PlusAchtergrond

Deze schrijver ontdekte dat hij een cocktail is van 13 etniciteiten

De dna-testkit die Marcel van Kanten cadeau kreeg, zette zijn leven op z’n kop. Hij bleek een cocktail van zeker dertien etniciteiten, van Afrikaanse slaven tot een zeilmaker uit Amsterdam. Hij schreef er een boek over: Wortelzucht.

Gerrit Hendrik Croese en Mathilda Johanna Blogg, de Indische betovergrootouders van Marcel van Kanten, met dochter Anna of Suzanne, omstreeks 1870. Beeld Marcel van Kanten
Gerrit Hendrik Croese en Mathilda Johanna Blogg, de Indische betovergrootouders van Marcel van Kanten, met dochter Anna of Suzanne, omstreeks 1870.Beeld Marcel van Kanten

“Ben jij Surinaams?” peilde de uitsmijter van een discotheek bij het Leidseplein. “Ik ben half-­Indisch en half-Surinaams,” antwoordde de toen 18-jarige Marcel van Kanten (1963), onder de indruk van de interesse naar zijn afkomst bij zijn kennismaking met het Amsterdamse uitgaansleven. “O, dan mag je maar voor de helft naar binnen.” Op zijn studentenkamer trok hij op de wereldkaart aan de muur lijnen tussen Amsterdam, Paramaribo en Jakarta. Die driehoek verwonderde en beknelde, hij wilde niet in strak afgebakende etnische hokjes worden gestopt. Terecht ook, zo bleek uit de Amerikaanse dna-testkit die hij recent als verjaardags­cadeau kreeg. De uitkomst was een cocktail van dertien etniciteiten. Opeens was hij ‘meer en anders’ dan hij dacht.

Het boek Wortelzucht is een verslag van de ­autobiografische zoektocht naar zijn etnische wortels in Europa, Azië, Latijns-Amerika en Afrika. In zijn vertakte stamboom huizen een aantal opmerkelijke voorouders. Van Afrikaanse slaven en Iers-Schotse slavenhouders in ­Suriname tot generaties Knil-soldaten met ­inlandse concubines in Nederlands-Indië. En van de beul van Leeuwarden tot een zeilmaker uit Amsterdam. Er is zelfs een dun lijntje naar de in 1963 vermoorde Amerikaanse president John F. Kennedy.

Was de uitkomst van uw dna-test een ­bevestiging of een verrassing?

“Als kind leerden mijn ouders mij dat ik van Surinaamse, Indische, Portugese en Afrikaanse afkomst ben. Later hoorde ik ook vage vermoedens over een Joodse voorvader. Maar ik blijk dus in bezit van dertien etniciteiten, waaronder vijf Afrikaanse.”

Dus nu blijkt u de wereldburger die u altijd al ­veronderstelde te zijn.

“Met dat verschil dat het wereldburgerschap nu mijn hoofdidentiteit is. En dat in een woelige tijd van polarisatie en hoogoplopende discussies over etniciteit en ons slavernijverleden. Het is vreemd als je niet wilt weten waar je zelf staat in dat verhaal. Wellicht is het een goed idee als elke Nederlander een dna-test doet. Dan blijkt dat we allen familie van elkaar zijn. Dan gaan we daarna opnieuw met elkaar in gesprek, zonder vooraf opgetrokken schotjes.”

Bij de Black Lives Matterdemonstratie vorig jaar op de Dam echode het stamboomonderzoek door uw hoofd, beschrijft u.

“Ik was daar met mijn dochter Annanova, aan wie ik het boek heb opgedragen. Bij het scan­deren van de leuzen vroeg ik me af: hoe ‘black’ ben ik zelf? Ik was halverwege mijn onderzoek, had ontdekt dat ik niet alleen ­afstamde van tot slaaf gemaakte Afrikanen, maar ook van Noord-Afrikaanse slaven­handelaars en Iers-Schotse en Duitse plantagehouders in Suriname. Dat ongemak kwam terug bij mijn deelname aan een Keti Koti-dialoogtafel aan het Krugerplein. Iedere deelnemer werd uitgenodigd zijn verhaal te vertellen, ter viering van de afschaffing van de slavernij, maar aan de deur vroeg de ­organisator of ik aan de witte of zwarte kant van de tafel wilde zitten. Dat was confronterend en verwarrend. Want waar hoort mijn multi­culti familiegeschiedenis thuis?”

Worstelde u met de schuldvraag?

“Toen wel. Nu heb ik daar een andere visie op. Ik had dit boek niet kunnen schrijven zonder ook aandacht te schenken aan de plantage­houders en slaveneigenaren in mijn familie – en dat zijn er nogal wat. Ik wilde ook nazaten van de familie Van Limburg Stirum ontmoeten, omdat hun verhaal ook mijn geschiedenis is. In hun landhuis hing een portret van Maria Kennedy. In haar archief vond ik mijn Afrikaanse oermoeder Elizabeth. De Kennedy’s waren een halve eeuw eigenaar van plantage Brouwers­lust in Suriname en van mijn tot ­slaven gemaakte familie.”

Los van een reeks opmerkelijke voorvaderen ontdekte u dat uw geliefde Indische Oma Moes kort voor de Japanse bezetters heeft gewerkt.

“Dat was een grote schok, want binnen mijn ­Indische familie onbekend. Opa Bollie kwam uit de witte bovenlaag en verdween als ambtenaar direct in het jappenkamp. Het was opportunisme van oma om te werken voor de Japanners. Zij moest haar vijf kinderen te eten geven. Na drie maanden werd ze ontslagen. Later in een vrouwenkamp ontsnapte ze aan de doodstraf.”

Ook uw Surinaamse overgrootmoeder Maria Rodrigues was een dominante persoonlijkheid.

“‘Grootmoesje’ beheerde het familiekapitaal, wandelde altijd met een groot pak geld op zak door Paramaribo. Overgrootvader Willem, zoon van slavin Helena van Kanten, moest ­altijd geld aan zijn vrouw Maria vragen. Maria was de dochter van Domingo Rodrigues, een geslaagde Portugese immigrant uit Madeira.”

Uw conclusie is dat Nederlanders nog een lange weg te gaan hebben in de groei van een collectief historisch bewustzijn.

“Het dekolonisatieproces is bepaald nog niet afgerond, sterker nog: het begint nu pas echt. Steeds meer Nederlanders, vooral met multiculturele achtergrond, herkennen zich niet meer in het gangbare witte historische ­narratief. De houdbaarheidsdatum daarvan is voorbij.”

Het Indische kookboek van Oma Moes

Als Marcel van Kanten het huis van zijn demente moeder leegruimt, die naar een verzorgingstehuis is verhuisd, stuit hij op het oude Indische kookboek van oma Moes. Hij was verzot op zijn oma, die hem de smaken van ‘het Land van Ooit’ liet ontdekken. Ze was nooit een gehoorzaam type geweest. Als zelfbewuste dame in het vooroorlogse Indië liep ze rustig in hotpants, reed ze rond op een vrachtwagen en schoot ze graag met haar jachtgeweer. Tussen de handgeschreven recepten voor saté babi en verschillende sajoers staan herinneringen aan de Japanse bezetting. ­“Papier was schaars. Oma Moes sleepte haar kookboek door de oorlog, Bersiap en repatriëring mee naar ­Nederland. Ik speel met het idee om ook die recepten uit te geven.”

Marcel van Kanten, Wortelzucht. De geschiedenis, dat ben ik. LM Publishers, 256 blz., € 24,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden