Plus Interview

Deense Dorthe Nors is zes weken writer in residence in Amsterdam

Dorthe Nors (49) is zes weken writer in residence in Amsterdam. Haar verhalenbundel Kaart van Canada is net uit. ‘Dit is een van de beste plekken om te schrijven.’

Dorthe Nors: ‘Ik hou van de bomen langs de grachten. In Kopenhagen hebben ze ze allemaal omgehakt.’ Beeld Lin Woldendorp

Ze zat jaren geleden op het terras van café De Zwart toen een bekende tegen Dorthe Nors zei: “Weet je van die schrijversresidentie van het Nederlands Letterenfonds? Dat is daar.” Hij wees naar een verdieping boven Athenaeum Nieuwscentrum aan het Spui. Dors keek sprakeloos naar boven, en het enige dat ze kon uitbrengen, was: “Wat een coole plek.” Ze dacht: daar wil ik een keer schrijven.

“En nu woon ik hier zes weken! Tot half november,” zegt Nors, gezeten aan de keukentafel. Ze kijkt er zeer content bij. Tot ze merkt dat er geen koffie uit de kan komt. Ze priegelt wat aan het deksel, tot de koffie begint te stromen.

“Sorry,” zegt ze, en kijkt weer vrolijk als ze het bellen van de tram hoort. “Ik woon in Denemarken langs de Noordzeekust. Daar is het mooi en rustig, maar soms verlang ik naar het rumoer van de stad. Dat geluid van de bellende trams was het eerste wat me opviel hier. Het deed me op de een of ander manier aan het oude centraal Europa denken, een gevoel van melancholie. Ik heb dat opgeschreven. De kans bestaat dat dat in een zin in een verhaal terechtkomt, hoewel ik hier in Amsterdam niet aan nieuwe verhalen schrijf, maar aan een essaybundel over de kustlijn van de Noordzee – ook over klimaatverandering, waar mensen bang voor zijn, wat we dreigen te verliezen.”

Niet getreurd, want net is Kaart van Canada verschenen. Het is een bundel met veertien geweldige verhalen, waarin wolven figureren, al dan niet in wasbakken onanerende mannen en jerrycans en vrieskisten onheilspellende voorwerpen zijn. Het gaat over liefde, afwijzing, eenzaamheid.

“Voor mij gaan al die verhalen over ontwrichting,” zegt Nors. “Geen van de personages voelt zich thuis op de plekken waar ze zich bevinden. Ze zijn op de vlucht, op reis, hebben relatieproblemen, zijn net verhuisd. Ze bevinden zich op een kruispunt, in de ruimte tussen waar je je thuisvoelt en het onbekende. In zo’n situatie neem je beslissingen of maak je keuzes, of je gaat terug naar een plek waar je geen beslissingen of keuzes hoeft te nemen.”

Langs de grachten

Nors kwam door het succes van haar verhalen in het buitenland zelf ook in een min of meer ontwrichtende situatie terecht. “De structuur van mijn leven veranderde omdat ik continu op reis was om mijn werk te promoten. Ik schrijf nu in de ruimte tussen interviews en presentaties. De veertien verhalen in Kaart van Canada zijn in mijn diaspora geschreven. Als ik echt aan iets schrijf waar ik plezier aan beleef en ik weet dat het werkt, maakt het niet uit waar ik schrijf. Al stop je me in een vrieskist…”

Na een korte stilte: “Al zou ik hier nu alweer terug willen komen, dit is echt een van de beste plekken om te schrijven. En ’s avonds, als al de toeristen weg zijn, langs de grachten slenteren. Ik hou van de bomen langs de grachten. In Kopenhagen hebben ze ze allemaal omgehakt.”

Dan vertelt ze over de magie van de zin. Van een zin die ze hoort in de bus of een café, waarvan ze weet dat het een verhaal is. Ze slaat die zin op in haar hoofd, soms voor jaren. En op een dag schrijft ze om die zin een verhaal. Volgens Nors heeft de Duitse schrijver Judith Hermann dat ook (ook al zo’n goede verhalenschrijver).

“Zonnehonden, het tweede verhaal in Kaart van Canada, is om zo’n zin geschreven die ik hoorde: ‘Ik ben bang dat je over me gaat schrijven.’”

Vanmiddag staat ze als gastdocent eerstejaars Deens aan de UvA te woord. “Over de vorm van het korte verhaal, precisie, detail, muzikaliteit van de zinnen – en over hoe ik beroemd werd.”

Ze lacht om dat laatste, maar we willen dat verhaal natuurlijk wel horen. En Nors vertelt. Het klinkt als een sprookje. Hoe ze aan een tafeltje thuis haar eerste verhalen schreef, beïnvloed door haar landgenoot, de sprookjesschrijver Hans Christian Andersen. Hij is volgens Nors de beste korteverhaleneschrijver aller tijden, omdat iedereen, over de hele wereld, zijn verhalen kent. “Hij zit in mijn bloed.”

Die eerste verhalen vormden de bundel Karateslag (met het schitterende De zomer van de begraafplaatsen), dat in Denemarken werd geprezen. Daarna werd het weer stil, tot de verhalen in het Engels werden vertaald en de vertaalster ze aan Amerikaanse tijdschriften probeerde te slijten.

Mekka van het korte verhaal

“Waarom niet? Gewoon proberen, for the fun of it! We stuurden ze één voor één in. En ze namen ze! The Boston Review als eerste, en toen verschenen ze in nog een aantal literaire tijdschriften. Harper’s Magazine…”

Karateslag werd gekocht door de Amerikaanse uitgeverij Graywolf Press. “Een van de uitgevers stuurde, zonder dat ik het wist, een paar verhalen naar The New Yorker.”

Toe maar. The New Yorker, het mekka van het korte verhaal. Als je verhaal in The New Yorker heeft gestaan, kun je rustig sterven.

“Had ik zelf nooit gedaan, hoor. Je stuurt geen verhalen naar The New Yorker. Die hoogmoed. Geen kans voor een Deense schrijver, toch?”

Een bal voor open doel.

“Ze kochten er één. Dat opende alle deuren…”

Dorthe Nors, uit Herning, midden-Jutland. Springlevend zit ze midden in Amsterdam aan een keukentafel en worstelt met het deksel van een koffiekan.

Het wachten is op dat verhaal met een bellende tram.

Dorthe Nors: Kaart van Canada. Vertaald door Edith Koenders en Adriaan van der Hoeven. Podium, €18,50. 144 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden