PlusInterview

Dichter Delphine Lecompte is niet meer in de ban van de drankduivel: ‘Soms mis ik die hair of the dog’

null Beeld Marc Driessen
Beeld Marc Driessen

Na decennialang drankmisbruik en een bovenmatige inname van medicijnen, zwoer dichter Delphine Lecompte een jaar geleden de alcohol af. Twijfels daarover kwamen na zeven maanden droogstaan en blijven, zelfs nog op de dag vóór het interview.

Delphine Lecompte (1978) groeide uit tot een fenomeen dankzij haar grillige, avontuurlijke gedichten, haar provocerende opiniestukken en een opzienbarend optreden vorig jaar in de Vlaamse versie van De Slimste Mens. In het populaire televisieprogramma verkondigde ze dat ze niet langer ‘in de ban van de drankduivel’ verkeerde. Dat deed ze ook om zichzelf klem te zetten: wie zoiets verkondigt tegenover 1,4 miljoen kijkers kan er nog maar moeilijk onderuit. Zo ging het voor mij ook toen vijf jaar geleden mijn boek Hallo muur een succes werd: nooit zou ik nog anoniem een Duvel kunnen bestellen in een café, een foto van mij in benevelde toestand zou viraal gaan. Kortom: roem redt ons.

De dag voor onze ontmoeting mailt Lecompte dat ze al tijden niet meer dan drie uur per nacht slaapt en twijfelt of ze wel onverdoofd wil leven. Ze twijfelt ook of ze nu in staat is tot dit interview. “Ik heb gisteren van half 2 tot half 4 voor de koelkast gezeten en naar de pintjes gekeken,” zegt ze, als we elkaar dan toch spreken. “Ik heb de flesjes aangeraakt, opgetild en weer teruggezet. Op internet las ik dat als je het moeilijk hebt, je het drinken kunt uitstellen. Kunt denken: misschien ga ik morgen drinken, maar in ieder geval niet vandaag. Zo ben ik erdoor gekomen.” The day after voelt Lecompte zich sterker en is er weer de keuze voor een onverdoofd bestaan.

Op haar derde ging ze bij haar grootouders wonen in de Belgische badplaats De Panne. Na een echtscheiding waren haar ouders niet meer in staat om voor haar te zorgen. “Mijn vader en moeder hebben ieder een eigen verhaal over hoe het gelopen is,” zegt Lecompte. “Waar het op neerkomt is dat mijn moeder wegliep en mijn vader heeft geprobeerd voor me te zorgen. Hij was zelf hulpeloos en alcoholisch, dus dat ging niet. Mijn moeder heeft tot op de dag van vandaag schuldgevoelens over hoe het is gelopen, maar zelf denk ik dat verhuizen naar De Panne een slimme oplossing was. Ze heeft me tenminste niet in een mandje te vondeling gelegd.”

Pedofiele tuinman

Op de lagere school verveelde ze zich. “Ik ging spijbelen, zwierf rond en liep op een dag binnen bij een Russische gravin. Zo noemde ik haar althans, het was in ieder geval een excentrieke dame met een achternaam die behoorlijk Russisch klonk.” Het rondzwerven was niet zonder gevaren. Wat er precies is gebeurd hoeft niet te worden uitgesproken. “Ik ontmoette een pedofiele tuinman met wie het een en ander is voorgevallen, dingen waarvoor je nog niet klaar bent op die leeftijd. Als ik er nu over schrijf in mijn boeken doe ik stoer, voer ik mezelf zelfs op als de kleine verleidster. Eerlijk gezegd is dat vooral een manier om wat macht terug te pakken.”

In de media neemt ze het regelmatig op voor seksuele predatoren als Roman Polanski, de Pools-Franse regisseur die werd veroordeeld voor het plegen van seksueel misbruik met minderjarigen. “Misschien sla ik er iets te hard in door, maar ik doe dit omdat ik per se niet enkel als een slachtoffer wil worden gezien. Ik wil niet opnieuw tot iets worden gereduceerd.”

Haar eerste biertje kreeg ze aangeboden op haar zevende, op het communiefeestje, samen met haar neefjes uit Leuven. “We werden aangemoedigd door de volwassenen, ik was heel trots dat ik mijn glas als eerste leeg had.” Het zou tot haar zestiende duren tot ze, inmiddels verhuisd naar Brugge, met een vriendin het Novotel tegenover de kunstacademie binnensloop om in leegstaande kamers de minibarretjes te plunderen. “Tijdens de les linosnijden dronken we een fles Minute Maid leeg, aangelengd met wodka. Door de alcohol viel mijn bedeesdheid weg – ik werd de gangmaker, populair zelfs. Lastig vond ik het, want ik voelde constant de druk om geestig te moeten zijn. Hoe de drank zou vallen wist ik toen al niet, ik kon ook huilerig worden of extreem zwaarmoedig. Later kwam daar agressie bij, ik heb regelmatig mensen geslagen.”

In Gent volgde Lecompte een opleiding tot vertaler Frans en Russisch. Het eerste jaar haalde ze, daarna werd ze rusteloos en ging ze rondzwerven, net als vroeger. Er was drank en er was seks en er was chaos. “Ik maakte ruzie met een ex-vriendje, die mij opsloot op zijn zolderkamer. Daar kreeg ik een paniekaanval, waarna ik langs de goot naar beneden klauterde en het op een drinken zette. Uiteindelijk zakte ik midden op straat in elkaar en belde iemand een ambulance. Ik werd wakker in een psychiatrisch ziekenhuis. Ik herinner me de spoedarts, vaderlijk en vriendelijk, en zuster Katharina, een engelachtige mollige vrouw met krullen. Alles werd mij uit handen genomen, dat voelde veilig.”

“Helaas was er een nachtverpleger die de verhalen over mijn seksueel misbruik had gehoord en daar blijkbaar opgewonden van was geraakt. We hadden seks in leegstaande kamers of in de isolatiecel. Na mijn ontslag heb ik dit aangekaart bij de hoofdpsychiater, die woedend werd. Op mij, welteverstaan – hij was een grote ijdeltuit en bang voor de goede naam van zijn instelling. Die nachtverpleger was intussen overgeplaatst, naar de afdeling jeugdpsychiatrie.”

Baken

De zoektocht naar veiligheid voerde langs mannen die ze schilderachtig omschrijft als ‘de ex-truckchauffeur’ en ‘de oude kruisboogschutter’. Die laatste betreft een 45 jaar oudere man die zich over haar ontfermde ‘uit vaderlijke bezorgdheid’. Zonder slag of stoot ging het allemaal niet: “Ik ben altijd op zoek naar een baken in mijn leven, maar in mij huist ook tirannie. Ik heb de neiging om me vast te klampen aan mensen en dan te eisen dat ze voor me zorgen. Ik wil dat ze alles laten vallen en word woedend als ze tekortschieten, of als ze het wagen om er nog een leven náást te leiden.”

Vorig jaar werd Lecompte opgenomen nadat ze al haar contacten in WhatsApp een bericht had gestuurd dat ze zelfmoord zou plegen. “Een vriend was zo goed om de hulpdiensten te bellen, de brandweer stond al klaar om de deur in te beuken. Mijn moeder kwam me opzoeken en ik riep: ‘Wat zie je er oud uit en wat ben je wanstaltig dik geworden!’ Ze had toen twee beroertes achter de rug. Ik heb haar mijn leven lang op een voetstuk geplaatst, ze was altijd sterk en imponerend. Nu ze was gaan sukkelen, kon ik daar niet mee omgaan en daarom werd ik woedend.”

Twijfel

Ik vraag haar waar de te bevechten drankzucht volgens haar door wordt veroorzaakt. “Ik denk 28 procent genen, 70 procent trauma’s en demonen, 0,5 procent stoerdoenerij en 1,5 procent de misvatting dat drankzucht romantisch is, een luxueuze wellustige verwennerij die een verguisde doch nobele en heilige paria of misfit van me zou maken.” Niet zo gek dus, dat er de dag voor het gesprek de twijfel was over het onverdoofd leven. Maar 24 uur later is Lecompte weer zeker: “Ik ga niet meer drinken, ook omdat ik bang ben dat ik in dronkenschap iets onherstelbaars en misdadigs zou doen. Ettelijke keren heb ik tegen mijn vriend gezegd: had ik nu een geweer gehad, dan leefde je niet meer. Of dat echt zo is weet ik niet, maar ik ben er bang voor.”

De twijfels kwamen ook pas na de eerste zeven maanden droogstaan, die relatief makkelijk waren. Voor mij was dat ook zo: het werd lastig toen mensen me serieus begonnen te nemen in de rol van niet-drinker. Mateloze mensen als Lecompte en ik willen steeds weer hoogtepunten en nemen de dieptepunten die daarbij horen voor lief. Stoppen met drinken is zo’n hoogtepunt, maar is het nieuwtje eraf, dan volgt een bedaarder leven. Een leven waar kraak noch smaak aan lijkt te zitten. “Crisissen zijn onprettig, maar maken het leven ook woest en dynamisch,” zegt Lecompte. “Alles is nu zo suf, zo dor, zo dof.”

Ze heeft nog altijd moeite om mensen op tv te zien drinken, ook als het deerniswekkend is, zoals in de film Leaving Las Vegas, waarin een man zich vrijwillig dooddrinkt. “Soms mis ik ’s ochtends die hair of the dog: het zweten, de dikke tong. Ik mis de tijd waarin ik ’s ochtends boodschappen wilde doen, maar na 50 meter terugkeerde omdat het alleen zou lukken als ik eerst een blonde Westmalle in mijn keel zou gieten. Vorig jaar kreeg ik een cadeaubon van de Hema en heb ik een uur voor het schap met roséwijn gestaan. Steeds hield ik weer een fles in mijn hand, maar uiteindelijk heb ik de bon verzilverd voor paas­chocolade. Wat een gemiste kans, dacht ik daarna. Wat een gemiste kans.”

•Denk je aan zelfmoord? Praat erover. Bel 0800-0113 of chat via 113.nl.

Onverdoofd

Paroolcolumnist Erik Jan Harmens (1970) stopte acht jaar geleden met drinken en schreef daar onder meer de autobiografische roman Hallo muur over. Hij leeft niet langer in het donker, maar het licht is ­eigenlijk té licht en het verlangen naar bedwelming nooit helemaal weg. In gesprekken met veel­gebruikers en gematigden, te lezen in de krant en te beluisteren als podcast, zoekt hij antwoord op de vraag: Is het mogelijk om onverdoofd te leven?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden