Opera

Deze Debussy blijft een precair stuk

Pelléas et Mélisande Beeld Petrovsky & Ramone

Théodore Dubois, in 1902 de directeur van het Parijse conservatorium, verbood zijn studenten te gaan luisteren naar het nieuwste stuk van Claude Debussy, de opera Pelléas et Mélisande. Dubois vond dat ze er alleen maar verkeerde dingen van zouden leren, zoals vocale partijen die ergens tussen zingen en reciteren in zweefden en een orkestbehandeling die veel te veel met de dunne haartjes van een aquarelpenseel op de notenbalken was gezet, in plaats van met de gebruikelijkere, dikkere romantische olieverfkwast.

Dubois was lang de enige niet die weinig begreep van Debussy’s revolutionaire partituur, maar dat vermocht het succes van het lyrische drama in vijf bedrijven niet tegenhouden. Niettemin blijft het een precair repertoirestuk, zoals woensdagavond werd bewezen bij De Nationale Opera, waar het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van de Fransman Stéphane Denève zich boog over dit meesterwerk in somnambulerende schaduwtinten, om Matthijs Vermeulen maar weer eens aan te halen.

Muzikale sluimeringen 

Het KCO speelde prachtig, daarover bijzonder weinig klachten (of het moest over het opeens merkwaardig rommelige slot zijn). Maar het was de regie van Olivier Py die op een intrigerende manier de plank volledig missloeg, door een op zichzelf fantastisch en bij vlagen briljant scènisch concept te bedenken dat in zijn steriele kunstmatigheid niet vérder bij de dromerige muzikale sluimeringen van Debussy vandaan kon staan.

Technisch was deze enscenering zonder meer een hoogstandje. De mogelijkheden van het draaitoneel werden tot het uiterste benut; de vormtaal was met zijn fraai uitgelichte pyramidale trapconstructies, die op schier oneindige manier in een mum van tijd bleken om te bouwen, verbluffend consequent, doordacht en evocatief. Knap, knap, knap, maar er ontbrak één essentieel onderdeel: waar was de ontroering?

Het begon mooi en veelbelovend. De raadselachtige Mélisande – een sterke rol van Elena Tsallagova, die op haar beste momenten precies het ‘zachtmoedige indringende timbre’ had dat Debussy zo bewonderde in Mary Garden, de allereerste Mélisande – kwam door een muur van hangende, van metaal ogende buizen naar de voorzijde van het podium gelopen. De vooruitwijzing naar haar volkomen terloopse dood, begeleid door zachte tikken op andere lange metalen buizen (buisklokken), werd pas ruim drie uur later duidelijk – en toen hield je toch even de adem in. Verder was alles te veel losgezongen van de tere, enigmatische vluchtigheid van Maurice Maeterlincks symbolistische drama.

De zangers viel niets te verwijten. Met als uitblinker Brian Mulligan in de rol van Golaud, de oudere man die de jonge Mélisande tegen haar zin met zich meeneemt (gevalletje #MeToo zou je zeggen), en met goede rollen van Paul Appleby als Pelléas, Katia Ledoux als Geneviève, Peter Rose als Arkel en de jongenssopraan Gregor Hoffman als Yniold, was het vocale aandeel prima in orde.

Dat het koele, doorgeschoten constructivisme van Py na afloop geen enkel boegeroep in de zaal teweegbracht, was raadselachtig, maar misschien ook wel helemaal in de geest van het stuk.

Opera

Debussy-Pelléas et Mélisande
Door De Nationale Opera, Koninklijk Concertgebouworkest en Koor van DNO o.l.v. Stéphane Denève
Gezien 5/6, Nationale Opera & Ballet
Te zien in 8, 12, 16, 18, 23, 27/6, aldaar

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden