Review

Degelijk en braaf, maar wel charmant

Foto EPA Beeld
Foto EPA

De vier muzikanten van de Britse groep Mumford & Sons leken gisteravond meer opgewonden dan hun publiek. Niet alleen was het hun eerste concert in Amsterdam, maar vooral het grootste dat ze tot dusverre buiten het festivalcircuit hadden gegeven. En het moet gezegd: als debutanten in de uitverkochte Heineken Music Hall klonken ze overtuigender dan destijds het Schotse Franz Ferdinand, dat in 2004 ook binnen één jaar van kleine zaaltjes naar die immense concertdoos in Zuidoost schoot.

Het publiek was de groep ook zeer ter wille. Het juichte, klapte en zong massaal mee met alle nummers van dat ene album dat het kwartet tot dusverre maakte. Tokkelend op de banjo, dobro, mandoline en gitaren speelde de groep zich in amper elf maanden via het festival Crossing Border, Motel Mozaïque en een spraakmakend, enthousiast ontvangen optreden op Lowlands het grotezalencircuit binnen.

Noem het geen folkband, daar zijn ze niet blij mee. Het is meer een popband in folkbezetting. Het resultaat is bruisend frisse muziek voor een breed publiek, waarvan het overgrote deel nog niet eens geboren was toen groepen als The Flying Burrito Brothers, Country Gazette en Fairport Convention zo'n veertig jaar geleden iets vergelijkbaars deden.

Het dwingende enthousiasme van Mumford & Sons op het debuutalbum Sigh no more zorgde ervoor dat de groep al werd vergeleken met Arcade Fire. Ook The Waterboys zijn een referentie, al mist frontman Marcus Mumford toch echt de podiumpersoonlijkheid van Mike Scott. Soms hebben de Mumfords ook het aanstekelijke van The Pogues, maar dan zonder de punkattitude die laatstgenoemde groep - en dan zeker niet alleen zanger Shane MacGowan - kenmerkte.

Mumford & Sons speelt degelijk, ambachtelijk, wat braaf, weinig charismatisch, maar tegelijk ook erg enthousiast, innemend en charmant. Daardoor lijken ze eigenlijk nog het meest op Snow Patrol - ook een band die mateloos populair is door 'gewoon' te doen en geen rare bokkensprongen te maken.

Erg veel repertoire hebben de jonge Britten nog niet. Het debuutalbum komt vrijwel geheel voorbij, aangevuld met een handvol nieuwe songs die niet altijd loepzuiver worden gespeeld en gezongen, maar zeker iets van een belofte in zich hebben. Met drie blazers en een cellist als gastmusici in enkele nummers is het geluid mooi vol.

De hitsingle Little lion man is zo'n liedje waarbij je niet stil kunt blijven staan. Dat maakt Mumford & Sons niet direct een muzikale sensatie. Het was geen concert waar je als een 'ander mens' vandaan komt. Maar wel als vrolijk mens. (PETER BRUYN)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden