog nooit in zo’n soort film gespeeld. We zaten met Lieke van Lexmond, Jan Kooijman en Simone Kleinsma zes weken in Toscane en het was een van de leukste periodes van mijn leven. Die film is niet bijster goed, maar ik heb er wel vriendschappen aan overgehouden.”

Geen principes die u in de weg stonden?

“Mijn principes hebben een zwaarder gewicht dan wel of niet in een film van Johan Nijenhuis spelen.”

Het is ook een luxe, u kunt veel verschillende dingen goed.

“Ik vind vooral veel dingen leuk. De komende weken mag ik die show doen met Ton, Henry en Eva en ik kan echt niet eens in hun schaduw staan, qua talent. Ik ben alleen maar de aan­gever, een soort Frans van Dusschoten.”

“Een eigen latenighttalkshow, dat is toch het summum? Dan heb je het wel gemaakt hoor, in televisieland.”

Is dit weer ironisch?

“Het wordt een unieke talkshow.”

Ongrijpbaar.

“Kijk nou maar.

Promenade (NTR), zondag, 21.10 uur, NPO 3

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden