PlusAchtergrond

Deense film en tv te succesvol: kan de vraag niet aan

Na successen als The Bridge en The Killing zijn Deense series zo populair dat de vraag groter is dan het land aan kan. ‘We moeten soms wel twee jaar wachten op ervaren mensen.’

Zo’n tien jaar geleden werden in Denemarken per jaar 2 of 3 televisieseries geproduceerd. Dat zijn er nu bijna 20. Daarbij komen nog 20 tot 25 films.

Merete Mortensen leidt een succesvol Deens tv-productiebedrijf. Ze had altijd de beste talenten voor het uitkiezen. Toen ze vorig jaar een creatieve meedenker nodig had voor een nieuw programma, ving ze echter bot bij haar eerste en zelfs tweede keus.

Ze probeerde ze over te halen met alles wat ze kon bedenken – meer salaris, langdurigere contracten, biertjes – maar vergeefs. Mortensen: “Het was een gek jaar in Denemarken, we probeerden allemaal zo hoog mogelijk te bieden op de beste mensen, het leek wel een veiling.”

Netflix, Amazon Prime en hun steeds talrijkere concurrenten hebben de televisiewereld op zijn kop gezet. Ze zorgden voor een forse toename van het aantal series, dus ook voor meer banen voor acteurs, regisseurs, producenten en scriptschrijvers – niet alleen in traditionele creatieve broedplaatsen als Hollywood, New York en Londen. De streamingdiensten kiezen voor hun internationale producties steeds vaker landen als Frankrijk, Japan en Brazilië.

Misschien is die ontwikkeling nergens zichtbaarder dan in Denemarken. Daar worden dankzij een almaar toenemende vraag meer kwalitatief hoogstaande series en films gemaakt dan ooit. In een land met slechts 5,6 miljoen inwoners heeft dat geleid tot een constant tekort aan de professionele krachten die daarvoor nodig zijn.

Chronisch tekort aan vakmensen

Bij Facebookgroepen van mensen uit de Deense film- en televisie-industrie wemelt het van de vacatures. Sommige series moesten de productie zes maanden of voor onbepaalde tijd uitstellen, zegt Claus Ladegaard. Hij is directeur van het door de regering gesubsidieerde Deense Film Instituut, dat veel producties financiert. Ladegaard: “We moeten soms wel twee jaar wachten tot we ervaren productieleiders vinden.” Ook kent Denemarken te weinig scriptschrijvers, regisseurs en cameramensen.

De publieke omroep TV2 en het Filminstituut deden onlangs een beroep op de Deense Filmschool, ’s lands enige opleidingsinstituut, om het aantal studenten te verdubbelen. Nu laat de school om de twee jaar slechts 42 studenten toe, veel te weinig om aan de groeiende vraag te voldoen. Volgens Ladegaard werden zo’n tien jaar geleden in Denemarken per jaar twee of drie televisieseries geproduceerd. Dat zijn er nu bijna 20. Daarbij komen nog 20 tot 25 films. Met als gevolg een chronisch tekort aan vakmensen, want alle producenten vissen in dezelfde vijver met talenten.

Tv-producent Stine Meldgaard moet vaak rekening houden met wat er gebeurt bij andere series en films, omdat acteurs er steeds gecompliceerdere en drukkere agenda’s op nahouden.

Meldgaard: “Ik zeg dan tegen een andere productiemaatschappij dat wij een bepaalde acteur nodig hebben tot twee uur ’s middags, maar dat zij hem meteen daarna mogen hebben.”

Ons gesprek vindt plaats in een onderzoek­kamer van het Hvidovre Ziekenhuis buiten ­Kopenhagen, waar Meldgaard een serie opneemt over een in oplichting bedreven artiestenechtpaar, Pros and Cons. Meldgaard: “Gelukkig zijn we in Denemarken goed in samenwerken.”

Nordic Noir

Denemarken was tot voor kort vooral bekend om zijn gulle uitkeringsstelsel, minimalistische meubilair en Lego. In de internationale televisiewereld was het niet meer dan een pixel. Maar zo’n tien jaar geleden begonnen Deense tv-omroepen hun investeringen in kwalitatief hoogstaande dramaseries voor televisie fors te verhogen. Series als The Killing en The Bridge groeiden uit tot een steeds populairder genre, Nordic Noir. Kenmerken zijn wrede misdaden gepleegd tegen een achtergrond van troosteloze landschappen. Getormenteerde personen overheersen, wat je misschien niet zou verwachten in een land waarvan de inwoners tevreden heten te zijn en niet graag uit de pas lopen.

Succes is er ook in andere genres. Een van de populairste series van de laatste tien jaar was het politieke drama Borgen, over de fictieve eerste vrouwelijke Deense premier die een balans moet zien te vinden tussen gezin en politiek.

“Die successen haalden in veel landen ook het vooroordeel onderuit dat televisie-met-ondertitels slechts een uiterst beperkt publiek aanspreekt,” zegt Hanne Palmquist, adjunct-directeur programmering bij HBO Nordic. Dankzij Borgen groeide de belangstelling voor andere Scandinavische producties, zoals het Zweedse Wallander en het Noorse Lillehammer.

The Killing and The Bridge brachten het tot Engelstalige remakes in de Verenigde Staten en veel Deense projecten worden geproduceerd door Amerikaanse maatschappijen. HBO Nordic begint dit jaar met de opnamen van zijn eerste Deense productie, Kamikaze, een drama met jongvolwassenen.

De eerste Deense Netflixserie, The Rain, ging in 2017 in première. Het is een sciencefictionverhaal over jongeren die het virus overleven dat het grootste deel van Scandinavië heeft ­geëlimineerd. The Rain is nu bezig aan zijn derde en laatste seizoen.

The Rain.

Met de hulp van Netflix

The Rain was in het eerste seizoen een van Netflix’ succesvolste niet-Engelstalige series ooit,” aldus Tesha Crawford, bij Netflix directeur internationale series. Volgens producent en co­auteur Christian Potalivo zou de serie nooit zijn gemaakt zonder het streamingplatform. “Geen enkele grote omroep in Denemarken wilde eraan beginnen. Ze vonden het te duur, niet gericht op een specifiek publiek. We borgen het op in een la, totdat Netflix langskwam.”

Die internationale belangstelling mag dan stress geven bij productiemaatschappijen, voor werknemers in de industrie is het een zegen, vooral als ze aan het begin staan van hun loopbaan. Mads Mengel studeerde deze zomer af aan de Deense Filmschool en vond bijna meteen een baan als regisseur voor DR, de grootste omroep. Mengel: “Dit overtrof al mijn verwachtingen. Al na anderhalve maand had ik werk.”

Merete Mortensens bedrijf Heartland produceert vooral documentaires en realityprogramma’s. Ze werkt liever met afgestudeerden aan journalistenopleidingen dan met studenten aan de filmacademie. Ook elders worden journalisten veel gevraagd. Mortensen: “Als ze net van school komen, kunnen ze al banen krijgen met een maandsalaris van zo’n 40.000 kronen (5400 euro).”

In tegenstelling tot andere Europese landen biedt Denemarken productiebedrijven geen belastingvoordelen. De film- en televisie-industrie profiteert er echter van typisch Deense eigenschappen. Zo blijven relaties die werden aangeknoopt op bijvoorbeeld de filmacademie lang bestaan. Een goed ontwikkeld subsidiesysteem helpt nieuwe filmmakers op weg. Door het gebrek aan duidelijke grenzen tussen de genres hanteren regisseurs en scriptschrijvers voor tv of film dezelfde artistieke maatstaven. Hanne Palmquist van HBO Nordic: “Zelfs in de jaren negentig hoefde een filmregisseur zich hier niet te schamen als hij ook voor televisie werkte.”

Talent voor goede verhalen

De belangrijkste reden voor het succes is het nationale talent om een goed verhaal te vertellen. “We blinken uit in verhalen over mensen en relaties, het gaat terug tot de Noordse mythologie,” aldus Louise Vesth, coproducente van de nieuwe Deense film A Taste of Hunger. Ze had moeite een filmploeg in te huren, hoewel ze een vooraanstaand regisseur had weten te strikken, evenals de acteur Nikolai Coster-Waldau, die Jaime Lannister speelde in Game of Thrones.

De groeiende populariteit van Deense films en series houdt het gevaar in dat de makers concessies doen aan de smaak van een wereldwijd publiek en ze de typisch Deense kenmerken afzwakken waarmee het genre juist groot is geworden – zoals een complexe verhaaltrant en trouw blijven aan een Deense omgeving en de Deense volksaard. Dat is te zien in het na de apocalyps nog herkenbare Kopenhagen in The Rain en in de cynische underdogs van Pros and Cons.

Adam Price, de Deense bedenker en regisseur van Borgen, moet niets hebben van concessies: “Als je mikt op een te groot publiek, heb je straks misschien helemaal geen publiek meer.”

De Deense Filmschool laat om de twee jaar slechts 42 studenten toe, veel te weinig om aan de groeiende vraag te voldoen. De school is gevraagd om een verdubbeling.

© The New York Times
Vertaling René ter Steege

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden