PlusAchtergrond

Designteam Stedelijk compleet: ‘Soms wil je meteen reageren met vormgeving’

Ingeborg de Roode, Amanda Pinatih en Thomas Castro: het designteam van het Stedelijk Museum.Beeld Ivo van der Bent

Het designteam van het Stedelijk is weer op sterkte. Klaar om tentoonstellingen te maken op verschillende snelheden, die reflecteren op de eigen collectie, vormgevingstrends en de actualiteit.

Het Stedelijk Museum heeft sinds de jaren zestig drie designconservatoren: een voor grafisch ontwerp, een voor toegepaste kunst en een voor industriële vormgeving. De vorige directeur Beatrix Ruf nam een conservator aan die al snel weer vertrok, omdat zij aankondigde helemaal geen aparte designtentoonstellingen meer te willen maken. Toen Carolien Glazenburg vorig jaar met pensioen ging, had het Stedelijk nog maar een designconservator over.

Inmiddels is er een andere wind gaan waaien. Begin dit jaar werd Amanda Pinatih aangesteld, naast oudgediende Ingeborg de Roode, en afgelopen week werd Thomas Castro benoemd. De vormgevingsafdeling van het Stedelijk is daarmee weer op volle sterkte.

“Ik verschil van Amanda en Ingeborg in de zin dat ik ben opgeleid als maker,” zegt de Filipijns-Amerikaanse Castro. Hij is ­medeoprichter van grafisch ontwerpbureau Lust en was hoofd van de afdeling graphic design van de kunstacademie in Arnhem. “Design gaat voor mij over meer dan het object. De maker en de omgeving waarin hij of zij opereert zijn net zo belangrijk. De ­hiërarchische verhouding tussen klant en vormgever in Azië bijvoorbeeld, of de informele economie in Afrika.”

Koloniale voorwerpen

Castro zal nauw samenwerken met zijn collega’s. Dat past bij de huidige designpraktijk, waarin disciplines steeds meer overlappen en ook crossovers naar beeldende kunst niet vreemd zijn. Pinatih wil dat bredere perspectief vooral gebruiken om ‘verborgen verhalen en leemtes in de collectie bloot te leggen’. Het mag geen verrassing zijn dat ze als een van de oprichters van Design Museum Dharavi in Mumbai daarbij een niet-westerse bril opzet. “We doen onderzoek naar voorwerpen van koloniale herkomst. Voor de Tweede Wereldoorlog organiseerde het Stedelijk veel tentoonstellingen met Indonesische beeldende kunst en vormgeving en werd er ook aangekocht. Wat heeft dat betekend? En welke verhalen zijn nu nog of weer relevant, bijvoorbeeld voor de identiteitsvorming van jongeren met een migratieachtergrond?”

Die zelf-reflexieve houding zit ook in Van Thonet tot Dutch Design, de huidige collectiepresentatie die opgeblazen foto’s bevat van vroegere tentoonstellingen. Maar de ambitie reikt verder dan herijken en herwaarderen van het eigen verleden, zegt Pinatih. “Het gaat ook om de vraag wie de erfgoedmakers van vandaag zijn. En daarbij moeten we onze blik breder richten dan alleen op Europa en Noord-Amerika.”

Bij dat terugkijken kunnen de conservatoren niet om het modernisme heen, dat in Nederland tot grote bloei kwam, van De Stijl tot Droog Design. Castro: “Toen ik in de jaren negentig naar Nederland kwam, was het straatbeeld een who is who van Nederlands ontwerp: het logo van NS, de brievenbussen, affiches: alles. Grote bureaus als Dumbar en Total Design drukten hun stempel op de openbare ruimte, maar ook beginnende ontwerpers kregen een kans.”

“Dat had alles te maken te maken met de toenmalige designwereld,” zegt De Roode. “De overheid was toen nog erg aanwezig als opdracht­gever.”

“Jonge ontwerpers nemen nu meer zelf het heft in handen,” zegt Castro. “Hun werkwijze is vergelijkbaar met die van de farma-industrie. Ze wachten niet op opdrachten, maar investeren eigen tijd en geld en verdienen pas geld als hun ontwerp aanslaat. Ze hanteren wat ik de Wu-Tang Clanmethode noem: werken in los-vaste verbanden waarbij de resultaten niet strikt aan één individuele maker zijn toe te schrijven. Een heel andere opvatting van auteurschap dan de vroegere sterdesigners hadden.”

Explosie aan uitingen

Niet alleen hoe vormgevers werken is veranderd, maar ook wat ze maken. “Mijn eigen discipline, grafisch ontwerp, is door de komst van apps en sociale media gedemocratiseerd. Er is een explosie aan visuele uitingen, waarvan sommige maar een dag bestaan. De vraag is of en hoe je dat als museum moet verzamelen en bewaren.”

Het proces is in veel gevallen belangrijker geworden dan het eindproduct, stelt De Roode. Dat laat zich lastig tentoonstellen. “Wij hebben bijvoorbeeld Lost Luggage van Janne Kyttanen in de collectie. Een USB-stick met data die nodig is om met een 3D-printer je bagage te reproduceren, zodat je nooit meer bang hoeft te zijn die kwijt te raken op de luchthaven. Die stick is het eigenlijke werk, maar je hebt zo’n print nodig om het verhaal te vertellen.”

Dat de komende designtentoonstellingen – minstens één grote per jaar – anders dan traditioneel monografische presentaties moeten worden, staat vast. De eerstvolgende is er een over nieuwe materialen met als werktitel Material Matters, waarin duurzaamheid een van de onderwerpen is. De Roode: “Ontwerpers leveren belangrijke bijdragen aan dit soort maatschappelijke vraagstukken en zorgen voor vooruitgang. Tot voor kort was er nauwelijks aandacht voor het ontwerp van zonnepanelen, tegenwoordig houden ontwerpers zich ermee bezig en kunnen ze veel beter in de gevel worden geïntegreerd.” Pinatih: “Maar er zijn ook innovaties die minder hightech zijn, zoals nieuwe toepassingen van algen en koemest.”

“We willen werken op verschillende snelheden,” stelt Pinatih. “Een tentoonstelling vergt twee jaar voorbereiding maar soms wil je meteen reageren. Dat hebben we gedaan met de opdracht aan Farida Sedoc om te reageren op de Black Lives Matterbeweging. Donderdag vroegen we haar om een affiche, vrijdag kregen we hem en dinsdag hing hij al op zaal.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden