Plus Boekrecensie

De vergeten prinsessen van Thorn waren geen heilige boontjes

De Thornse stiftvrouwen Gabriella en Christina van Salm Salm op een schilderij van François Boucher uit 1746. Beeld Nationaal Museum Zweden

‘Ik zal commanderend kolonel worden van dit regiment dappere amazones,’ schrijft Maria Anna gravin van Königsegg-Rothenfels (1704-1752) december 1729 bij een dreigend conflict tussen de Europese grootmachten. ‘Oordeel hoe men ons zal vrezen. Ik geloof dat ik de slachting al kan zien die wij zullen aanrichten.’ Het is een van de archiefvondsten van historicus Joost Welten, na jarenlang onderzoek naar de vergeten geschiedenis van het damesstift Thorn. Het pittoreske Limburgse stadje was eeuwenlang een zelfstandig territorium in het Duitse Rijk, waar vrouwen de baas waren.

De karige geschiedschrijving over Thorn werd lang gedomineerd door een kerkelijke kijk op het damesstift, voortgekomen uit het rond 975 door de heilige Ansfried gestichte adellijk benedictinessenklooster. Welten schetst in De vergeten prinsessen van Thorn het stift als ‘hoogadellijk bijennest’ voor jonge dames op weg naar een wereldlijk leven aan een van de Europese hoven. Gravinnen en prinsessen, die zich bewust van hun hoge afkomst niet verlaagden tot het niveau van nonnen.

Keurstempel van de adel

Kandidaten voor de schaarse vrijkomende stiftplekken moesten een adellijke stamboom overleggen waarbij niet alleen de ouders, grootouders maar ook de zestien betovergrootouders allemaal van rijksgrafelijke of rijksvorstelijke afkomst moesten zijn. Wie een stiftdame uit Thorn trouwde, was verzekerd van het keurstempel van hoogadellijke afstamming.

Reden voor ‘de beoefenaars van vrouwengeschiedenis’ om lang hun neus op te halen voor het stift, stelt Welten. Hun emancipatorisch perspectief botste met die van de reactionaire adel. Dat de adellijke dames in de 18de eeuw soms meer handelingsvrijheid kenden dan de negentiende-eeuwse vrouwenactivisten bleef zo helaas verborgen. Opgegroeid in landhuizen, kastelen en paleizen met een leger aan bedienden, waren de stiftdames een luxeleventje gewend. Door contacten met verwanten en vriendinnen in andere stiften en aan de Europese hoven bleven ze ook op de hoogte van de laatste nieuwtjes en modetrends.

Ze woekerden met de onweerstaanbare aandrang om het prestige van de eigen familie te tonen. Hun uitgaven aan luxegoederen gingen hun toelages te boven. Voor veel stiftdames vormden nijpende schulden de rode draad door hun leven.

Met het binnenvallen van de Fransen op 1 oktober 1795 werd het ministaatje stilzwijgend ingelijfd bij het revolutionaire Frankrijk. Het paleis van de abdis vorstin werd te koop aangeboden, maar bij het uitblijven van een koper gesloopt. Van het ooit immense complex resteert alleen nog de kerk, een bijgebouw en een tuinmuur. En, dankzij het archiefspitten van Joost Welten, nu ook een rijk geïllustreerd boek.

Non-fictie Boek De vergeten prinsessen van Thorn Sterck & De Vreese, €39,90 520 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden