De wind blijft loeien in The Lighthouse

Elk jaar is er minstens één in Cannes: een film waarvan iedereen zich afvraagt waarom die niet in de hoofdcompetitie van het festival draait. The Lighthouse is er dit jaar zo een.

Robert Eggers Beeld EPA

De jonge Amerikaanse regisseur Robert Eggers brak in 2015 overtuigend door met de arthousehorrorfilm The Witch. Opvolger The Lighthouse is minder horror en meer arthouse. Het verhaal speelt in 1890 en draait om twee vuurtorenwachters op een afgelegen eiland, waar ze langzaam doordraaien.

Belangrijker dan de plot is de indringende stijl. Eggers draaide de film in zwart-wit, in het bijna vierkante beeldformaat van de vroege cinema. Hij gebruikte bovendien film­apparatuur uit de jaren twintig en veertig. Het geeft de film een ­claustrofobische sfeer en versterkt bovendien de aandacht op detailniveau voor het ruwe leven in de hardvochtige natuur op het rotsachtige eiland. De wind houdt maar niet op te loeien.

Parasite

Terwijl The Lighthouse sinds de première van zondag de tongen wist los te maken in het zijprogramma Quinzaine des Réalisateurs, werden de ­gemoederen in de hoofdcompetitie gisteren beroerd door Parasite van de Zuid-Koreaanse regisseur Bong Joon-ho.

Ook Bongs vorige speelfilm Okja draaide twee jaar geleden in de hoofdcompetitie van Cannes. Die Netflix-productie was toen een van de aanstichters van de nog altijd durende ruzie tussen de streamingdienst en het filmfestival. Dit jaar draaien er in ieder geval geen Netflixproducties in het hoofdprogramma.

Na twee Engelstalige projecten (Okja werd voorafgegaan door Snow­piercer) keert Bong met de sociale satire Parasite terug naar zijn thuisland Zuid-Korea. De premisse doet in de verte denken aan Shoplifters, waarmee de Japanse filmmaker Hirokazu Kore-eda vorig jaar op het Zuid-­Franse festival de Gouden Palm won, maar dan met een dosis gitzwarte ­humor in plaats van Kore-eda’s af­gewogen humanisme.

Vuil spel

Ook in deze film staat een straatarme familie centraal, waarvan de leden als het nodig is de wet aan hun laars lappen om in hun levensonderhoud te voorzien. Als de zoon van het gezin via via aan de slag kan als bijlesleraar bij een rijke familie, weet hij het met enig vuil spel al snel zo te spelen dat ook zijn zus en ouders bij die rijkaards in dienst zijn.

Tussen de regels door biedt Bong een scherpe analyse van een maatschappij, waarin de kloof tussen rijk en arm steeds groter wordt. Die analyse wordt wel verpakt als bijtende satire gekruist met slapstick én met horror; de sfeer slaat soms in een fractie van een seconde om. Zo speelt de regisseur een geraffineerd spel met zijn publiek, dat in dit meesterstuk volledig uit zijn hand eet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden