Plus Recensie

Deze expositie is geheel gewijd aan het computervirus

Artistieke interpretatie van gijzelsoftware PolloCrypt. Beeld Bas van de Poel en Tomorrow Bureau.

33 jaar geleden dook het eerste computervirus op. Sindsdien zijn er meer dan een miljoen virussen ontwikkeld, met vaak heftige gevolgen. Het Nieuwe Instituut in Rotterdam werpt zijn licht op die ‘vernietigende schoonheid’. 

 In drie schaars verlichte gangen, waarin een dreigend computergebrom klinkt, presenteert Het Nieuwe Instituut – Museum voor Architectuur, Design en Digitale Cultuur de tentoonstelling Malware: Symptoms of Viral Infection. Aan de hand van twintig voorbeelden wordt de evolutie van het computervirus uit de doeken gedaan, en wordt er stilgestaan bij de culturele impact van ‘malware’, ofwel kwaadaardige software.

Het allereerste computervirus was een pesterijtje: Brain, in 1986 bedacht door de Pakistaanse broers Basit en Amjad Farooq Alvi. Het was niet bedoeld als virus, maar als bescherming tegen piraterij, en werd toegevoegd aan de medische software die de broers op floppydisks op de markt brachten. De waarschuwingstekst verscheen pas als er een illegale kopie werd gemaakt. De broers deden geen moeite om anoniem te blijven, het virus toonde hun adres en telefoonnummer in Lahore.

Antibacterieel flappengordijn

Ook de andere DOS-virusvoorbeelden in de eerste gang, die je binnengaat via een antibacterieel flappengordijn zoals die ook in laboratoria en ziekenhuizen hangen, zijn nog tamelijk onschuldig. Skynet liet direct weten dat de computergebruiker niets te vrezen had; ‘I am a very kind virus,’ verscheen in getypte letters in beeld. Vervolgens, in kreupel Engels: ‘You have do many works today. So, I will let your computer slow down (…) Press a key to continue.’

Als je op vrijdag de dertiende het geïnfecteerde programma Crash opende, verschenen er flikkerende balken op het beeldscherm. Door Coffeeshop verscheen de boodschap ‘Legalize Cannabis’ en een enorm hennepblad in beeld.

Artistieke interpretatie van gijzelsoftware PolloCrypt. Beeld Bas van de Poel en Tomorrow Bureau.

Met de opkomst van het internet verspreidden virussen zich steeds sneller en werden ze geniepiger en schadelijker. Er werden massamails verzonden die afkomstig leken van een betrouwbare bron – een vriend, collega of bekende organisatie – met bijlagen met besmette documenten. Zodra die werden geopend, drongen ze het geheugen van de computer binnen en werd een code geactiveerd die de computer besmet.

Een bekend voorbeeld van een e-mailworm is Anna Kournikova: een mailbericht, zogenaamd met een afbeelding van tennisster Anna Kournikova, dat tot een wereldwijde virusuitbraak leidde. Het was ontworpen door de 20-jarige Jan de Wit uit Sneek, hij kreeg een taakstraf van 150 uur.

Gijzelsoftware

Toen criminele organisaties en antivirussoftwarebedrijven doorkregen dat ze konden profiteren van hun virale creaties, begon de opmars van ‘ransomware’, criminele gijzelsoftware. Bij wie PolloCrypt binnenhaalde, verscheen een emmertje met kippenpoten van Los Pollos Hermanos op het beeldscherm – inderdaad, het fastfoodrestaurant van drugsbaron Gustavo Fring in de Netflixhitserie Breaking Bad. De gebruiker moest 1000 dollar betalen om zijn besmette bestanden te laten decoderen.

De afgelopen vijftien jaar zijn computervirussen door overheden ingezet als spionagesoftware en geopolitiek wapen. Het Stuxnet-virus, bijvoorbeeld, werd ontwikkeld door de Amerikaanse en Israëlische overheid om het nucleaire programma van Iran te saboteren. De NotPetya-cyberaanval, volgens geruchten gemaakt met inmenging van Rusland, legde de computers van ziekenhuizen, banken en de overheid in Oekraïne plat.

Vanwege de enorme impact zijn cyberoperaties in veel landen een onderdeel van het leger geworden. Zo heeft Nederland een Defensie Cyber Commando, dat namens de krijgsmacht ‘de digitale omgeving’ moet verdedigen.

Angst voor de pacemaker

De tentoonstelling in Het Nieuwe Instituut, dat in het voorjaar van 2017 ook al een fijne expositie over de kunst van screensavers organiseerde, is zeer informatief, maar visueel niet bijzonder prikkelend; de zaalteksten zijn veel interessanter dan de ‘artistieke interpretaties’.

Soms zijn de teksten wel erg wollig en gezocht. Zo staat er onder meer te lezen dat virussen weliswaar het resultaat zijn van menselijk ontwerp, maar dat ze een ‘niet menselijke kracht op gang brengen, hetgeen een meer dan metaforische gelijkenis tussen ziektes en computerziektes met zich meebrengt: beide zijn een vorm van lichamelijke invasie’.

Dan zijn we via nog meer flappengordijnen in de derde gang aan­beland, en hebben de grapjes plaatsgemaakt voor – letterlijk – levensbedreigende virussen. Een ana­tomische illustratie van een menselijk lichaam, met een kloppend hart en een pacemaker, illustreert op grafische wijze de stelling dat malware een reëel gevaar voor onze gezondheid wordt, omdat mensen nu eenmaal steeds meer technologie in hun lichaam krijgen.

Malware: Symptoms of Viral Infection, t/m 10 november in Het Nieuwe Instituut in Rotterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden