PlusBeeldspraak

Die ene film met Jean-Paul Belmondo, hoe heet die ook alweer?

Filmsterren hebben het eeuwige leven, toch is Jean-Paul Belmondo ons ontvallen. Dat wordt zoeken naar die ene film, maar hoe heet die ook alweer?

Jean-Paul Belmondo gooit de handdoek in de ring in L’aîné des ferchaux (1963).
 Beeld Alamy Stock Photo
Jean-Paul Belmondo gooit de handdoek in de ring in L’aîné des ferchaux (1963).Beeld Alamy Stock Photo

Er zijn momenten waarop de moed je in de schoenen zinkt. Wat heeft het nog voor nut als we straks toch in rook opgaan, onder extreme hitte verdampen of met een tsu­nami van gesmolten poolijs wegspoelen? Is het tij nog te keren? Is de ondergang geen voldongen feit? Komt er een onstuitbare turbovariant? Gaat een boostershot dan helpen? Wordt de wooncrisis ooit opgelost? Moeten we echt naar Qatar? En gaat de disco nog open?

Het is een bord vol. En er komt maar geen einde aan.

Wees gerust: er komt altijd een einde aan. Vraag dat maar aan Lee ‘Scratch’ Perry of Jean-Paul Belmondo, die weten sinds kort van de hoed en de rand. De dubreggaepionier uit Jamaica en de Franse filmster gaven de pijp onlangs aan Maarten. Zij verwisselden het tijdelijke met het ­eeuwige. Over hun huidige toestand kan men een heel woud aan bomen opzetten, maar in dat bos zult u mij niet treffen. Ik geloof niet in een hiernamaals.

Is dat erg? Welnee. Als we dood zijn is het gedoe afgelopen en dat is een prettig vooruitzicht. Meer hoeft het niet te zijn. Maar als je talent hebt en heel erg je best doet, kun je er wel voor zorgen dat je na de dood nog gehoord en gezien wordt. Dat deden Lee Perry en Jean-Paul ­Belmondo. Daarom kunnen wij hun verscheiden aan­grijpen om ons nog eens aan hun betere werken te laven.

Ontoegankelijk

Dat is bij Perry vrij eenvoudig: luister naar het door hem in 1977 geproduceerde album Heart of The Congos en ­verwondering zal uw deel zijn. Warm en harmonieus zijn de fraaie stemmen van het zangtrio dat zich The Congos noemde, wonderbaarlijk zijn de klanken, geluiden en dubeffecten waarmee Perry de plaat tot een meesterwerk maakte. Het libretto omvat een half Bijbelboek, maar je hoort af en toe ook een koe loeien. Dat stemt vrolijk. Met ‘Scratch’ in je oren is het gedoe ook afgelopen, al was het maar voor even.

Nu zou ik graag beweren dat wijlen Jean-Paul het ­gemoed ook zo snel en eenvoudig kan opkrikken, maar hij was geen komiek en zijn werk is deels ontoegankelijk geworden. De weg naar de populaire Franse cinema van de vorige eeuw zit inmiddels vol hobbels en gaten, en mijn routekaart is ook aan vervanging toe.

Pseudo-Amerikaans

In de necrologieën die na Belmondo’s vertrek op 6 september jongstleden gepubliceerd werden, kwamen zijn grootste successen voorbij. Maar ik bewaar betere her­inneringen aan een film die tot een miskleun werd ­bestempeld dan aan À bout de souffle (1960), of de actiefilms waarmee hij in de jaren zeventig en tachtig Franse kasrecords verpulverde. Dat komt door de manier waarop ik met de miskleun kennismaakte. Ik was geheel onbevangen en onkundig over de herkomst, het bouwjaar en de ­signatuur. Zelfs de filmtitel was een raadsel. Ik viel er middenin bij thuiskomst na avonddienst in de horeca.

Het leek een Amerikaanse roadmovie maar er klopte iets niet aan het landschap. De jonge Belmondo zat achter het stuur en sprak tegen een vermoeide oude man die hem als chauffeur had ingehuurd. Dat Jean-Paul Duits sprak, lag aan het televisiekanaal: voor nachtfilms uit vervlogen ­tijden moest je destijds de Duitse zenders hebben. De ­nasynchronisatie is op dat tijdstip geen bezwaar meer, vooral niet bij een Franse film die doet alsof het een Amerikaanse roadmovie is. Ik laat me graag verwarren door een filmmaker en hier was een vakman aan het werk. Aan het slot werd niet gemeld wie die vakman was.

Jaren later stuitte ik in Parijs op een dvd van L’aîné des ferchaux (1963), een Simenonverfilming van Jean-Pierre Melville, waarin ex-bokser Belmondo zich als secretaris annex bodyguard laat inhuren door een oude bankier die na een schandaal naar Amerika vlucht, aldus het hoesje. Bingo! Melville werd een paar jaar na de grotendeels in zijn Franse studio opgenomen roadmovie wereldberoemd door de gangsterfilms die hij met Alain Delon maakte. Le samouraï en Le cercle rouge stellen de miskleun zonder meer in de schaduw. En in Melvilles Le doulos speelde ­Belmondo een interessantere schurkenrol dan in de roadmovie.

Maar toen Jean-Paul op 88-jarige leeftijd vertrokken was liet ik Jean-Pierres meesterwerken links liggen, om rond het spookuur naar de miskleun terug te keren. ­Belmondo sprak nu Frans en een onbeholpen mopje ­Engels, maar dat mocht de pret niet drukken. De disco ging niet open, maar het gedoe verdween met iedere ­pseudo-Amerikaanse kilometer verder naar de achtergrond. Jean-Paul zat weer achter het stuur. We waren op weg.

De meesterwerken van Jean-Pierre Melville zijn verschenen op fraaie blu-ray bij Studio Canal

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden