PlusInterview

De vervreemdende verhalen van Samanta Schweblin zitten vol verhuisdozen en nostalgie naar Buenos Aires

Zeven lege huizen van Samanta Schweblin uit 2015 geldt als hedendaagse klassieker in de Spaanstalige wereld. Dinsdag verschijnt de Nederlandse vertaling van de bundel vervreemdende verhalen, die qua symboliek nauw vervlochten zijn.

Marjolijn de Cocq
Samanta Schweblin schrijft over spullen in verhuisdozen, symbolen van voorbijgaande levensfasen. 'Welke herinneringen zullen de spullen die erin zitten oproepen?'  Beeld Getty Images
Samanta Schweblin schrijft over spullen in verhuisdozen, symbolen van voorbijgaande levensfasen. 'Welke herinneringen zullen de spullen die erin zitten oproepen?'Beeld Getty Images

Ze is bij familie in Lago Puelo, in Patagonië in Argentinië. Samanta Schweblin (44, geboren in Buenos Aires) is net wakker en lacht ondeugend als ze vraagt of ze met wat sneeuw van de bergtoppen van Lago Puelo de hittegolf in Europa even moet verkoelen.

Ze laat haar camera rondgaan in de cabaña waar ze ’s ochtends schrijft. En dan kiest ze waar ze voor de lunch zal aankloppen: bij haar zus en zwager, bij haar moeder of bij haar vader – drie huizen bezit haar familie. “En dan schrijf ik daarna nog een beetje en dan klop ik opnieuw ergens aan. Nu, na tien dagen, vragen ze of ik zelf ook nog eens een keer boodschappen ga doen. Nee! Dat is part of the secret waarom ik het hier zo fijn vindt.”

In 2012 bood de Duitse regering Schweblin – haar Duits klinkende achternaam stamt uit de Elzas – een schrijversresidentie in Berlijn aan. “Ze geven je een heel jaar geld om je werk te doen. Ik dacht: wat heerlijk om de hele dag niets anders te doen dan te schrijven. Maar dat bleek zo makkelijk nog niet: ik ontdekte dat ik maar 4 of 5 echt creatieve uren heb.”

Literaire huiskamer

Er gebeurde iets dat haar deed besluiten de verhuizing definitief te maken. Ook had ze het gevoel dat het tijd was haar land achter zich te laten, dat het gezond was haar vleugels uit te slaan en Argentinië met meer afstand te bezien. “Met de gedachte dat áls ik dan ooit naar Buenos Aires zou terugkeren, ik dan echt voor de stad gekozen zou hebben.” Ze maakte vrienden in Berlijn. Én ze kreeg een nevencarrière. “In Argentinië hebben we een lange traditie van literaire workshops. Ik kwam toen ik jong was terecht bij Liliana Heker, de korteverhalenschrijfster. Zij stond aan de wieg van de carrière van veel bekende Argentijnse auteurs. Voor mij is het iets heel gewoons dat schrijvers de deur openzetten voor jongere aspirant-schrijvers en dat iedereen elkaars werk bespreekt, maar dat bleek in de rest van de wereld niet zo.”

Ze besloot in Berlijn zo’n literaire huiskamer op te zetten. “Ik dacht: daar komen niet genoeg mensen op af. Maar dat gebeurde wel. De Latijns-Amerikaanse gemeenschap is aanzienlijk. Toen bleek ik daar geld mee te kunnen verdienen en was er eigenlijk geen reden meer om naar Buenos Aires terug te gaan, te meer omdat mijn familie toen besloot naar Lago Puelo te verhuizen. Nu is dit ‘onze’ stad.”

Een en al nostalgie

Haar verhalenbundel Zeven lege huizen uit 2015 was het eerste boek waaraan ze in Duitsland begon te schrijven. “Ik ben achteraf verbijsterd hoe porteño dit boek is.” Ze legt uit: Als je uit Buenos Aires komt, de grootste haven (puerto) van Argentinië, ben je ‘van de haven’: porteño of porteña. “Mijn verhalen en vertellers waren nooit zo specifiek Argentijns. Maar dit boek, geschreven in een ander land met het gemis van Buenos Aires, is doordesemd van de stad en haar porteño gebruiken. Die zijn super-, super-, superprominent. Hoe ik alleen al alle straten benoem: een en al nostalgie!”

De lege huizen van Schweblin zijn niet letterlijk leeg maar er is een leegte voelbaar. Er zijn indringers die voorwerpen stelen of verplaatsen, ouders die naakt door de achtertuin rennen, kleren van een zoon die door een buurman in de tuin worden gegooid. Er is een oude vrouw die zo graag wil sterven dat ze alvast haar spullen in dozen pakt en een schoondochter die, teruggekeerd naar land en stad, beseft dat de dozen met haar vroegere leven nog onuitgepakt zijn. Een dochtertje loopt op haar verjaardag zonder onderbroek, een echtgenote verlaat in badjas met nog natte haren haar woning.

Beklemmende verhalen zijn het, vervreemdend en indringend. Ze zijn ook nauw vervlochten in hun symboliek: de dozen die telkens terugkeren. Vaak is er iets met spullen. Doet u dat bewust?

“Ik kies voor krachtige verbintenissen, niet in de plot van de verhalen maar in de aard van de problematiek: eenzaamheid en gekte. De verhalen hebben een soortgelijke atmosfeer. Ook de vertellers, altijd in de eerste stem, hebben een vergelijkbare toon. Ik denk ook heel goed na over de volgorde waarin de verhalen staan. Het ene verhaal bouwt voort op het andere. Ik denk dat ik zo de lezer kan sturen.”

“Dat is heel egocentrisch, het staat de lezer natuurlijk vrij om zelf de volgorde te kiezen. Ik ben zelf een eclectische lezer en ga vaak van het laatste verhaal van een bundel naar het eerste om dan weer middenin te beginnen, maar als schrijver houd ik toch liever zelf die controle. Ik overtuig mezelf ervan dat ik weet en kan voorspellen wat er in de hoofden van mijn lezers gebeurt. Ik houd van dat spel, van het idee van literatuur als een dans: een tango van de schrijver en de lezer. Er zijn twee personen voor nodig. En je mag niet op elkaars tenen gaan staan.”

Klopt het dat ik in de verhalen een groot besef van sterfelijkheid las? Ik dacht, kort door de bocht: uiteindelijk belandt dat wat je nu misschien zelf zo belangrijk vindt, ook in een doos waar iemand een etiket op plakt.

“Misschien gaat het in bredere zin meer om acceptatie dat je ooit op een bepaalde plaats niet meer in fysieke staat zult zijn. Aan het einde van elke fase in je leven beland je op een punt dat je spullen moet verplaatsen of opbergen, omdat je verhuist of omdat je doodgaat. En als je ze in een doos stopt, verdwijnen ze in het duister.”

Lacht: “Er is binnen mijn familie veel verhuisd, daar heb ik inspiratie aan ontleend. De verhuizing naar Duitsland heeft de verhalen helemaal sterk getekend: ik heb zelf veel dozen ingepakt, die met mijn moeder naar haar nieuwe huis zijn gegaan en nooit meer zijn opengemaakt. Ik kan haast niet beschrijven hoe eng ik de gedachte nu vind om ze te openen. Wat voor herinneringen zullen de spullen die erin zitten oproepen? Zelfs de etiketten vind ik nu eng. Er is er een waarop staat: kleren. Ik heb heel veel kleren weggedaan. Maar wat heb ik dan per se willen bewaren?”

Kleren komen ook in veel vormen voor in Zeven lege huizen.

“En dan ben ik de schrijver die denkt dat ze controle heeft over wat ze doet. Ik heb dus helemaal geen controle. Ik denk in personages en plots. En dan besef je naderhand pas, vaak door de feedback die je krijgt van recensenten, lezers en vrienden, hoeveel van je eigen leven in je werk is terechtgekomen.”

“Er ligt uiteindelijk een nog grotere thematiek aan dit boek ten grondslag, waarvan ik me aanvankelijk niet bewust was. Ik was 33, 34, 35, 36 en heel erg bezig met de grote vraag of ik moeder wilde worden. En met de nog veel grotere vraag: zou ik in staat zijn om te blijven ademen als ik een kind zou verliezen? In deze verhalen zitten veel verloren kinderen. Er zit altijd veel meer in dan ik zelf kan bevroeden. Ik kan de cáscara, de bast van de boom, kiezen, maar hoe die uitgroeit is iets dat zich aandient en dat ik kennelijk niet kan vermijden.” Zwijgt. “En nee, ik ben geen moeder geworden.”

U noemde net Liliana Heker, de Argentijnse koningin van het korte verhaal. Inmiddels wordt u zelf zo aangeduid. Waarom de voorliefde voor deze vorm?

“Ik heb ook twee romans geschreven en ik werk aan een derde. Maar als ik daarvan afstand nodig heb, ga ik verder met mijn korte verhalen. Ik kom uit een literaire traditie waarin schrijvers van korte verhalen van grote invloed waren. De beste grote schrijvers schreven verhalen: Borges, Cortázar, Casares. Voor ons Argentijnen zijn verhalen niet voor kinderen of experimenten. Korte verhalen worden minstens zo au sérieux genomen als een roman en ze werken met dezelfde regels: hoe zit een personage in elkaar, wat heeft de plot nodig?”

“Ik vind het fantastisch hoe snel je door een kort verhaal kunt worden geraakt. In soms maar drie pagina’s kun je bij een lezer iets oproepen waarvoor je bij het lezen van een roman dagen, zo niet weken nodig hebt – iets waaraan hij nooit had gedacht, iets wat hij niet van zichzelf wist. Het is een snel en krachtig en bijzonder literair medium, waar ik al jong verliefd op werd en nog steeds verliefd op ben. Zodra ik een idee heb wil ik liefst een kort verhaal schrijven.”

Samanta Schweblin: ‘Ik vind het fantastisch hoe snel je door een kort verhaal kunt worden geraakt.’ Beeld Roberto Ricciuti/Getty Images
Samanta Schweblin: ‘Ik vind het fantastisch hoe snel je door een kort verhaal kunt worden geraakt.’Beeld Roberto Ricciuti/Getty Images

Netflixserie Fever Dream

Samanta Schweblin (44) geboren in Buenos Aires, is auteur van onder meer de romans Gif, waarmee ze in 2017 in de Engelse vertaling Fever Dream de shortlist haalde van de International Booker Prize, en Duizend Ogen (Kentuki), dat op de longlist van dezelfde prijs kwam. Dat gebeurde ook met haar verhalenbundel De mond vol vogels. Ze won onder meer de Premio Juan Rulfo, de Premio Casa de las Américas en de Premio Narrativa Breve Ribera del Duero. Haar werk wordt in 26 talen vertaald. Fever Dream werd in 2021 als Netflixserie verfilmd.

null Beeld -
Beeld -

ZEVEN LEGE HUIZEN
Samanta Schweblin,
vertaald door Eugenie Schoolderman,
Meridiaan Uitgevers, €16,99
184 blz.
Verschijnt 6 september.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden