PlusBoekrecensie

Debutant Azumah Nelson schrijft meeslepend over zwarte pijn

Dirk Jan Arensman

In zijn lyrische romandebuut Open water vertelt de Brits-Ghanese Caleb Azumah Nelson (1993) in de tweede persoon enkelvoud een verhaal dat je hopelijk (her)kent, om je je te laten inleven in ervaringen die je mogelijk níét kent. Het resultaat is meeslepend én confronterend, en het begint zoals veel met de liefde.

null Beeld -
Beeld -

Een naamloze fotograaf valt tijdens een verjaardagsfeestje in een Londense pub voor een naamloze danseres/studente, vriendin van zijn beste vriend Samuel. Vanwege die laatste complicatie dansen de twee een tijdlang om hun gevoelens heen, maar al in de proloog zijn die zonneklaar: ‘Jullie keken naar elkaar met dezelfde aandachtige betovering die jullie vaker overvalt sinds jullie eerste ontmoeting. Jullie zijn als de draden van een koptelefoon met elkaar verstrikt, verstrengeld in dit iets. Een gelukkig ongeluk. Een warrig wonder.’

Buitenbeentje

Maar terwijl hun aarzelend begonnen vriendschap intiemere (relatie)vormen aanneemt, wordt ook duidelijk hoe bepalend het is dat ze zwart zijn. Ze weten beiden hoe het voelt om als niet-witte beursstudent het buitenbeentje te zijn, daar soms aan te willen ontsnappen, het basketbalveld of de dansvloer op. En ze beginnen niet voor niets samen aan een kunstproject waarvoor ze zwarte Londenaren portretteren. (‘Het is één ding om bekeken te worden, een ander om gezien te worden.’)

Maar tegelijkertijd eist de dagelijkse druk van (institutioneel) racisme ook zijn tol. Nelson beschrijft indringende flitsen van discriminatoir geweld en etnisch profileren, waarmee ook de verteller te maken krijgt. Hoe hij, geconditioneerd om ‘sterk’ te zijn, moeite heeft zich kwetsbaar te tonen.

Zware thema’s, die een loodzwaar boek hadden kunnen opleveren.

Zadie Smith

Gelukkig dus dat in Open water óók uitbundig de zwarte cultuur wordt gevierd. Met onder meer een ontroerend flitsrolletje voor Zadie Smith, verwijzingen naar J Dilla en Kendrick Lamar, of die innerlijke monoloog over zó vaak dat ene nummer van Isaiah Rashad hebben gehoord ‘dat je precies wist wanneer de baslijn van onder de tokkelende gitaarakkoorden tevoorschijn zou komen, wanneer de riff en nagalm van de trompet zouden klinken, wanneer er een break zou komen’.

Als je de universele vervoeringen van verliefdheid en muziek met de personages deelt, lijkt Nelson te suggereren, dan kun je misschien ook iets van hun pijn leren (in)voelen.

Caleb Azumah Nelson: Open water. Vertaald door Adiëlle Westercappel. Querido, €18,99, 190 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden