Plus Interview

De voetbalgedichten van Nachoem Wijnberg zijn niet bedoeld om voetbal beter te begrijpen

Nachoem M. Wijnberg (58) won vorig jaar de P.C. Hooft-prijs voor zijn poëzie. Nu is er een nieuwe bundel: Voetbalgedichten. ‘Deze bundel is niet bedoeld om voetbal beter te begrijpen.’

Dichter Nachoem Wijnberg. Beeld Wouter Le Duc

Hij was, als hij het zich goed herinnert, een Navajo. En hij streed tegen andere indianenstammen. Maar zonder beschilderd gezicht en tooi. De gevechten waren gesitueerd op het voetbalveld.

Nachoem M. Wijnberg was een jaar of zes toen hij bij AFC begon te voetballen, nog niet in competitieverband, maar onderling, in teams die de namen van indianenstammen droegen. Hij kan zich niet herinneren of hij toen ook al de allerslechtste was, zoals hij later bijna altijd bleek te zijn.

Deze ontboezeming vertelt Wijnberg tamelijk monter, gezeten op de bank in zijn huis in Amsterdam-Zuid. “Het doorlopende pathetische thema van de slechtste speler te zijn in een team dat altijd verliest in deze bundel is dus gebaseerd op eigen ervaring.”

Deze bundel is zijn nieuwe dichtbundel Afscheidswedstrijd. Het zijn gedichten over voetbal. Op verzoek leest hij het gedicht Afscheidswedstrijd voor (zie kader). Als hij klaar is, zegt hij: “Het zijn voetbalgedichten, maar niet in de zin dat het gedichten over voetbal zijn. Zoals de Griekse dichter Aischylos vele tragedies over de nasleep van de Trojaanse Oorlog schreef, maar niet als oorlogsreporter.”

Hij zwijgt even. “Al zal ik het beslist niet uit de weg gaan als men er in een voetbalpraatprogramma over wil praten. Dan schuif ik aan.”

De productieve Wijnberg, goed voor achttien dichtbundels en vier romans, kreeg vorig jaar voor zijn poëzie de P.C. Hooft-prijs, ofwel de meest prestigieuze literaire oeuvreprijs in Nederland. De jury vond de meerlagigheid waarmee hij de wereld beziet, kenmerkend voor zijn poëzie. ‘Wijnberg lezen is een scherpzinnige manier van denken betreden met een taal die loepzuiver is en gevaarlijk: overal kan een val zijn uitgezet, waardoor wat net gelezen is opeens in een ander daglicht komt te staan.’

Buitenspel

Die meerlagigheid zit dus ook in Afscheidswedstrijd. “Het fijne is dat de meeste mensen over voetbal praten, en in elke krant staat elke dag wel iets over voetbal. Daardoor zijn woorden die over voetbal gaan, erg bruikbaar. Om even heel intellectueel te klinken,” zegt hij met de nodige ironie, “als een Griekse tragediedichter een verhaal wilde vertellen en hij een mythische achtergrond gebruikte met de figuren koning Oedipus, of Agamemnon, hoefde hij niets uit te leggen, en kon hij er gewoon mee werken.”

Zo is het ook met woorden grasveld en buitenspel, betoogt hij. “Je kunt die woorden letterlijk houden, maar tegelijk kunnen ze ook van alles en nog wat betekenen zonder een metafoor te worden. Als ik een bundel zou schrijven over crematoria, dan werd alles meteen heel zwaarbeladen, maar als ik het heb over een grasveld, dan is er meer mee te doen. Of over een term als buitenspel. Dat zijn woorden die buiten het voetbal heel gebruikelijk zijn. Je kunt allerlei connecties leggen omdat het woord dat toestaat. Nee, het is beslist niet de bedoeling voetbal als metafoor te zien.”

In Afscheidswedstrijd zit geen anekdotiek over voetbal. Het perspectief ligt bij de spelers in het veld of naast het veld, maar het is nooit een verhaal over de wedstrijd. “Ik schrijf heel erg om iets uit te vinden. Deze poëzie gaat over allerlei dingen, waaronder een scala aan klassieke, poëtische onderwerpen zoals afscheid nemen, afscheid van je laten nemen, iets voor het laatst doen, altijd verliezen en niet eens meer hopen ooit te winnen. Er is altijd heel veel wat ik niet begrijp. Ik denk daarover na en ik probeer dan wat ik denk op te schrijven, en wat ik opschrijf in een samenhang te brengen zodat je het daardoor iets beter begrijpt. Zo ben ik ook begonnen met dichten.”

Niet om voetbal te begrijpen

Als er nu nog mensen zijn – die waren er en zijn er wellicht nog – die Nachoem Wijnberg een moeilijke dichter vinden… “Poëzie gaat wel degelijk ergens over. Ik schrijf graag en nadrukkelijk poëzie om dingen over te brengen,” zei hij eerder in deze krant.

Maar: “Deze bundel is niet bedoeld om voetbal beter te begrijpen. Dit is niet mijn proefstuk om straks voetbaljournalist te mogen worden. Al is dat een zeer eerbare ambitie. Vanochtend kreeg ik wel bericht van mijn uitgever dat deze bundel zal worden voorgedragen voor de Nico Scheepmakertrofee, de prijs voor het beste sportboek van het jaar. Ik ben ook heel blij met de blurp van Henk Spaan op de achterflap: ‘Door Nachoem M. Wijnberg heb ik weer zin gekregen om poëzie te lezen.’ Ik hoop natuurlijk dat het deze bundel helpt om een breder publiek te vinden.”

Nog even over het thema afscheid nemen. “Afscheid is altijd een einde. Dat betekent ook dat je gaat beoordelen. Dat iets zodanig afgerond dreigt te worden dat je moet bedenken wat daarover gezegd kan worden. Afscheid nemen van een persoon, een huis, een voetbalcarrière. Dat is voor mij een heel erg natuurlijke manier om over dingen na te denken.”

De ex-Navajo schuift heen en weer over de bank. “Nee, dit is niet mijn afscheidsbundel. En ik ben ook niet stervende. Het is gewoon zo dat er nog steeds veel is waarvan ik niet beter weet dan erover te schrijven.” Lacht. “Als ik een groot voetbaltalent was, zou ik misschien minder veel schrijven.

Nachoem M. Wijnberg: Afscheidswedstrijd. ­Uitgeverij Pluim, €24,99. 112 blz.

Afscheidswedstrijd

Worden de wedstrijden die je nog hebt
helderder, rustiger,
misschien ook voller geladen met spijt nu je al weet wanneer je
afscheidswedstrijd is,
maar als je geluk hebt valt die eruit als van kant gewisseld wordt. En wat
als de dag van de wedstrijd

de gastvrouw is
die je zo lang mogelijk wil laten blijven alsof ze bij jou te gast is. Verdriet
en spijt,
alsof ze de twee beste vriendinnen zijn
van gelukkig zijn met je afscheid in alle richtingen om je heen op haar
bruiloft,

die haar nog op tijd zeggen
dat ze de bloemen in de lucht moet gooien, niet naar huis meenemen.
Samen met wie ga je
naar iemands afscheid omdat die al zo vaak naar het jouwe kwam. Dat is
wat je noemt
een gelukkig einde? Hoe zou het zijn

als je enkel zou willen komen
als het iemands afscheidswedstrijd was. Als het er geen was en je toch
gekomen was
hoorde je: misschien ben je uitgenodigd, maar dan verwachtte niemand
dat je zou komen,
want je komt toch nooit naar zoiets.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden