PlusInterview

Dichter Jonathan Griffioen: ‘Door speed viel de mist weg’

Jonathan Griffioen. Beeld Marc Driessen
Jonathan Griffioen.Beeld Marc Driessen

Een jeugd lang kampte dichter Jonathan Griffioen (1987) met een ontwikkelingsstoornis, een snuif speed deed alles op z’n plek vallen. Sindsdien zijn de middelen nooit ver weg geweest. Eind deze maand wordt hij vader: ‘Ik wil straks natuurlijk het liefst zo stabiel mogelijk zijn.’

In zijn debuutbundel Wijk beschrijft Griffioen de plek waar hij opgroeide, Wijk bij Duurstede:

in Wijk lagen we als leeggelopen ballen tegen muren,
vlakgedrukt tegen de stenen, loodrechte huizen
en buitenwijken, tussen aanstekers en weiland en
bussen deodorant.

De woorden verraden lethargie: het grote niets dat hoort bij opgroeien in een randstedelijke groeigemeente. Griffioen hing in parken rond met stoere jongens, die niet op de zitting van bankjes zaten maar op de rugleuning. Toen begon het blowen: “Ik schrok hoe snel dat een vaste gewoonte werd, een dagelijks ritueel. Het was alsof ik deel uitmaakte van een kudde stormende buffels. Ik kon niet zomaar van richting veranderen, behalve als ik met mijn sociale omgeving zou breken, wat ik uiteindelijk op mijn twintigste gedaan heb. Toen ik volledig instortte.”

Lom-school

Dat volledig instorten, dat komt straks. Eerst beschrijven we de levensloop ernaartoe. Hoe hij op zijn vierde de diagnose pdd-nos kreeg, een vorm van autisme. Hoe hij van zijn zesde tot zijn dertiende op de lom-school zat, bedoeld voor kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden. Veilig was het er niet: “Ik was erg in mezelf gekeerd en werd gepest. Werd ik opgewacht ergens halverwege school en mijn huis. Terwijl ik werd geslagen, kwam het niet in me op om daar iets tegen te doen. Het was alsof het al vaststond dat het gebeurde. Pas dagen later begon ik me er kwaad over te maken.”

De middelbare school was in Bilthoven en eigenlijk bestemd voor langdurig zieke kinderen, maar er zaten ook veel leerlingen met autismediagnoses. Griffioen werd er met een taxibusje naartoe gereden. Havo- of vwo-adviezen werden niet gegeven, als je het héél goed deed mocht je naar het vmbo-t of naar de mavo. “Ik voelde me toen niet zozeer onderschat, want daar was ik nog helemaal niet. Ik wist niet dat het anders kon gaan dan het ging, zoals je je ook niet kan voorstellen dat de maan anders is dan hij is.”

Griffioen had een ‘disharmonisch profiel’, waarbij de zogenoemde verbale en performale intelligentie ver uit elkaar lagen. “Alsof je hoofd slim is, maar je handen dom. Ik was altijd erg onhandig, herinner me nog de verontwaardigde blik van de handwerkleraar als ik weer eens iets heel schots en scheef had uitgeknipt. Ik wilde vroeger ook bassist worden, maar meerdere snaren tegelijk aanraken lukte me niet, dus toen ben ik maar gaan schrijven.”

Blowen en drinken

Onlangs las hij over onderzoek waarbij ze in de hersenen van mensen met autisme in de ‘signaalweg’ kleine onderbrekingen waarnamen, wat een verklaring kan zijn voor de motorische problemen en ook de vaak houterige bewegingen. Alcohol kan dan als haarlemmerolie werken, zegt Griffioen: “Drinken en ook blowen hielp om me wat empathischer te verhouden ten opzichte van andere mensen, maar los kwam ik pas toen ik op mijn zeventiende voor het eerst speed gebruikte, toen ging echt het licht aan.”

We zitten op drie jaar voor het instorten. Griffioen ging niet meer met het taxibusje naar school, maar zelfstandig met bus en trein, wat hem in staat stelde om te spijbelen. “Dan liep ik ’s ochtends de deur uit en moest ik acht tot tien uur van huis blijven. Dat duurde eindeloos, maar op een dag kwam ik ’s ochtends vroeg bij een bushalte een kennis tegen, die met de punt van zijn fietssleutel speed uit een ponypack aan het opsnuiven was. Hij bood het mij aan en ik heb toen een prachtige dag gehad. Werkelijk, een prach-ti-ge dag.” De gelukzaligheid spat ervan af als Griffioen erover vertelt. “Alles was ineens interessant, het was alsof ik uit een soort mist was gestapt. Er was een overweldigende klaarte, heel veel ruimte. Ineens kon ik me ergens op richten, drie uur lang aan een tekening werken, die ook veel netter was dan normaal.”

Op zijn achttiende besloot Griffioen dat hij dichter wilde worden. Het zou nog tien jaar duren voor zijn eerste bundel verscheen, bij uitgeverij Lebowski. Via de landelijke schrijfwedstrijd Write Now! kwam hij in aanraking met gelijkgestemden, die allemaal naar de universiteit gingen of zouden gaan. “Via de poëzie kon ik me in één keer meten met academici. Ik moet de eerste vmbo’er zijn ooit die de J.C. Bloem-poëzieprijs heeft gewonnen. Daar ben ik trots op – ik heb er in alle onwaarschijnlijkheid toch iets van gemaakt en ben door de filters gekropen waar ik volgens het schoolsysteem niet door had mogen kruipen. Het was in ieder geval niet waar ze me op hadden voorbereid.” Alsnog naar de universiteit gaan en de droom volgen om psychologie te gaan studeren, durft Griffioen nog niet. “Vier jaar lang alleen maar door brandende hoepels springen, dat idee jaagt me veel angst aan.”

Totaal in paniek

Het instorten, dat gebeurde toen hij op zichzelf woonde, in Utrecht. “Ik gebruikte zo’n vijf gram wiet per dag, dat was natuurlijk niet meer te betalen. Ik kwam zwaar in de financiële problemen. Mijn kamer was een grote bende en mijn ouders kwamen op bezoek. Ik schonk koffie voor ze in. Toen mijn vader vroeg om een lepeltje, kon ik hem niets anders aanbieden dan een potlood. Toen meende ik een grote teleurstelling van zijn gezicht af te lezen.”

“Toen ze weg waren ging ik weer blowen. Ik ging een film kijken, maar raakte totaal in paniek. Wat er verder gebeurde is lastig om te beschrijven. Wat ik weet is dat ik me uiteindelijk aanmeldde bij Parnassia, een ggz-instelling in Den Haag. Ik weet ook niet waarom in Den Haag. Hoe dan ook moest ik eerst in de detox, dat was vreselijk. Je had een eigen kamer en een gezamenlijke woonkamer. ‘s Avonds zaten we met z’n allen te wachten tot we eindelijk onze slaapmedicatie kregen. Iedereen wilde alleen maar dat de dag afgelopen was.”

Kliniek in Schotland

Na de detox volgde hij een aantal weken een programma, maar na zes weken clean zijn raakte hij overmand door overmoed. “Ik ging ervandoor, ging antikraak wonen in Amersfoort, maar binnen no time ging het weer mis.” Weer de detox in, opnieuw een programma, uiteindelijk verbleef Griffioen ook nog twee keer in een ontwenningskliniek in Schotland. Die vierde keer werd de laatste keer, want daarna leerde hij zijn vrouw kennen. Zij is de moeder van zijn dochter, die eind deze maand geboren wordt.

Maar voor we daar zijn was er eerst nog een tweede ineenstorting. Terwijl hij werkte aan zijn eerste bundel, zeven jaar geleden, was Griffioen in de ouderenzorg gaan werken. De combinatie was ondoenlijk, er volgde een burn-out. “Als mijn vrouw iets onschuldigs vroeg, bijvoorbeeld waar de sleutels lagen, kon mijn irritatie over alles in één keer naar buiten klappen.”

Griffioen kreeg Risperdal voorgeschreven, een antipsychoticum, en dexamfetamine, dat een vergelijkbare werking heeft als speed en wordt verstrekt op doktersrecept. Het werkte: waar de speed vroeger hielp om de lege, holle dagen in Wijk op te vullen, helpt de dexamfetamine nu om te focussen en om bijvoorbeeld met aandacht een boek te lezen. “In gesprekken kan ik veel beter op mijn beurt wachten, ik luister en haak aan op wat anderen zeggen.”

Rode Gauloises

Met de dochter op komst heeft Griffioen de dagelijkse dosis inmiddels wel naar beneden geschroefd: van 40 naar 15 milligram. Hij is nog niet met roken gestopt, maar koopt nu wel de rode Gauloises in plaats van de blauwe. Dat gebeurt buiten, want binnen is het appartement in zijn huidige woonplaats Doorn vers in de verf gezet.

“Daarmee hebben we de overgang gemaakt van ons oude naar ons nieuwe leven. Ik wil straks natuurlijk het liefst zo stabiel mogelijk zijn en als je dexamfetamine gebruikt, is die aan het einde van de middag wel uitgewerkt. Hoe dat combineert met het hebben van een kind, weet ik nog niet. Misschien word ik wat onvoorspelbaar, begrijpt mijn dochter niet waarom ik prikkelbaar ben.”

“Ik weet niet of ik helemaal onverdoofd ga leven. Mensen die beweren dat psychofarmaca (medicijnen voor de behandeling van psychiatrische aandoeningen en psychologische problemen) slecht voor je zijn, daar word ik wel moe van. Makkelijk om te zeggen, terwijl niemand zoiets zegt over een chemokuur. Daarvan weet iedereen dat het slecht is, maar ziet iedereen ook de onderliggende aandoening. Ik vind het lastig, maar als mijn gebruik een negatieve invloed zou hebben op het welzijn van mijn kind, dan is dat natuurlijk leidend.”

Volgens Griffioen werd zijn leven vooral anders nadat hij zijn vrouw ontmoette. Wat hielp is dat ze ontspannen met zijn middelengebruik is omgegaan. “Met mijn ouders had ik er veel strijd over, met haar niet. Uiteindelijk ben ik wel weer gaan blowen, maar veel minder, nu nog maar voor een tientje per week. Wat ook helpt is dat ik tegenwoordig dingen doe die ik leuk vind: schrijven vooral. Mogelijk komt eind dit jaar al een nieuwe dichtbundel en daarna denk ik ook een roman. Ik heb niet meer steeds het gevoel dat ik ergens naartoe moet. Ik voel me thuis waar ik nu ben.”

Jonathan Griffioen

Jonathan Griffioen (1987) is dichter en zodra zijn dochter eind deze maand wordt geboren ook vader en huisman. Hij publiceerde twee bundels. Met ‘Wijk’ werd hij genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs, ‘Gedichten met een Mazda 626' werd bekroond met de J.C. Bloem-poëzieprijs. Op zijn zeventiende gebruikte hij voor het eerst speed. Dat neemt hij nu niet meer, maar na een burn-out kreeg hij wel dexamfetamine voorgeschreven. Een vergelijkbare werking, maar dan op doktersrecept. “Ik wil straks het liefst zo stabiel mogelijk zijn.”

Onverdoofd

Paroolcolumnist Erik Jan Harmens (1970) stopte acht jaar geleden met drinken en schreef daar onder meer de autobiografische roman Hallo muur over. Hij leeft niet langer in het donker, maar het licht is ­eigenlijk té licht en het verlangen naar bedwelming nooit helemaal weg. In gesprekken met veel­gebruikers en gematigden, te lezen in de krant en te beluisteren als podcast, zocht hij antwoord op de vraag: is het mogelijk om onverdoofd te leven? Dit is de laatste aflevering.

Deze aflevering van Onverdoofd, een productie van Het Parool en De Stroom, is als podcast te beluisteren op de website van Het Parool en via alle podcastkanalen. Reacties zijn welkom op onverdoofd@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden