PlusInterview

Dichter Anne Vegter: ‘Deze bundel ontstond nadat ik net gedumpt was’

Wat hebben de Zuid-Afrikaanse dichter Ingrid Jonker, de mythische heks Medea en de ‘ik’ uit Anne Vegters nieuwe dichtbundel Big data met elkaar gemeen? Ze gingen alledrie kapot van liefdesverdriet.

Anne Vegter: ‘Ik denk dat ik een zelfstandige versie van mezelf aan het ontwerpen ben.’Beeld Lin Woldendorp

 Anne Vegter (61), die drie jaar geleden door haar grote liefde en vader van twee van haar drie zonen in de steek werd gelaten, schreef Big data met een gebroken hart op het moment dat ze weer sturing had over haar primaire emoties. De bundel bestaat uit drie delen, waarin Ingrid Jonker, Vegter en Medea ieder hun verhaal vertellen.

In Hoe Europa doen (interview) vertelt Jonker over haar reis naar Europa en de moeizame liefdesrelatie die ze erop nahield met haar man Jack Cope en haar minnaar André Brink. De cyclus eindigt in een kliniek.

In Big data (gedichten) is een bedrogen ‘ik’ aan het woord die een onderzoek is gestart naar ‘de oorsprong van de leugen’.

In het derde deel, Medea 2.0 (monoloog), spreekt een hedendaagse Medea. Deze heks uit de Griekse mythologie hielp Jason het Gulden Vlies te veroveren. Hij nam haar mee naar Griekenland, maar liet haar in de steek voor de dochter van de koning van Korinthe. Medea nam op gruwelijke wijze wraak door hun twee zoontjes te vermoorden evenals de koning van Korinthe en zijn dochter. De pijn verbindt deze drie vrouwen met elkaar.

Het is best gevaarlijk om liefdesverdriet als onderwerp te nemen voor een dichtbundel. Vele dichters voor u vielen eraan ten prooi en leverden slechte gedichten waarin gevoelens als verdriet en woede de overhand hebben en de poëtische distantie ontbreekt.

“Het plan voor deze bundel is drie jaar oud. Het ontstond net nadat ik gedumpt was. Ik wist dat ik iets te overwinnen had voordat ik weer verder kon met mijn werk. Taal is mijn instrument, maar de gevaren die je noemt, herken ik en die doemden op. Ik heb een heel jaar aan de bundel gewerkt, maar niets gedaan, omdat ik geen sturing had over mijn emoties. Ik moest op een level komen dat ik onderkoeld was, zodat ik de problematiek in kaart kon gaan brengen en niet meer gestuurd werd door primaire emoties.”

Wanneer brak dat moment aan?

De cyclus over Ingrid Jonker schreef ik al in 2013, maar vond in deze bundel eindelijk een plek in een groter verhaal dat ik wilde vertellen. Dat leven van die jonge vouw die zelfmoord pleegde door de zee in te lopen, vond ik erg aangrijpend. Pas later ben ik haar gedichten, die ik altijd een beetje kinderachtig vond, ook gaan waarderen.

Een jaar na de breuk lukte het om de wat meer klassieke gedichten uit het tweede deel van de bundel te schrijven. Wat heel gek is: ik heb helemaal geen herinneringen aan de voorbereiding van die Medeagedichten. Als je vraagt: wanneer heb je die gemaakt? Ik heb no fucking idea. Het plan om een Medea 2.0 te maken was er al wel. Een jaar geleden zat ik een week op een boot in IJmuiden om te werken aan de bundel. Mijn redacteur zou langskomen, maar ik had niet echt iets om te laten zien. De avond ervoor ging ik in mijn documenten grazen en vond ik een helemaal volgeschreven document van circa 200 pagina’s.”

Medea 2.0 is het rauwste deel van de bundel, recht uit het hart. U dicht: ‘Ik hield nooit zoveel van iemand als van jou/ als ik zeventig ben is het nog zo/ blijf asjeblieft bij me/ ga niet bij me weg/ hoor je me/ blijf bij me/ blijf bij me (…)’. U zei net dat u het eerste jaar niet had gewerkt, maar het klinkt alsof deze gedichten toen zijn ontstaan.

“Dat moet wel, want het is zo uit pure ervaring op papier beland. Ik denk dat ik het steeds heb weggeduwd en er daarom geen herinneringen aan heb, terwijl ik me eigenlijk alleen maar herinner dat ik boze e-mailtjes aan mijn ex schreef. Jij vindt dit rauw, maar je hebt die eerste versie niet gezien, dit is het excerpt. Die eerste versie was heel persoonlijk en er zat geen keuze in, geen richting. Het was toch of ik in een rare waan had geleefd. Ik heb uit dit document voorgelezen aan mijn redacteur. Zij zei: ‘Ik neem het wel mee naar huis en zal er eens goed naar kijken.’ Ze heeft al die teksten doorgelopen en is als een boswachter met een bijl door de documenten gegaan. Zij heeft een fantastische sequens gevonden waarmee ik verder kon.”

Af en toe schemert de ‘ik’ door, of valt Medea samen met de ‘ik’ in zinnen als ‘Mijn Jason was schrijver’ en: ‘Voor goed begrip:/ mijn man heeft me/ na twintig jaar/ plotseling verlaten/ voor een jonger exemplaar (..)’ Wie zag u op papier?

“Ik zag niet mezelf, ik keek niet in mijn eigen dagboek. Ik had wel degelijk een afsplitsing van mezelf gecreëerd. Het was ook nog geen Medea, maar er zat al genoeg in om er een Medea van te maken. Het maakte deel uit van een onderzoek om de Medea in ons allen in een bepaalde context te vinden. Maar ik ben noch de een, noch de ander, dat wil ik benadrukken. Ik ben opzettelijk niet in dialoog gegaan met de antagonist, op het gevaar af dat het een eendimensionale schreeuwpartij was geworden.”

In Big data en Medea 2.0 heeft de bedrieger de naam ‘big’. U dicht: ‘Varken is te groot/ biggetje te klein/ te onschuldig(…) ik noem je big (…) de data:/ ik ben een echt persoon/ ik ben ingezet om een ander nog echter te maken’. Waar komt ‘big’ vandaan?

“Dat is puur associatief ontstaan. Ken je dat, dat je naar mensen kijkt en het beest erin ziet doorschemeren? Dat had ik heel sterk. ”

De slotzin luidt: ‘In haar feitelijke zin is de geschiedenis ondraaglijk. Herschrijf haar nu woedend.’ Dat interpreteer ik als een voortdurend proces. Is het überhaupt mogelijk over zo’n groot liefdesverdriet heen te komen?

“De afgelopen drie jaar is het me nog niet gelukt, maar ik denk dat ik een zelfstandige versie van mezelf aan het ontwerpen ben, eentje die op eigen hoeven in de modder staat.”

€16,99, 88 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden