null

Tips

Deze boeken moet je volgens onze boekrecensenten écht meenemen op vakantie

Beeld Getty Images

Nog geen idee welke boeken je in je reiskoffer moet stoppen? De boekrecensenten van Het Parool tippen deze must reads voor de zomervakantie. Van een vette thriller tot romantiek en voor wie eindelijk eens hoog-literair wil bijlezen.

Joukje Akveld

1. De zomer is voor lievelingsschrijvers. Anna Woltz scoort bij pre-pubers met een mix van goedgebekte tieners, rampspoed en romantiek in De tunnel (Querido, 11+). Een buitenlandse stad (Londen versus New York), een dramatische gebeurtenis (de Blitzkrieg, 1940/orkaan Sandy, 2012), een bozige hoofd­persoon met een hang-up (Ella is mank door polio/Emilia had smetvrees) – check, check, check. Een verhaal waar je doorheen glijdt als een mes door zachte boter.

2. Mees Kees-succesduo Mirjam Oldenhave en Rick de Haas heeft een nieuw boek. Boutje van de rommelberg (Ploegsma, 6+) wortelt stevig in de werkelijkheid, tegelijk buitelt Oldenhaves fantasie alle kanten op. Een vader verdwijnt ineens in de gevangenis, dieren laten zich met een vingerknip temmen en onmogelijk lijkende bevrijdingsplannen blijken in de praktijk gewoon te werken. Soms zijn de bochten wat erg kort. Maar uitnodigend is Boutje zeker, en met de luchthartige kleuren­illustraties ook laagdrempelig

3. Nu corona in Nederland onder controle lijkt, kunnen we het weer over andere dingen hebben. Waarover? Nou, alles eigenlijk. Terry Denton, illustrator van De waanzinnige boomhut-serie, schreef het ideale boek: Terry Dentons echt serieus geweldige gids voor alles (Lannoo, 8+) biedt stof voor verhitte achterbankdiscussies en staat vol aftroefweetjes over het heelal, evolutie, uitvindingen… Meligheid en flauwe woordgrappen troef.

Maarten Moll

1. Lekker om de vakantie mee te beginnen, de thriller Koninkrijk (Cargo) van Jo Nesbø. In een Noors bergdorp bestiert Roy Opgard een tankstation. Hij woont alleen in de boerderij van zijn ouders, die bij een auto-ongeluk om het leven zijn gekomen. Dan keert zijn broer Carl opeens vanuit Amerika terug. Wat wil hij met de boerderij? Wie is die vrouw aan zijn zijde? Waarom doet een politieagent onderzoek naar het ongeluk van hun ouders? Hoe verhouden de broers zich tot elkaar? Doorlezen!

2. Dan iets heel anders, minder verstrooiend. Ook een dikkerd. Philip Roth. De biografie (De Bezige Bij), geschreven door Blake Bailey. Met die duizend pagina’s bent u wel even bezig. Was Philip Roth een misogyne man, of alleen een misogyne schrijver? Of niets van dat alles? Bailey schreef een schitterende biografie waarin hij Roth niet spaart, omdat hij zich niet uitspreekt. Hij laat zien. En dan is het aan u om te oordelen (of niet). Neem voor de zekerheid ook Sabbaths theater mee, misschien wel Roths beste roman.

3. Tenslotte, voor de korte concentratie de meesterlijke verhalenbundel Lettipark (Uitgeverij Vleugels) van Judith Hermann. Haar personages plukt ze, zo lijkt het, gewoon van straat. Geen grootse levens, eerder schrijnende, en toch betekenisvol. Uit veel van de zeventien verhalen spreekt melancholie, een terugblik op vervlogen kansen, een verloren, ander leven. Hermann laat je je een indringer in die levens voelen, zo dichtbij haar personages laat ze je komen. Het zijn verhalen die, ondanks het ingetogen taalgebruik en het getoonde mededogen, ook meedogenloos zijn. Prachtig.

John Jansen van Galen

1. Michel de Jong beschrijft in Oliebollen-Nel, De oorlog van een kermisdiva (Nijgh & Van Ditmar) het turbulente leven van zijn verre achter­nicht Nelly Denies, met haar blonde pijpen­krullen en pronte gestalte de trekpleister van haar vaders oliebollenkraam. Ze is een troefkaart in de moordende concurrentiestrijd in het milieu van rondtrekkende kermisexploitanten, maar ook de koningin van het Haagse nacht­leven. En: na de Duitse inval de spin in een vertakt web van collaboratie en illegaliteit, zwarthandel en (contra-)­spionage.

2. Nog een biografie, maar daar ben ik nou eenmaal dol op: Nescio, Leven en werk van J.H.F. Grönloh van Lieneke Frerichs (Van Oorschot). Het onopmerkelijke leven – veertig jaar op kantoor, regelmatig promotie – van een opmerkelijk schrijver. Wie van Nescio houdt moet deze biografie lezen: Frerichs verweeft zijn voettochten en reizen minutieus met de neerslag ervan in zijn verhalen.

3. Van het leven van Jef Last zoals beschreven door Rudi Wester in Bestaat er een raarder leven dan het mijne? (Prometheus) raak je daarentegen buiten adem. Nauwelijks is hij ergens (China, Scandinavië, Indonesië) of hij kent de taal, maakt vrienden, geeft colleges, schrijft boeken, heeft erotische ontmoetingen. Nooit ergens thuis, in zijn gezin noch bij zijn homoseksualiteit. Literair bijzonder productief, maar in Nederland nauwelijks erkend. Socialist zonder partij, sinds hij als Spanjestrijder het communisme de rug toekeerde. Westers stijl swingt niet, maar flair had Last zelf genoeg.

Marjolijn de Cocq

1. De Baskische thrillertrilogie De stilte van de witte stad van Eva García Sáenz de Urturi (AW Bruna) voert mij deze zomer naar Baskenland. Mee gaat een nieuwe Baskische held, de robuuste rechercheur Jon Gutiérrez (‘niet dat hij dik is’) die in De Rode Koningin van Juan Gómez-Jurado (Boekerij) met de Spaans-Britse Antonia Scott betrokken raakt bij een moordzaak die onder de pet moet worden gehouden. IJzersterk duo in een originele nieuwe reeks.

2. Kleine levens, groots boek. In Osebol (Atlas Contact) keert Marit Kapla terug naar het leeggelopen gehucht in de Zweedse bossen waar ze opgroeide. De houtindustrie is verdwenen, de skipiste overwoekerd, de brug over de rivier staat op instorten en de winkels zijn dicht. In als gedicht vormgegeven flarden tekst geeft ze de overgebleven bewoners van oudsher en markante nieuwkomers elk hun eigen stem. Een poëtische documentaire over een vervlogen tijd – verslavend.

3. De mistral waait als grillig godenkind over de Luberon in de Provence in Het lied van de mistral, de vervoerende debuutroman van Olivier Mak-Bouchard (Meulenhoff). Twee buurmannen doen een archeologische vondst die leidt tot een reis door de tijd in een roman doordrenkt van legendes, dromen, natuur en oud-Provençaalse gerechten en gezegden. Met glansrol voor de Huzaar, een eigenzinnige kat.

Dirk-Jan Arensman

1. Alle langwerpige deeltjes van de reeks ‘gedundrukt door’ zijn fijn bagagevriendelijk. Maar Schip in dok, erebloemlezing uit het werk van de vorige jaar overleden grootmeester op de korte baan J.M.A. Biesheuvel (Van Oorschot) is helemaal ideaal voor vakantiekoffer of zomerbinnenzak. Met tussen evergreens en publieksfavorieten ook een verslagje van een (droom)vakantie: ‘Ik fietste overdag en las des avonds. Ik at er goed en genoot van het leven. Dat hield ik twee weken uit.’

2. De graphic novel Dagen van zand (Scratch-books) van Aimée de Jongh zorgt voor een hoogst volwassen, ronduit literaire variant op het ‘met een stapel strips op de achterbank’-gevoel. Het verhaal van de fictieve fotograaf John Clark die in 1937 naar Oklahoma trekt, om de armoede en ellende vast te leggen van de Grote Depressie, is meeslepend genoeg. Maar vooral visueel is deze getekende evenknie van John Steinbecks The Grapes of Wrath spectaculair.

3. Stephen King is al een paar jaar een vaste zomerreisgenoot die maar zelden teleurstelt. Zijn nieuwe roman komt in augustus, net te laat voor deze vakantie. Maar ik verheug me al een tijdje op deze bundel: 4 Seizoenen (Luitingh-Sijthoff) uit 1982. Vier novellen annex compacte romans, waarvan er twee tot zelfs door de cinemakritische schrijver geliefde verfilmingen leidden. Rita Hayworth en Shawshank Redemption las ik stiekem al. Aardige film, meesterlijk boekje.

Hans Renders

1. Wéér een boek over Parijs? Er zijn al zoveel gidsen en overzichten, over de Vijftigers in Parijs of over het beroemdste kerkhof ter wereld Père Lachaise. Maar Eric Min brengt ons in Gare du Nord (Pelckman Uitgevers) niet zozeer naar de plekken van Parijs maar naar de ervaringen van Belgische en Nederlandse kunstenaars die naar de lichtstad trokken. Over ‘steile ambitie en jeugdige overmoed, geilheid en knaldrang’.

2. Over Erik Hazelhoff Roelfzema is veel geschreven en ruim drie miljoen mensen bezochten de musical die over hem gemaakt is. Minder bekend is dat Peter Tazelaar, net zo’n grote Soldaat van Oranje, verzetsheld en spion was. En volledig onbekend was dat Tazelaars latere echtgenote Sabine Zuur een verzetsvrouw was. Haar dochter Eva Taylor-Tazelaar vond na de dood van haar moeder in 2012 dozen vol met brieven en documenten en schreef Sabines oorlog. Hoe mijn moeder de kampen overleefde (Alfabet).

3. Jan Brokken schreef de geschiedenis van Olga, de jonge vrouw die later zijn moeder werd. De tuinen van Buitenzorg (Atlas Contact) is helemaal een Brokkenboek: geschiedenis, romantiek, mededogen en de wereld­gebeurtenissen als decor van een individueel leven. ‘De Oosterse ziel voelt alles anders aan’ is het motto van dit prachtige verhaal over het leven op Celebes van voor de Tweede Wereldoorlog, met en passant ontroerende doorkijkjes. Olga heeft een roerig leven geleid, haar zoon maakt duidelijk dat ze in de eerste plaats ‘intens gelééfd’ heeft.

Dieuwertje Mertens

1. ‘Hoezo blauw? vraagt een van de mannen. Ik weet nooit wat ik moet zeggen. We hebben het niet voor het uitkiezen, van wat of wie we houden, wil ik antwoorden.’ Bluets, de moderne klassieker van Maggie Nelson (Atlas Contact) is een soort mengvorm van essay, poëzie en memoir waarin een ik-verteller haar liefde voor de kleur blauw onderzoekt en tegelijkertijd haar liefdesverdriet probeert te verwerken. Een opwindende leeservaring vol zinnen om te koesteren.

2. De vertelster in De tweede plaats van Rachel Cusk (De Bezige Bij) raakt gefascineerd door een kunstenaar, nadat zijn zelfportret in Parijs haar onder ogen is gekomen. Dat doet haar beseffen dat ze alleen is en hoe deze staat zowel een geschenk als een last is. Cusks indringende observaties zijn poëtisch, ­filosofisch en intelligent, genoeg materiaal om over te mijmeren met een blik op de zee.

3. Nicolien Mizee schrijft in 1994 haar eerste fax aan haar docent scenarioschrijven Ger Beukenkamp. Ze schrijft hem over haar vriendschappen, zussen, de moeilijke relatie met haar ouders, naakt poseren en de vorderingen rondom haar debuutroman. Ger reageert nooit. Geestige en volstrekt eigenzinnige bespiegelingen in een stijl om je vingers bij af te likken. Neem deel 1 tot en met 4 (Hoog en laag springen, Faxen aan Ger IV, Van Oorschot) mee op vakantie, om nooit meer die stoel uit te komen.

Mojdeh Feili

1. Zomerburen van Rianne Robben (Blossom Books) speelt zich af in Drenthe, waar Olivia naartoe ontsnapt na een abrupte breuk met haar vriend Niels. Op de boerderij van haar grootouders wakkert de vriendschap met het buurmeisje Ilse aan, die Olivia alles leert over de lhbtq-gemeenschap. Echt een roman om bij weg te dromen terwijl je in gedachten door het groene Drenthe fietst, maar ook om diepere gedachtes op te wekken over hoe families omgaan met lhbtq-onderwerpen.

2. Kaweh Modiri heeft het intrigerende Mitra (Thomas Rap) geschreven. Het verhaal van de geëxecuteerde Mitra en haar (en Modiri’s ­eigen) moeder Haleh. Zij vlucht na de executie van haar dochter naar Nederland, waar ze zich opwerkt in de academische wereld. Haar leven wordt echter volledig op zijn kop gezet als de vrouw die Mitra heeft verraden volgens ondergrondse netwerken nu ook in Nederland woont. Een spannende pageturner over de zoektocht naar rechtvaardigheid.

3. In de debuutroman Aria van Nazanine ­Hozar (Cargo) komt de jonge soldaat Behrouz een vondeling tegen op straat in Teheran. Hij neemt het meisje mee naar huis. De invloed van drie vrouwen op Aria’s leven staat centraal, maar ook de afwezigheid van de liefdevolle Behrouz is een terugkerend thema. Tegen de achtergrond van dit persoonlijke en ontroerende verhaal speelt de Iraanse revolutie zich af.

Dries Muus

1. Zit er iets in het kraanwater van Amsterdam-Zuid, of in de lucht rondom de Willemsparkweg? Iets waardoor rebelse debutanten even scherp als komisch afgeven op hun bevoorrechte omgeving? De debuutroman De geschiedenis van mijn seksualiteit van Sofie Lakmaker (Das Mag) past in het rijtje Koch-Grunberg-Vuijsje; spreektaalmonologen in romanvorm uit (en over) Zuid. Niet dat Lakmaker die voorgangers kopieert, haar stem is compleet origineel, en het gaat ook over identiteit, gender en verlies. Aanstekelijk grappig en dan opeens ­intens verdrietig.

2. Hij zal er altijd aan herinnerd worden, en elk boek zal weer worden vergeleken met zijn meesterwerk: de vijfdelige romancyclus over alter ego Patrick Melrose. Inmiddels schreef Edward St Aubyn ook vijf niet-Melrose-romans. In Dubbelblind (Prometheus) neemt St Aubyn ons mee naar Londen, Sussex, Cap d’Antibes en Big Sur, laat zijn personages nadenken en discussiëren over de oerknal, ecologie, psychoanalyse, kunstmatige intelligentie – maar de ideeënrijkdom staat in dienst van de liefdes, conflicten en vriendschappen.

3. Kindertijd van Tove Ditlevsen (Das Mag) is het eerste deel van een autobiografische trilogie, verschenen in 1967. Een portret van de schrijfster, opgroeiend in Kopenhaagse arbeiderskringen. Het gezin – en eigenlijk de hele omgeving – lijdt aan armoede, milde honger, krappe behuizing en geluidsoverlast. De onderburen slaan elkaar dagelijks de hersens in, maar het wordt pas écht eng wanneer het stil is. De diepste angsten en verlangens van de jonge Ditlevsen verbluffend invoelend beschreven, in een prachtige stem die dichtbij die van een kind blijft, maar waar de wijsheid van een volwassene doorheen klinkt.

Thomas Verbogt

1. Betoverende, onweerstaanbare, ja, verslavende verhalen van de grootste verteller uit de wereldliteratuur. Alles gaat om de spanning tussen hoe het leven is en hoe het zou moeten zijn in De dertig beste verhalen van Anton Tsjechov (Athenaeum-Polak & van Gennep). Schilderachtige personages, onvergetelijke ­taferelen, geestig, onderhoudend, zeer dramatisch, zeer sentimenteel – maar Tsjechov ­doseert alles meesterlijk. Iedereen wil leven ­tegen alle klippen op, bijna iedereen raakt ­hopeloos verdwaald in die pogingen en blijft toch hopen op betere tijden, want die zijn er vast. Die hoop is een anker. Al die avonturen, barstensvol Russische melancholie en passie, komen adembenemend dichtbij.

2. Herinneren we ons uit onze kindertijd niet de zomerboeken met van alles wat, verhalen, weetjes, raadsels, grappen? Je kon niet wachten op de eerste regenachtige dag. De ­jongens van Barbarber (Querido) lijkt op zo’n zomerboek. Toef Jaeger schreef de geschiedenis van Barbarber, gemaakt door K. Schippers, J. Bernlef, G. Brands, en prominent op de reservebank Jan Hanlo. Die geschiedenis is ook een bloemlezing uit dat ongewone tijdschrift vol verwondering over het permanente avontuur van het alledaagse, over de ­details die dat alledaagse verbazingwekkend maken, vooral als die geïsoleerd een eigen leven krijgen. Anders kijken naar alles wat ons omringt, dat is het.

3. Een beginnend componiste uit Athene komt per toeval in de filmwereld terecht. Ze moet tolken tijdens de opnamen van een film van Billy Wilder, de regisseur van veel prachtfilms waarvan de meeste nauwelijks door de tand des tijds zijn aangetast. Meneer Wilder en ik van Jonathan Coe (De Bezige Bij) is een roman over de ontwikkeling van deze jonge vrouw Calista, maar vooral het levensverhaal van Billy Wilder, verteld met een wonderlijk lichte intensiteit, haast terloops, maar niet wanneer het raakt aan het grote drama in het ­leven van de regisseur. Stilistisch is deze roman soms erg merkwaardig, maar daar lees je overheen, waar gelukkig alle aanleiding toe is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden