PlusAchtergrond

Denk nog eens aan mij, vragen deze eeuwenoude portretten in het Rijksmuseum

Petrus Christus, Portret van een jonge vrouw, ca. 1470. Gemäldegalerie der Staatlichen Museen zu Berlin. Beeld Gemäldegalerie der Staatlichen Museen zu Berlin
Petrus Christus, Portret van een jonge vrouw, ca. 1470. Gemäldegalerie der Staatlichen Museen zu Berlin.Beeld Gemäldegalerie der Staatlichen Museen zu Berlin

Ze zouden zo van het doek kunnen stappen, maar de portretten die het Rijksmuseum bij elkaar bracht voor tentoonstelling Vergeet me niet komen uit de renaissance. Niet eerder waren er in Nederland zoveel bijeen.

Haar huid is porselein geworden. Meer dan vijfhonderd jaar geleden poseerde een jonge vrouw voor de ezel van de Vlaamse schilder Petrus Christus. Ze draagt de Bourgondische mode die omstreeks 1470 populair was in Frankrijk en de Nederlanden.

Haar blauwe jack heeft een diepe V-hals, met daaronder een zwarte borstlap. Zowel die lage hals als het opvallende hoofddeksel, een hoge, afgeplatte kegel, kwam eind jaren zestig in de mode. Mooi detail: als je voor het schilderij staat zie je goed dat een flinterdunne voile over haar schouders is gedrapeerd. Een gouden speld houdt het transparante stukje stof op zijn plek. Met een krachtige maar ook kwetsbare blik kijkt de jonge vrouw de beschouwer aan. Door craquelures, barstjes in de verf, is haar huid door de jaren heen steeds meer op keramiek gaan lijken.

Het portret, een van de topstukken van de Gemäldegalerie in Berlijn, hangt nu op een spectaculaire tentoonstelling in het Rijksmuseum met meer dan honderd portretten uit de renaissance. Vergeet me niet is de titel van de expositie, om aan te geven dat al die mensen op de schilderijen zich lieten vereeuwigen om herinnerd te worden. Keizers, prinsessen, geestelijken, ­geleerden en vooral welgestelde burgers uit de 15de en 16de eeuw lieten zich vastleggen voor het leven en voor het nageslacht. Het gaat om geschilderde, gebeeldhouwde en getekende portretten uit die periode.

Superrealistisch

Er zijn bekende kunstwerken uit het Rijks zelf te zien, maar ook veel bruiklenen uit de hele ­wereld. De portretten zijn allemaal in Europa gemaakt, al komen de geportretteerden daar niet altijd vandaan. Zo is er een portret van een Afrikaanse man van Jan Mostaert, geschilderd omstreeks 1525-1530. Een getekend portret van een Afrikaanse man door Albrecht Dürer is ­gedateerd 1508 en is daarmee de vroegst bekende tekening van een zwarte man in de West-Europese kunst.

Sofonisba Anguissola, Zelfportret aan de schildersezel, ca. 1556–1557.  Beeld Muzeum-Zamek, Lancucie
Sofonisba Anguissola, Zelfportret aan de schildersezel, ca. 1556–1557.Beeld Muzeum-Zamek, Lancucie

De tentoonstelling heeft nog meer ‘primeurs’, zoals het vroegst bekende Hollandse schuttersstuk (1529), van de Amsterdamse kunstenaar Dirck Jacobsz, met zeventien leden van het Kloveniersgilde. Sofonisba Anguissola maakte omstreeks 1556-’57 een van de eerste geschilderde zelfportretten als vrouwelijke schilder. Een van de eerste gebeeldhouwde zelfportretten is van Johan Gregor van der Schardt uit 1573. De kunstenaar maakte het zichzelf niet gemakkelijk door het werk superrealistisch te maken en op half formaat. Dat maakte het onmogelijk om een afgietsel van zijn hoofd te maken. In plaats daarvan moet hij zijn torso met een spiegel hebben bestudeerd. Zelfs zijn kalende kruintje heeft hij treffend weergegeven.

Schoonheidsideaal

Het paneel van Petrus Christus is een van de mooiste kunstwerken op de tentoonstelling, maar is in die zin dus eigenlijk mislukt. Want we weten niet precies wie is afgebeeld. Het schoonheidsideaal dat uit het portret spreekt is wel herkenbaar, want met haar strakke huid, scherpe ogen en donkere kleding ziet ze er op een ­bepaalde manier heel hedendaags uit. Dat geldt voor meer personen. De geleerde op het geschilderde portret van Quinten Massijs zou je zo bij de bakker tegen kunnen komen. Hij heft zijn hand op en heeft zijn mond een tikkeltje open, waardoor het lijkt alsof hij op het punt staat om iets te zeggen. “Een halfje volkoren, graag.”

Jan Jansz Mostaert, Portrait of an African Man (Christophle le More?), ca. 1525 - ca. 1530.  Beeld Rijksmuseum
Jan Jansz Mostaert, Portrait of an African Man (Christophle le More?), ca. 1525 - ca. 1530.Beeld Rijksmuseum

De herinnering aan een persoon in stand houden, dat was al sinds de oudheid een van de ­belangrijkste functies van portretten. In sommige gevallen zat het sowieso wel goed met die herinnering. Op een blad van Daniele da Volterra kijkt niemand minder dan Michelangelo ons aan. Zijn hoofd schuin, zijn blik wat vermoeid. Op het moment dat Da Volterra zijn 34 jaar oudere vriend vastlegde, was Michelangelo achter in de zeventig. Zijn volle baard, donkere wenkbrauwen, gegroefde voorhoofd, boksersneus en vooral de uitdrukking in zijn ogen getuigen van een leven vol successen en ontberingen.

Kind en machthebber tegelijk

Bepaalde attributen of beeldconventies keren steeds terug. In Italië was het lange tijd gebruikelijk om de geportretteerde en profil weer te ­geven, terwijl men in de Nederlanden het model liever driekwart liet poseren. Aan het eind van de 15de eeuw gingen ook de Italianen overstag.

De tentoonstelling is ingedeeld in zalen met huwelijksportretten, kinderen, machthebbers, geleerden en zelfportretten, maar erg strikt is die indeling niet. Je zult bijvoorbeeld maar kind zijn én machthebber, zoals Ranuccio Farnese. De jongen was net als zijn grootvader, Paus Paulus III, voorbestemd voor een kerkelijke carrière, toen hij in 1540 benoemd werd tot overste van de Venetiaanse afdeling van de Maltezer orde. Titiaan schilderde hem als elfjarige, waarbij hij een geweldig evenwicht wist te bereiken tussen de kinderlijke uitdrukking van de knaap en de volwassen rol die hij moest vervullen. Wij kijken over de schouder van de schilder mee naar een jongen wiens ogen verraden dat hij zich zeer bewust was van zijn bijzondere positie.

Vergeet me niet. Portretten van Dürer tot Sofonisba: t/m 16 januari in het Rijksmuseum.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden