PlusInterview

Deze scheikundige is de ‘neus’ van luxe modehuis Hermès

Als Zwitsers scheikundige stuitte Christine Nagel als outsider in parfumwalhalla Grasse op weerstand. Inmiddels krijgt ze als de ‘neus’ van luxehuis Hermès volledig carte blanche bij het ontwikkelen van nieuwe geuren. 

Christine Nagel: ‘Ik herken mijn eigen geuren altijd.’Beeld Sylvie Becquet

Over welk onderwerp praat je met een beroemde ‘neus’? Juist ja, over haar neus.

Op welk moment van de dag is haar ‘gouden’ orgaan bijvoorbeeld op z’n best? Christine Nagel (62) barst in lachen uit. “Alors, laat ik beginnen met zeggen dat ik volledig normaal ben. Ik heb alleen wel een probleem, mijn neus staat 24 uur per dag aan en dat is best vermoeiend. Er zijn wel momenten waarop ik even niets ruik, een neus gaat af en toe vanzelf even in ruststand, maar du moment dat er een interessante geur voorbijkomt, wordt hij onmiddellijk wakker. Hij is altijd alert en ready to act, maar in de ochtend is hij uitgerust en presteert hij beter.”

Fascinerend. Nagels neus leidt een beetje een eigen leven, bevestigt ze, en dat heeft haar geen windeieren gelegd. Ze is verantwoordelijk voor zo’n honderd succesvolle geuren van Italiaanse en Franse modehuizen, waaronder Miss Dior Chérie, The One for Women van Dolce & Gabbana, en Sí van Giorgio Armani. Sinds 2016 staat ze als eerste vrouwelijke neus aan het hoofd van het parfumatelier bij luxehuis Hermès (in de eerste drie maanden van dit jaar alleen al goed voor een omzet van 82 miljoen euro), waarbij ze volledige vrijheid geniet.

“Er zijn geen deadlines, geld speelt geen rol, en er worden geen marketingtesten gedaan, dat is uniek,” vertelt ze over de telefoon vanuit haar atelier in Pantin, zo’n 6 kilometer van Parijs. “Ik start een project en als ik vind dat de geur volwassen is, presenteer ik haar aan Pierre-Alexis Dumas, artistic director van Hermès. Ik krijg volledig vertrouwen, een totale luxe. Dat biedt me de kans het mooiste uit een geur te halen, binnen het modehuis noemen we dat de ‘Hermès Time’. Dat was wel even schakelen toen ik deze job kreeg. Daarvoor voelde ik altijd de concurrentie in mijn nek hijgen, was er altijd haast.”

Tonkaboon en zwarte thee

Onlangs bracht ze weer een hoogstandje op de markt, L’Ombre des Merveilles Eau de Parfum, een interpretatie van Eau des Merveilles, een Hermèsparfum dat al zestien jaar op de markt is. “Ik heb altijd van die geur gehouden, een parfum zoveel vrouwelijkheid geven zonder bloemen was een technische prestatie van mijn voorgangers Ralph Schwieger en Nathalie Feisthauer.” In háár versie van de geur bracht Nagel meer diepte en contrast aan, alsof het een houtskoolschets betrof. “In een schilderij of foto brengen schaduwen een gezicht ook tot leven. Soms heb je donkere tonen nodig om iets verborgens te onthullen. Daartoe heb ik gewerkt met de sensualiteit van de tonkaboon, een lichte, luchtige wierook om de citrus te onderstrepen, en zwarte thee is de ruggengraat geworden van deze geur.”

Hoe meer weerstand materialen haar bieden, hoe meer ze ervan houdt, zegt ze. “Ik ga als een schilder te werk, voeg twee ruwe materialen ­samen, uit dat huwelijk komt een derde geur voort en het mooiste is het als daar een verrassing uitkomt.” Zo blijft ze bouwen, maandenlang, waarbij ze ‘de vibratie van de geur’ probeert te begrijpen.

Outsider

Als Nagel aan een parfum werkt, sprayt ze na het werk een sample in de auto, om zo op weg naar huis in Neuilly in alle rust twintig minuten in haar ‘scented bubble’ te vertoeven. “De volgende ochtend open ik met mijn verse neus het portier, en als de geur me dan nog net zo raakt als de avond ervoor, dan weet ik dat ik iets goeds te pakken heb. Ik slaap ook vaak met geuren die in ontwikkeling zijn naast mijn bed. Ik weet niet precies wat dat met mijn hersenen doet, maar het werkt voor mij.”

Als Zwitsers scheikundige die zich bekeerde en voet aan de grond wilde krijgen in de door mannen gedomineerde parfumwereld, werd ze in de jaren tachtig als outsider in Parijs en Grasse niet bepaald omarmd. 

“Een vrouw zijn én parfumeur was in die tijd behoorlijk onverenigbaar. Er kwamen veel obstakels op mijn pad, ook omdat ik niet uit het zuiden van Frankrijk kwam, en al helemaal omdat ik niet was opgeleid in Grasse, én daarbij was ik ook nog eens niet de dochter van een bekende parfumeur. Dat alles maakte dat ik twee keer zo hard moest werken als mijn mannelijke collega’s. Maar we spreken over lang geleden, momenteel zitten er op Franse parfumscholen meer meisjes dan jongens, bij de generatie die nu aan het werk is, is de verhouding half-half.”

Beeld Getty Images

Jarenlang durfde ze niet over haar ‘ongebruikelijke’ achtergrond te spreken. “Maar inmiddels ben ik er enorm trots op, het geeft me zoveel vrijheid bij het creëren. Vergelijk het met een danser die zoveel getraind heeft, waardoor hij ogenschijnlijk zonder enige moeite als een veertje door de lucht kan zweven. Een parfum kan ook eenvoudig lijken, maar dat is alleen mogelijk omdat daar zoveel kennis en oefening aan ten grondslag ligt. Daarbij heb ik het geluk gehad dat ik opgeleid ben door Michel Almairac. Toen ik in Genève werkte aan mijn eerste formule, belde hij me vanuit Grasse driemaal per dag met de vraag: ‘Christine, waarom heb je dat ingrediënt erbij gedaan?’ Als het me meer dan drie seconden kostte eer ik kon antwoorden, zei hij: ‘Weg ermee, verwijder het’. Daardoor bleef uiteindelijk alleen de essentie over, die puurheid past ook goed bij Hermès.”

Hekel aan neus

Haar getrainde neus is niet verzekerd. “Niet nodig, want de cellen in de neus verouderen nooit, dus ik kan nog jaren door.” Heeft ze ooit behoefte gevoeld wraak te nemen op een paar conservatieve heren? “Haha, nee hoor, succes is de ­beste wraak. Het mooiste in dit vak is als anderen verliefd worden op een van mijn geuren. Zo word ik nog steeds blij als ik op straat iemand ­tegenkom die een parfum van mij draagt. Mijn geuren hebben een duidelijke handtekening omdat ik graag risico’s neem, dus ik herken ze altijd. Héél soms moet ik iets langer ruiken, dan volg ik iemand even, soms vraag ik ernaar, maar dan heeft de persoon in kwestie altijd twee geuren gemengd. Mensen die ik lekker vind ruiken, maar wier geur vragen oproept, volg ik weleens, om mezelf uit te dagen.”

In de stad merkt ze momenteel geen geurverschil ten gevolge van de lockdown, op het platteland wel. “De natuur is er intenser. Ik wandel vaak, het is heerlijk en extra sensueel nu om via de wind geliefkoosd te worden door een bepaalde geur.”

Als kind had ze een hekel aan haar neus. ‘Te groot voor mijn hoofd, ik schaamde me ervoor. Neus en oren groeien nu eenmaal niet in hetzelfde tempo als de rest van het hoofd, later zijn de verhoudingen goedgekomen,” lacht ze. “Ik ben nu echt trots op mijn neus, ik kook er zelfs mee. Ik weet precies welke kruiden toegevoegd moeten worden, zonder geproefd te hebben.”

Bij het ontwikkelen van een geur gaat ze rigoureus te werk. Besluit ze om met citrusfruit te werken, dan verzamelt ze eerst alle mandarijnen, alle bergamots, alle sinaasappelen, gele en rode, uit Californië, uit Israël, uit Italië et cetera, want door de samenstelling van de grond is de geur ervan anders.

Geheime tuin

Haar vorige geur, Un Jardin sur la Lagune, was geïnspireerd op de tuin van de negentiende­eeuwse Engelse lord Eden, die zich op latere leeftijd, bijna blind, terugtrok in Venetië. Tot op de dag van vandaag is de tuin volgens Nagel het ‘best bewaarde geheim’ van Venetië. 

Bij ­hoge uitzondering kreeg ze de sleutel, opende er in januari 2017 het ijzeren hek, kwam er nog negen keer terug, en werkte bijna twee jaar aan het verwerken van haar emoties en het vangen van de magie in een fles. Waarbij ze naast de magnolia’s ook de houtachtige geur van de blootliggende wortels, de vochtigheid, en de specifieke, zoutige geur van Venetië reproduceerde.

Wanneer weet ze wanneer een geur af is? “Ik volg mijn instinct en zoek voornamelijk naar balans in een parfum, niet naar perfectie. Het zijn juist de eigenaardigheden die een parfum karakter geven. Overdreven proporties kunnen de sensatie geven waarnaar ik op zoek ben. Bij een beeld van Rodin zijn de handen en voeten ook vaak uit proportie, dat levert een waarheids­getrouw beeld en een emotie op.”

Dankbaar voor ‘de mooiste baan ter wereld’ gunt ze haar neus af en toe vakantie. Dat kan maar op één plek: op zee – ‘mijn man is een fantastisch zeezeiler’ – het liefst in Thailand of rondom de Maagdeneilanden, waar de wind en de zoutige zeelucht rust geven en haar neus ontlasten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden