PlusInterview

Deze kunstfotografen leggen letterlijk de kleur van de Amsterdamse natuur vast

Arja Hop en Peter Svenson fotograferen bloemen en bladeren langs straten en grachten, en gebruiken het plantenmateriaal om de beelden kleur te geven. Zaterdag opent in Huis Marseille hun expositie Florachromes.

Armeense klaproos langs de Gooiseweg in Amsterdam. Links: Residue Amsterdam.Beeld Arja Hop & Peter Svenson

Er ligt een korenveld aan de Reguliersgracht. Althans, dat zou je denken als je de foto van Arja Hop en Peter Svenson bekijkt. Het kunstenaarsduo ging in de stad op zoek naar planten die spontaan groeien in bermen en langs wegen, langs grachten en tussen stoep­tegels. 

Ze legden de plek vast waar ze de planten vonden, wat resulteerde in een grote verzameling zwart-witfoto’s die per buurt zijn gegroepeerd. Langs de kade van de Schippersgracht groeit bijvoorbeeld een Asplenium scolopendrium, oftewel tongvaren. Een auto stond zo lang in de Marnixstraat geparkeerd dat deze een biotoop is geworden voor knopkruid en andere planten.

Hop en Svenson maakten niet alleen foto’s van de planten. Arja Hop: “We hebben steeds dezelfde hoeveelheid plantenmateriaal verzameld. Die werd opgelost in water, waardoor een extract overbleef. Dat hebben we op analoge film aangebracht. Je krijgt dus een soort dia met een plantkleur.”

De films werden vervolgens afgedrukt op fotopapier. In Huis Marseille is nu een verzameling met 273 van deze fotografische kleurvlakken te zien. Elke kleur staat voor een specifieke plant die op een specifieke plek groeide. “Het gaat over de interactie tussen plant en mens. Het zijn wilde planten of planten die spontaan in de hele stad leven. Ze zijn ooit misschien wel aangeplant, maar hebben zich daarna een weg gebaand door de stad. Door het nauwe samen­leven van plant en mens is een enorme diversiteit ontstaan.”

Papaver

Zo is de stokroos ooit als tuinplant begonnen, en is die zichzelf later gaan verspreiden. Een ander voorbeeld van een plant die hier oorspronkelijk niet voorkwam is de peperkers. “Die groeit op zoutvlaktes. Hij is in Amsterdam gekomen omdat hier ’s winters wordt gestrooid.”

De Amsterdamse bodem verandert langzaam van polderland naar een soort woestijngrond. Er wordt veel bouwgrond gestort. Svenson: “Dat is zeezand met veel kalk in de vorm van schelpjes. Daar reageren planten op die daar graag op groeien.” Gaandeweg werd het duo zich ervan bewust dat er een parallel bestond tussen de diversiteit en de dynamiek van de stad en de hoeveelheid planten die er groeien.

Hop: “Aan de rand van de stad, bij bermen en uitvalswegen, staan interessante planten. De zaden worden vaak verspreid door auto’s. Of mensen gooien iets uit het raam.” Aan de Gooiseweg groeien nogal wat papavers. “We hebben het idee dat dat door menselijke interactie komt. Misschien gebruiken sommige mensen de stad als tuin.”

Plantaardige kleurstoffen

Arja Hop (Hierden, 1968) voltooide de opleiding schilderkunst aan de Academie voor Kunst en Vormgeving St. Joost in Breda. Daarna studeerde ze een jaar filosofie aan de Universiteit van Amsterdam.

Peter Svenson (Palmerston North, Nieuw-Zeeland, 1956) emigreerde in 1982 naar Nederland, waar hij jarenlang als kleurendrukker werkte voor een professioneel fotolab.

Toen Hop in 2013 aan een opdracht werkte voor het Stadsarchief, had ze het idee om plantaardige kleurstoffen op papier aan te brengen. “Maar ik kon het niet presenteren. Toen ben ik Peter tegengekomen en hij bedacht deze methode om film te gebruiken.” Svenson: “Ik voelde me heel erg aangesproken. Het was liefde op het eerste gezicht.”

Hop: “Het klikte gewoon in elk opzicht omdat het ook iets obsessiefs is om te doen. Daardoor werden we ook samen heel gelukkig.”

In de tentoonstelling in Huis Marseille richt het onderzoek van Hop en Svenson zich op vier rivieren: de Amstel en de Waal in Nederland en de Whanganui en de Tamaki op het Noorder­eiland van Nieuw-Zeeland. Langs de oevers van deze rivieren verzamelden ze bladeren en bloemen voor hun residuenprocedé. Daarnaast maakten ze foto’s van de omgeving, waarin de natuurkrachten een hoofdrol spelen. In Nieuw-Zeeland maakten ze ’s nachts foto’s van mangroves, met een sluitertijd van 10,5 uur. Svenson: “Je ziet het blauwe schijnsel van de maan als reflectie op het water op de foto.”

Langs de Waal bij Nijmegen nam het duo monsters van planten die zowel buiten als binnen de dijken voorkomen. Hop: “Dezelfde planten groeien overal. Binnendijks is agrarische grond en dat is een heel ander soort bodem dan buitendijks, waar de grond in direct contact staat met de rivier.” Hop en Svenson presenteren steeds twee foto’s boven elkaar, met dezelfde plant op verschillende bodems. Het verschil is soms enorm. Zo laten ze de impact zien die de omgeving op een plantsoort heeft.

Kwetsbare treurbeuk

In een achterzaal van Huis Marseille hebben ze bewakingscamera’s en monitoren geïnstalleerd die twee bomen in de tuin in de gaten houden. Hop: “De esdoorn staat hier waarschijnlijk al zo lang als het gebouw. De andere is een treurbeuk van ongeveer 150 jaar. We willen laten zien hoe kwetsbaar ze zijn.” Svenson: “Er zit een vrij diepgewortelde filosofisch idee achter. 

Ik vind het goed en belangrijk dat er in Nieuw-Zeeland nu drie rivieren zijn die rechten hebben. Ze hebben menselijke vertegenwoordigers, maar ze hebben dezelfde rechten als mensen. Het plan is om ook bergen en bossen straks rechten te geven. Het is een manier van denken over de natuur die wij heel interessant vinden.”

Residue Amsterdam, door Arja Hop en Peter Svenson.Beeld Arja Hop & Peter Svenson

Arja Hop en Peter Svenson, Florachromes, Huis Marseille, Keizersgracht 401, t/m 8/3

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden