PlusAchtergrond

Deze schrijvers geven zelf hun bestsellers uit. Hoe werkt dat?

Tommy Wieringa, Maike Meijer, Paulien Cornelisse. Bestsellerauteurs die hun eigen boeken uitgeven, met steeds hetzelfde team erachter. Nu heeft ook Kluun zich in dit rijtje gevoegd.

null Beeld Merel Corduwener
Beeld Merel Corduwener

Bij zijn debuut zou hij het nooit hebben ­aangedurfd, zegt schrijver en acteur Lykele Muus. De boeken­wereld was nieuw voor hem, hij leunde enorm op de kennis en ervaring van zijn uitgeverij. Maar bij zijn tweede roman begon het te wringen. Hij had uitgesproken ideeën over de vorm, hij wilde dat de vormgeving er commerciëler uit zou zien en wilde bijvoorbeeld ook geen aan­halingstekens in de tekst.

“Dat was belangrijk voor het verhaal en voor het begrip van de personages.” Allemaal wensen, zegt hij, die lastig waren om er bij zijn uitgever doorheen te krijgen. “Uiteindelijk werd veel van wat ik wilde een compromis.”

Zelf investeren

Dus besloot hij zijn volgende boek, Zo kan het dus ook, over wat een verademing co-ouderschap kan zijn, in eigen beheer uit te brengen. De schrijver als uitgever. Hij deed zelf alle investeringen en zat om de tafel met de drukker, zetter en vormgevers.

Zelf uitgeven, zegt Muus, heeft een negatief imago. “Alles en iedereen kan een tekst opsturen naar, zeg, Drukwerkdeal.nl, en honderd exemplaren laten drukken. Dat zegt niks. Die wereld zit vol charlatans: mensen die een suffe thriller hebben geschreven, een plaatje van een lantaarnpaal op de cover zetten en zichzelf schrijver noemen.”

Geen collectief

Wat hij maar wil zeggen: een boek uitgeven kan iedereen, zorgen dat het een succes wordt, is iets anders. Zo kwam hij terecht bij het uit­geefteam van Harminke Medendorp, Ruth Bergmans en Maarten Richel. Medendorp is ­redacteur en coördinator, Bergmans doet de marketing en de pr, Richel is met zijn New Book Collective verantwoordelijk voor sales en dis­tributie.

Noem ze geen collectief, want ze opereren zelfstandig – Medendorp is ook redacteur voor De Correspondent en diverse literaire uitgeverijen, Bergmans doet de pr voor Herman Koch, werkt op projectbasis voor uitgeverijen en heeft met schrijver en actrice Anna Drijver een ­bureau dat schrijvers traint in het vertellen van hun verhaal. Daarnaast helpen ze auteurs bij het uitgeven van hun boek.

“Maar de schrijver zit aan alle knoppen. Die neemt alle beslissingen en de risico’s,” zegt Bergmans. Medendorp: “Een schrijver die ­behoefte heeft aan een avontuur, komt bij ons met een idee of een manuscript. Als wij alledrie in dat avontuur geloven, kan de vlag uit en gaan we aan de slag.”

Mensenbusiness

Het team werd zes jaar geleden bij elkaar gebracht door Paulien Cornelisse, die haar boek De verwarde cavia zelf wilde uitgeven en goede mensen zocht om haar te helpen. Later volgden onder meer Rick Pastoor met Grip, Tommy ­Wieringa met zijn verhalenbundel Dit is mijn moeder, Muus en Toren C-actrice Maike Meijer met haar romandebuut Wen er maar aan.

Veelal met groot succes: Pastoor zit inmiddels op ruim 65.000 verkochte exemplaren, Meijer verkocht er in de eerste drie maanden ook zeker 65.000. Cornelisses Verwarde cavia verkocht er meer dan 100.000.

En nu voegt Kluun zich bij dit rijtje. Dit najaar publiceert hij Help, ik heb een puber – niet ­geheel toevallig 16 jaar na zijn boek Help, ik heb mijn vrouw zwanger gemaakt.

Mensenbusiness

Kluun zat bij uitgeverij Overamstel. “Uitgeve­rijen zijn een mensenbusiness,” zegt hij. “Met Harminke had ik in het verleden al veel samengewerkt. Toen zij en Ruth samen begonnen, zei ik al dat ik ooit een project met ze wilde doen. Help, ik heb een puber leek me heel geschikt.”

Daar speelde ook een zakelijk argument. Help, ik heb mijn vrouw zwanger gemaakt verkoopt nog steeds goed, en ook dit puberboek, verwacht hij, kan zomaar één, twee decennia mee. Hij wil uitgeverijen het vel niet over de oren trekken, maar zelf uitgeven is dan wel een stuk lucratiever.

Dit is het grote verschil met een klassieke uitgeverij: hier staat de schrijver aan het roer en neemt alle beslissingen. Die betaalt de drukker, vraagt vormgevers en eindredacteuren, kiest het omslag. Doet alles wat normaliter onder de verantwoordelijkheid van de uitgever valt. En in plaats van dat de schrijver een voorschot ­betaald krijgt, schiet hij zelf alle kosten voor. Bergmans, Medendorp en Richel investeren hun tijd erin en gaan pas verdienen als het boek op de markt is, volgens een ‘omgekeerd royalty­model’.

Geld als drijfveer

Het royaltypercentage dat schrijvers normaliter krijgen op de verkoopprijs van hun boek gaat nu naar het uitgeefteam. Vanaf het moment dat de investeringen zijn terugverdiend, houdt de schrijver/uitgever volgens deze constructie ongeveer twee keer zoveel over. “Maar als je alleen met ons in zee gaat om meer te verdienen, wordt het niks,” zegt Bergmans. “Als geld je enige drijfveer is, gaat het tegenvallen. Je moet zin hebben in ondernemen.”

Alle risico’s liggen immers bij de auteur. Muus, bijvoorbeeld, investeerde 15.000 euro. Droogjes: “De financiële klap ligt dus ook bij mij – ook als, zeg, de boekhandels opeens dichtgaan.”

Zilverfolie

Maar goed, dan heb je wel je boek zonder aan­halingstekens, of in een afwijkend formaat – ­zoals het piepkleine Japan in honderd kleine stukjes van Cornelisse. Medendorp: “We kunnen één keer zeggen: zou je dat nou wel doen, een boekje met zilverfolie en een leeslint is fors duurder, maar daarna gaan we samen kijken naar wat haalbaar is.” Wieringa nam zijn eigen vorm­gever en persklaarmaker – een eindredacteur in de laatste fase – mee, Meijer en Cornelisse tekenden hun eigen illustraties.

Een beginnende fictieschrijver, zegt Bergmans, zou ze in eigen beheer uitgeven niet snel aanraden. “Dat is te spannend. We moeten er wel van overtuigd zijn dat je tienduizend exemplaren kunt verkopen. Anders kun je beter aan de slag met een voorschot van een uitgeverij.”

Eigenlijk, zou je kunnen zeggen, werkt het het beste met mensen die al zo bekend zijn dat ze niet echt een uitgeverij nodig hebben. Maar dat vindt Medendorp te kort door de bocht. “Er zijn heel veel bn’ers die een boek willen schrijven en ook best veel die het doen, maar dat wordt lang niet altijd een succes. En ook het uitgeefdebuut van Paulien Cornelisse was spannend. Een boek over een cavia die op kantoor werkt, daar waren lezers niet zomaar nieuwsgierig naar. En trouwens: niemand kende Rick Pastoor voor hij zijn boek ging schrijven. Daar waren een goed uitgeefplan en mediacampagne voor nodig.”

Stoken in een goed huwelijk

Toch moet het scheve ogen geven. Auteurs die bekend worden bij een uitgeverij, die de nek voor ze uitsteekt, en dan vertrekken als ze op ­eigen benen kunnen staan. “We jagen niet op schrijvers,” zegt Medendorp. “Een hechte band tussen een schrijver en een uitgeverij is goud waard. Je moet nooit stoken in een goed huwelijk. Maar deze schrijvers hebben zelf behoefte aan avontuur of autonomie.”

Overamstel had het boek liever zelf uitge­geven, erkent Kluun. “Maar ik bekijk het per boek. In principe schrijf ik mijn volgende roman weer gewoon bij Overamstel.” Maar deze autonomie bevalt hem vooralsnog ook wel. “Vijf of tien jaar geleden had ik dit ook al best willen doen, maar toen bestond dit model nog niet. Ik heb goede mensen om me heen nodig die geen jaknikker zijn. En ja, je geeft zelf uit, maar deze mensen zijn zo sterk en zo senior, je zou wel gek zijn als je denkt het beter te weten.”

Voor Muus is het een fijne leerschool geweest. Opeens moest hij de vragen beantwoorden die hij vroeger zelf stelde. “Ik snap nu veel beter wat een uitgeverij allemaal voor je doet. Hoeveel ik ook te zeiken had, ik zie nu wat ze in me geïnvesteerd hadden en waarom ze af en toe hun poot stijf hielden als ik iets wilde wat ze ‘nooit deden’. Want als uitgever hoorde ik mezelf ook steeds zeggen: nee, zo doe ik dit niet.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden