Plus

De wiskunde in Hollywood is niet altijd even zuiver

De biografische film The Man Who Knew Infinity gaat over een Indiase wiskundige, maar daarmee nog niet over cijfers. In Hollywood telt vooral het effect, niet de juiste berekening.

Matt Damon en Ben Affleck wonnen een Gldel Globe voor Good Will Hunting. Beeld anp

In de sitcom Unbreakable Kimmy Schmidt, mede geschreven door Tina Fey, klaagt de rijke societyprinses Jacqueline Voorhees tegen haar assistente dat ze zich geen scheiding kan veroorloven, zelfs al zou ze een miljoen dollar krijgen voor elk jaar dat ze getrouwd was.

"Ik geef een ton per maand uit, ik zou binnen tien jaar failliet zijn," jammert ze.

"Nee, dat klopt niet," werpt Kimmy (Ellie Kemper) tegen, en met een viltstift krabbelt ze wat getallen op het raam van Mrs Voorhees. "Honderdduizend dollar maal twaalf maanden maakt 1,2 miljoen dollar per jaar. Twaalf miljoen gedeeld door 1,2 is tien, dus dan zou u inderdaad binnen tien jaar blut zijn. Maar als u een deel ervan investeerde zou dat bedrag, uitgaande van een rendement van zeven procent en met rente op rente, bijna verdubbelen."

Triomfantelijk draait Kimmy zich om: "Mrs Voorhees, volgens mijn raam kunt u best scheiden."

A Beautiful Mind
Met deze scène parodieert Fey het Hollywoodcliché van het genie dat verwoed op glas staat te krabbelen. In A Beautiful Mind (2001) bijvoorbeeld schrijft Russell Crowe, die de getroebleerde wiskundegrootheid John Forbes Nash jr. speelt, formules op het raam van zijn slaapzaal.

Echo's van deze scène vinden we terug in The Social Network uit 2010, waarin Andrew Garfield de vergelijkingen voor het businessmodel van Facebook onder het toeziend oog van Jesse Eisenberg als Mark Zuckerberg uitwerkt op een raam van Harvard.

En in de openingsscène van Good Will Hunting uit 1997 maakt conciërge annex wonderkind Matt Damon vergelijkingen op een badkamerspiegel. Waarom hebben wiskundegenieën volgens Hollywood haast nooit papier nodig?

Een som op een raam: in Hollywood zijn ze er gek op. Beeld anp

Gepassioneerd
Keith Dev­lin, wiskundige aan de Stanford University, verklaart dat als volgt: "Als je een wiskundige laat zien die formules op een vel papier uitschrijft is dat waarschijnlijk wel correct, maar het maakt niet duidelijk dat iemand heel gepassioneerd bezig is met wiskunde.

Wanneer je iemand diezelfde formules op een beslagen spiegel of op een raam ziet schrijven, krijg je dat idee wel - en filmisch werkt het ook veel dramatischer."

Daar zit wat in. Wanneer we in A Beautiful Mind Crowe volgen, de meest atletisch gebouwde wiskundige uit Hollywood, gaan we voorbij aan diens onbegrijpelijke vergelijkingen en overtuigen we onszelf ervan dat we het genie aan het werk zien.

Zelfs wanneer zijn pi's en groter-dan- en kleiner-dan-symbolen eigenlijk nergens op slaan, iets waar hardvochtige critici op hebben gewezen. Maar wiskundefilms kunnen de altijd op de loer liggende verveling ook op een andere manier vermijden, en wel door de verwachte wiskunde in een zwart gat te laten verdwijnen.

Charmante momentjes
The Man Who Knew Infinity, de nieuwe film over de grote Indiase wiskundige Srinivasa Ramanujan - met Dev Patel en Jeremy Irons - is daar een intrigerend voorbeeld van.

Hoewel we Ramanujan wel aan wiskunde zien doen, gaat het de regisseur vooral om andere dingen: hoe hij verliefd wordt op zijn vrouw, het pijnlijke afscheid wanneer hij vanuit Madras afreist naar Cambridge om daar te gaan studeren en het racisme waarmee hij in Engeland te maken krijgt.

Los daarvan heeft de film zijn charmante momentjes. Wanneer Hardy op bezoek gaat bij de zieke Ramanujan klaagt hij dat de taxi waarmee hij is gekomen zo'n saai nummer had. Ramanujan is dat niet met hem eens: 1729 is het kleinste getal dat kan worden uitgedrukt als de som van twee derdemachten. Tegenwoordig staat 1729 bekend als het Hardy-Ramanujangetal.

High School Musical
Ramanujans mentor G.H. Hardy is een atheïst en een rationalist. Hij ergert zich eraan dat dit Indiase wonderkind geen bewijzen voor zijn werk kan leveren en - erger nog - betwijfelt of je het onverklaarbare wel met bewijzen kunt verklaren.

"U wilde weten hoe ik aan mijn ideeën kom?" zegt Ramanujan. "God spreekt tegen me." Maar ook al schetst de film twee verschillende wiskundige filosofieën, het warme gevoel waarmee we de bioscoop verlaten komt toch echt niet van al het nadenken.

Als je meer te weten wilt komen over Ramanujans bijdrage aan de wiskunde, huur dan High School Musical en zet hem stil op het moment dat de slimme Gabriella Montez haar docent onderuit haalt. Op het bord staan twee van de vergelijkingen voor de inverse van de constante pi die Ramanujan gaf in zijn eerste publicatie in Engeland.

"Moet er in de tweede vergelijking niet 16 gedeeld door pi staan?" vraagt Gabriella. En natuurlijk is dat zo.

Adam McKay en actor Christian Bale delen een kus na het winnen van een prijs voor The Big Short. Beeld anp

Kwantumtheorie
Het is lastig om moeilijke begrippen aanschouwelijk te maken in een film, vooral als ze abstract zijn. Een mogelijke oplossing voor dat probleem is door het overdrachtelijk uit te leggen.

Neem Insignificance, een film van Nicholas Roeg uit 1985. Daarin legt een Marilyn Monroe-achtig personage de relativiteitstheorie uit met behulp van speelgoedtreintjes en knipperlichten. In The Theory Of Everything gebruikt Jane Hawking een doperwt en een aardappel om het verschil tussen de kwantumtheorie en de algemene relativiteit te verklaren, terwijl de vrienden van haar man aan de hand van bier en chips duidelijk maken hoe het zit met de Hawking­straling.

Wanneer in films ingewikkelde zaken worden uitgelegd, wordt het er alleen niet altijd duidelijker op. Sommige regisseurs zijn zich hiervan bewust en buiten de tekortkomingen van hun medium - en die van hun publiek - maar al te graag uit.

Sub-prime hypotheken
In The Big Short (2016) van Adam McKay zit Margot Robbie in bad champagne te drinken en beschrijft ze hoe sub-prime hypotheken werken. Verderop in de film legt topkok Anthony Bourdain al vis snijdend uit hoe collateralized debt obligations in elkaar steken. Ten slotte speelt Selena Gomez een potje roulette om het idee van gokken op het gokken van andere mensen te illustreren.

Elke scène is een parodie op een uitleg en de film als geheel drijft de spot met jou, arme sukkel, en je intellectuele aspiraties. Je gaat toch nooit snappen hoe moeilijke dingen werken door naar films te kijken, hoe graag je dat ook zou willen.

Maar soms kan een film wél echt inzicht geven in een intellectueel proces. In Agora (2009) doet Rachel Weisz als Hypatia, de filosofe uit de oudheid, een experiment op een schip om haar hypothese van de relatieve beweging te toetsen. Als je op het varende schip een zak vanuit de mast naar beneden laat vallen, zal die enkele tientallen centimeters achter de mast op het dek vallen, denkt Hypatia.

De zak wordt losgelaten en valt veel dichter bij de mast neer dan ze voorspelde. Verrukt klapt Hypatia in haar handen. "Maar u heeft het mis," zegt de scheepskapitein. "Jawel, maar het bewijs is geleverd: de zak gedraagt zich alsof het schip stilligt." "Wat betekent dat?"

"Dat weet ik niet. Maar hetzelfde principe zou van toepassing kunnen zijn op de aarde. Misschien beweegt die zich wel rond de zon zonder dat we het beseffen."

Tegengif van Hollywoodbeeld
Dat wil zeggen dat Hypatia op basis van haar onjuiste hypothese een revolutionair beeld van de kosmos afleidt, waarin de zon centraal staat. Op die manier krijgen we van deze film dus iets wat we in Good Will Hunting of A Beautiful Mind moeten ontberen: een inkijkje in de manier waarop slimme mensen een probleem benaderen.

Bovendien is dit een tegengif tegen het Hollywoodbeeld van genialiteit. Er wordt gesuggereerd dat abuis zijn in de intellectuele vooruitgang van de mens even belangrijk is als altijd maar gelijk hebben. Vaak is wiskunde niet meer dan een MacGuffin.

In Rushmore (1998) bijvoorbeeld, zit Max Fisher (Jason Schwartzman) de krant te lezen als zijn docent tegen de klas zegt dat op het bord de moeilijkste goniometrische vergelijking ter wereld staat. Wat je krijgt als je hem oplost, wil een leerling weten.

"Nou, ik heb nog nooit meegemaakt dat iemand hem kon uitwerken, zelfs mijn mentor op MIT niet, dr. Leaky. Dus als iemand hier erin slaagt om dit probleem op te lossen, zou ik ervoor zorgen dat jullie de rest van jullie leven nooit meer een wiskundeboek hoeven in te kijken."

Russell Crowe met een Golden Globe voor A Beautiful Mind. Beeld anp

Mean Girls
Fisher is in de verleiding gebracht. Hij vouwt zijn krant op en loopt naar het bord om daar, nonchalant nippend aan zijn espresso, de oplossing neer te kalken. De enige boodschap van de film is op dit moment dat Fisher een genie is. Geloven we echt dat Jason Schwartzman de oppervlakte van een ellips kan uitrekenen? Ja hoor, wij wel.

Het schrijvende genie is er opnieuw alleen maar om ervoor te zorgen dat Hollywood het sentimentele verhaal kan vertellen waar men daar nooit genoeg van krijgt: van iemand (die meestal net niet krankzinnig is en per definitie niet de erkenning krijgt die hij verdient) die de gevestigde orde een poepje laat ruiken. Wat allemaal ook weer niet wil zeggen dat we door films niets van wiskunde kunnen opsteken.

In Mean Girls van, daar is ze weer, Tina Fey (2004), speelt Lindsay Lohan een meisje dat de finale haalt van het wiskundekampioenschap voor middelbare scholen in de staat Illinois. Zal haar team van North Shore High de tegenstanders, kakkers van een privéschool, kunnen inmaken?

Sudden Death
Hier komt de eerste opgave: "Twee maal het grotere van twee getallen is drie meer dan vijf keer het kleinere, en de som van vier keer het grotere en drie keer het kleinere is 71. Om welke getallen gaat het?" Uiteindelijk wordt Lohans team kampioen omdat zij de beslissende ronde met een sudden death wint.

En wat bewijst deze scène? Dat degenen die dachten dat Lindsay Lohan niet goed was in wiskunde zich diep moeten schamen. Maar de wiskundescène uit de geschiedenis van Hollywood die het langst blijft hangen komt uit een oeroude komedie.

In de Abbott en Cos­tello-film In The Navy uit 1941 is Lou kok op een schip. Hij heeft 29 donuts gebakken, wat volgens hem genoeg moet zijn om de zeven scheepsofficieren er ieder dertien te geven. Maar zeven gaat maar vier keer uit achtentwintig, werpt Lou's aangever tegen.

Dat is niet waar, zegt Lou en vervolgens bewijst hij dat op het bord in een geniaal staaltje bedrog en illusie. De scène bewijst een algemene waarheid, namelijk dat de wiskunde in Hollywood niet altijd even zuiver is.

www.theguardian.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden