PlusProfiel

De verhalen van Benny Lindelauf zijn een toevluchtsoord in een onveilige, verwarrende wereld

Benny Lindelauf. Beeld Koos Breukel
Benny Lindelauf.Beeld Koos Breukel

Dinsdag wordt bekend welk boek de Gouden Griffel wint. Een van de kanshebbers is Hele verhalen voor een halve soldaat van Benny Lindelauf.

Joukje Akveld

In een tijd waarin oplages onder druk staan en gehaaste kinderboekenschrijvers vaak meerdere boeken per jaar publiceren om toch nog iets van een inkomen te vergaren, lezen de boeken van Benny Lindelauf (Sittard, 1964) als een verademing. Vijf jaar deed hij over de Limburgse familiekroniek Negen open armen (2004). Nog eens zes had hij er nodig voor het lijvige vervolg De hemel van Heivisj (2010). Beide boeken zijn historische jeugdromans die zich afspelen vlak voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Lindelauf debuteerde in 1998, maar je zou kunnen zeggen dat zijn carrière pas echt begon met dit epos over de zusjes Boon, hun vader, broers en oma Mei. De twee boeken werden met prijzen overladen en zetten Lindelauf definitief op de kaart: hij won de Gouden Zoen, de Thea Beckmanprijs, De Woutertje Pieterse Prijs, de Dioraphte Jongerenliteratuurprijs en de Nynke van Hichtumprijs.

Als schrijver heerst Lindelauf over zijn verhalen. Nooit valt in zijn boeken een spreekwoordelijke mus van het dak zonder dat daar een reden voor is, al wordt die reden soms pas duidelijk in een volgend boek. Toen zijn toenmalige uitgever Negen Open Armen wilde terugsnoeien tot een overzichtelijk verhaal over een spannend huis, vertrok hij dan ook naar een andere uitgeverij – er waren al genoeg boeken over spannende huizen, vond hij. Wat er nog niet was, was een boek als Negen Open Armen.

Zelf vervloekt hij zijn trage schrijven overigens weleens, bekende hij ooit. ”Vaak heb ik in het begin het gevoel dat het boek te moeilijk voor me is. Dat het een jas is die een paar maten te groot uitvalt. Maar ik heb ook gemerkt dat ik in zo’n jas kan groeien.”

Historie en fabel

Zo duurde het opnieuw zes jaar voor Hoe Tortot zijn vissenhart verloor verscheen, een magisch-realistische antioorlogsparabel over een cynische veldkok die langzaam ontdooit door de ontmoeting met een jonge deserteur: de ontroerende Halve George, die zijn benen kwijtraakte op het slagveld. Italo Calvino had hem geleerd dat je historie en fabel rucksichtslos mocht vervlechten, vertelde Lindelauf later in Het Boekenboek van Mirjam Noorduijn en Veerle Vanden Bosch, en dat is precies wat hij in Tortot geestdriftig doet.

Lindelaufs oorlog is hier een ‘tartarenmachine’ die moet worden gevoed met steeds jongere soldaten ter meerdere eer en glorie van twee ijdele, sprookjesachtige keizers. Maar de zinloosheid en stompzinnigheid van de verzonnen veldslagen is niet minder echt dan die van de Tweede Wereldoorlog in zijn eerdere tweeluik.

Een van de illustraties van brieven die Ludwig Volbeda maakte voor 'Hele verhalen voor een halve soldaat'.  Beeld Ludwig Volbeda
Een van de illustraties van brieven die Ludwig Volbeda maakte voor 'Hele verhalen voor een halve soldaat'.Beeld Ludwig Volbeda

Ook Tortot, waarvoor Lindelauf een gelukkige samenwerking aanging met illustrator Ludwig Volbeda, werd bekroond met de Gouden Lijst en een nominatie voor de Woutertje Pieterse Prijs. En toen was er vorig jaar Hele verhalen voor een halve soldaat, de eveneens door Volbeda geïllustreerde voorgeschiedenis van Tortot waarin de gehalveerde soldaat George zijn benen nog heeft. Jongstebroer heet hij in dit laatste boek en zijn vijf broers doen het belachelijkste, hoopvolste en liefste wat je voor een jonger broertje kunt doen om hem te behoeden voor de waanzin van de oorlog. Recensenten tuimelden over elkaar met juichende kritieken en het boek bezorgde Lindelauf zijn tweede Woutertje Pieterse Prijs.

Tijd rekken, dat is wat de vijf broers in Hele verhalen voor een halve soldaat beogen met de verhalen die ze vertellen aan een wacht bij een slagboom waarachter de oorlog dreigend rommelt. Vijf verhalen die de wacht moet doorvertellen op de gevreesde dag dat ook Jongstebroer zich zal melden, verhalen lang genoeg om vrede af te dwingen, zodat Jongstebroer niet naar de oorlog hoeft.

Geen beter medicijn

Een krankzinnig plan? In Lindelaufs werk bieden verhalen hoop en troost en geven de luisteraar een kans de werkelijkheid te ontvluchten. ‘Geen beter medicijn tegen de gruwelen van deze wereld dan de gruwelen uit het rijk der verbeelding,’ zegt een van zijn personages. Een ander stelt: ‘Soms is een verhaal genoeg om iemand te doen beseffen dat hij vrij is. Niet in wat hem overkomt, maar in wat hij doet met dat wat hem overkomt.’

Lindelauf keek de vertelkunst af van zijn Limburgse oma en haar zussen op wie hij de eigenzinnige zusjes Fing, Muulke en Jes uit Negen Open Armen en De hemel van Heivisj baseerde. ‘Wat kon ik anders doen dan datgene wat ik mijn leven lang al als troost gekregen had?’ denkt Fing als ze zich met de Joodse vluchteling Liesl verstopt in een mijngang. ‘Ik vertelde verhalen.’

Waren die verhalen in zijn eerste tweeluik nog losjes en met grote intervallen door de boeken gestrooid, in Hele verhalen voor een halve soldaat zijn ze onderdeel van een ingenieus gecomponeerde raamvertelling. Het boek is Lindelaufs eigen Duizend-en-één-nacht, maar met een dwingender kader, onvoorspelbaarder, en oneindig mooi verteld.

Sommige van die verhalen schreef Lindelauf meer dan tien jaar geleden, maar dat besef je pas als je de copyrightpagina leest. Met zijn solide kaderverhaal over de zes broers die gehoor geven aan de brieven van het ministerie van Oorlog boetseerde hij de verhalen in een frame waarin ze precies passen – alsof ze altijd al met dat doel geschreven waren.

Mooiste grootmoeder

Opnieuw toont Lindelauf zich de superieure heerser van zijn materiaal. Net als de poppenspeler in een van zijn verhalen die bezeten is van zijn spel heeft hij de touwtjes strak in handen en bespeelt hij zijn publiek op virtuoze wijze. Dat doet hij met zinnen waar je graag nog eens naar terugbladert omdat ze een uitzonderlijke vergelijking bevatten, een onverwacht beeld oproepen of gewoon zeer grappig zijn geformuleerd.

Neem oma Mei, misschien wel de mooiste grootmoeder uit de hedendaagse jeugdliteratuur. Niemand kan zo weergaloos foeteren als zij. Als haar schoonzoon en vier kleinzonen naar een werkkamp in Duitsland zijn gestuurd en de autoriteiten hun spoor bijster zijn, roept ze uit: ‘Bijster? Vijf mannen? Het zijn toch geen kopspijkers?’

Of neem deze zinnen uit Hele verhalen voor een halve soldaat: ‘De postbesteller wist wat zijn komst teweeg kon brengen. Brieven brengen bijna altijd voorspoed of onheil. De wissewasjes van het leven verdienen nu eenmaal geen postzegel.’

Elf boeken bekroonde de jury dit jaar met een Zilveren Griffel. Een van die schrijvers mag zijn zilver dinsdag inruilen voor goud. Omdat Benny Lindelauf zijn boeken legt als fonkelende mozaïeken, omdat dat monnikenwerk gepaard gaat met een grote liefde voor stijl, omdat hij met zijn filmische schrijfwijze en evocatieve zinnen betoverende werelden optrekt, omdat hij personages creëert die een leven lang met je meereizen en omdat zijn laatste boek, méér nog dan zijn eerdere werk, een liefdesverklaring is aan het verhaal dat een toevluchtsoord kan zijn in een onveilige, verwarrende wereld, zou de Gouden Griffel 2021 moeten gaan naar Hele verhalen voor een halve soldaat.

Kinderboekenweek

De Kinderboekenweek is van 6 t/m 17 oktober. ­Tweevoudig Gouden Griffel- en Woutertje Pieterse Prijs-winnares Bette Westera schreef het Kinderboekenweekgeschenk Tiril en de toverdrank (illustraties Pyhai). Je krijgt het cadeau bij aankoop van € 12,50 aan kinderboeken. Het Prentenboek voor de Kinderboekenweek, Dromer, is gemaakt door de internationaal gelauwerde Mark Janssen en kost € 7,25.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden