Plus

'Denk je nu echt dat we zulke flat characters zijn?'

In Er Speelde Nog Nét Geen Draaiorgel zijn de columns van Sylvia Witteman over Amsterdam gebundeld. 'Mensen zijn hier niet zo op hun hoede.'

Sylvia Witte­man: 'Mensen zullen zeggen: donder dan eens een eind op, als het je niet bevalt. Maar ik weet niet waar­heen.' Beeld Brenda van Leeuwen

De afspraak is in een van de horecavoorzieningen in het Vondelpark. Níet het Blauwe Theehuis, waar ze ooit is weggescholden ­omdat ze iets lelijks had geschreven over de frietjes. Wel: zelf koffie halen, en dat duurt even.

Flauw om te klagen, zegt Sylvia Witteman (53). Maar toch, zo'n park, visitekaartje van de stad, vol met toeristen, en iedereen in de rij voor een drankje. En dan die rode karretjes overal, met vieze en veel te dure hotdogs.

In Er Speelde Nog Nét Geen Draaiorgel zijn haar columns over Amsterdam uit de Volkskrant gebundeld. "Lezers van buiten de stad klagen wel eens: ze lult zo veel over Amsterdam. Maar ik kan moeilijk naar Twente verhuizen voor de lol van de lezer. Dan zit je daar en kun je een paar stukjes schrijven over de postbode en de buren en heb je het gehad."

"In Amsterdam is het makkelijker. Dat stel met die baby, daar zou ik zo een column over kunnen schrijven. Die baby is van haar, niet van hem. Ik heb ze net even kunnen afluisteren. Mensen zijn hier niet zo op hun hoede, ze hebben een schild om zich heen. Dat heb je in de stad."

Hoe hebt u de stad zien veranderen ?
"Toen we acht jaar geleden terugkwamen uit Washington, waar mijn man correspondent was, was het nog normaal. Nu wordt het elk weekend drukker. Amsterdam wordt toeristen- en elitestad."

"Mensen zullen zeggen: donder dan eens een eind op, als het je niet bevalt. Maar ik weet niet waarheen. Ik weet ook niet wat er aan te doen is. Het is niet meer zoals het was, maar het is zo bejaard om erover te zeiken."

"En dan ben ik nog geen echte Amsterdammer ook. Alleen mijn dochter is een echte Amsterdammer, zij is de enige van ons die hier is geboren."

U hebt het in uw boek, mild gezegd, niet zo op het Stedelijk Museum. Hebt u de ontwikkelingen rond directeur Beatrix Ruf gevolgd?
"Dat vind ik niet boeiend, al die machinaties achter de schermen. Het Stedelijk is ontzettend lelijk, dát vind ik het grootste schandaal. Ik snap niet hoe dat heeft kunnen gebeuren, die margarinekuip. Waarom mogen architecten zulke dingen bouwen? 'Internationale allure' zou het hebben. Als iets maar lelijk genoeg is krijgt het vanzelf internationale allure."

Iets anders wat u niet meevalt in Amsterdam, is uit eten gaan: achter de ober aan en die tegen de grond drukken om te kunnen bestellen.
"Ik ga ook bijna nooit meer uit eten, ik vind het niet zo leuk. Ik ben nogal boertig, ik wil gewoon om zeven uur eten en niet allemaal dingetjes. Het duurt vaak eindeloos, en dan staan ze met z'n pink boven je bord te wijzen wat erop ligt. Ik denk dan alleen maar: wég met die hand!"

Nu dan de dierbare dingen van de stad.
"Heel veel dierbare dingen. Artis, dat is mijn lievelingsplek. In een dier kun je een bepaalde emotie gieten. En er valt altijd iets te zien, de mensen die een dagje uit zijn, de gescheiden vaders met hun kinderen."

Sylvia Witteman, Er speelde nog nét geen draaiorgel, Nijgh en van Ditmar, €8,99, 184 blz. Beeld -

"Ik ben blij dat de olifanten nu een beter verblijf hebben en de roofdieren straks ook. Ik hoop alleen niet dat ze alles vernieuwen, ik hou erg van die 19de-eeuwse gebouwen. Als ik de leeuwen zo zie liggen denk ik: veel Amsterdammers wonen een stuk kleiner en die klagen ook niet."

U schrijft ook over uw kinderen en 'huisgenoot P.' Is dat lastiger nu uw man, Philippe Remarque, hoofdredacteur is van de Volkskrant? Als er #ophef is, zoals toen u na alle #ophef over Mano Bouzamour had geschreven dat die louter wordt uitgegeven omdat hij een migrantenkind is, wordt die relatie er direct bijgehaald.
"Ik sta nog steeds achter wat ik over Mano Bouzamour heb geschreven. Ik vond zijn boek slecht, maar had kennelijk niet mogen zeggen dat hij kan publiceren omdat hij een kind van twee culturen is. Dat is toch geen schande?"

"Uitgevers hebben zo veel redenen om boeken uit te geven. Omdat het een goed boek is, of een bijzonder verhaal, of omdat de schrijver een lekker wijf is of in een trend past."

"Wat betreft mijn relatie met de hoofdredacteur: ik werk al 20 jaar voor de Volkskrant, Philippe is pas 8 jaar hoofdredacteur. Het is stom toeval en het één heeft verder niets met het ander te maken. En 90 procent van wat er in ons huis gebeurt haalt nooit de krant."

"Mensen denken dat ze ons van haver tot gort kennen. Denk je nu echt dat we zulke flat characters zijn? Over heel particuliere dingen schrijf ik niet. Mijn kinderen zouden me doodslaan."

"Al koop ik het ook af. Dan vraag ik aan mijn jongste van 14: mag ik het opschrijven? Dan mag jij van mijn geld een hele emmer halen bij Kentucky Fried Chicken."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden