Plus

De verbinding tussen Gaudí en de Amsterdamse School

Sinds lang zijn de ontwerpen en maquettes van Antoni Gaudí weer te zien in Amsterdam. Er wordt een verbinding gelegd tussen hem en de Amsterdamse School.

Casa Milà in Barcelona, een ontwerp van Antoni Gaudí Beeld Getty Images

Wat hebben de Catalaanse architect Antoni Gaudí en Michel de Klerk (Amsterdamse School) met elkaar gemeen?

Oppervlakkig gezien zijn dat de golvende zwierige gevels van de gebouwen die ze in Barcelona en Amsterdam nagelaten hebben. Maar noemen de Catalanen dat modernisme, in Amsterdam wordt de Amsterdamse School toch vooral als expressionistisch beschouwd.

Modernisme, dat zou pas na de stichting van De Stijl een relevante stroming in de bouwkunst worden.

Dan zijn er de details waarmee zowel Gaudí als De Klerk beroemd zijn geworden, motieven in de natuur die terugkeren op tegelversieringen, de schelpvorm in het trappenhuis van de Sagrada Familia, plastisch houtsnijwerk in deuren en het palmblad in een hek.

Zowel het interieur als het meubilair straalt een verlangen uit naar ambacht en vakmanschap die met de Industriële Revolutie verloren gegaan leken.

Omdat beide architecten idealisten waren, pleitbezorgers van menswaardige woonomstandigheden voor de arbeider, was de expressieve bouwstijl in hun ogen het antwoord op eenvormigheid. Op het geestdodende machinale werk in de fabrieken.

Dat de woonblokken in de Spaarndammerbuurt wel zijn aangeduid als arbeiderspaleizen, is dus niet voor niets. Hier kon de havenarbeider een thuis vinden, in plaats van in de anonieme woonkazernes die aan het eind van de negentiende eeuw werden gebouwd.

Opvallende bouwwerken
Museum Het Schip zoekt naar de gemene deler van Gaudí en de Amsterdamse School en doet dat aan de hand van minutieus uitgevoerde modellen van enkele beroemde bouwwerken van de Catalaan: Casa Batllo, Casa Milà en Casa Vicens.

Oogstrelend zijn deze witte modellen, die ook in het echt in het oog springen in de Eixample, het district met zijn strakke rechtlijnige stadsplan dat een schril contrast vormt met de kronkelige nauwe straatjes in de Barrio Gotico van Barcelona.

Om de eindeloze, lange en brede straten in de Eixample kleur en afwisseling te geven, werden architecten rond 1900 gevraagd opvallende bouwwerken te ontwerpen. Zo ontstonden de paleizen van Gaudí en misschien wel zijn beroemdste schepping, de Sagrada Familia.

Onvoltooid was de basiliek bij het overlijden van Gaudí in 1926 en nu, bijna een eeuw na zijn dood, lijkt de voltooiing dan toch in zicht. Onlangs werd weer een zijde afgemaakt en het ziet er nu naar uit dat de kerk in 2026 af zal zijn.

Gaudí en de architecten van de Amsterdamse School hebben elkaar nooit ontmoet, maar moeten via tijdschriften en tentoonstellingen op de hoogte zijn geweest van elkanders werk. Ze rea­geerden beiden op de industrialisatie en de grote stedelijke ontwikkeling die Barcelona en Amsterdam doormaakten.

De Spaarndammer-buurt leverde arbeiders in de nabijgelegen ­havens fatsoenlijke woonruimte, het Amsterdam-Zuid van Berlage stond op het punt aangelegd te worden.

Moeilijk vol te houden gelijkenis
Honderd jaar na dato waren de scheppingen van Gaudí en De Klerk toe aan restauratie, de Casa Milà stond lang in de steigers en Het Schip aan de Hembrugstraat is onlangs opgeleverd; de rode bakstenen en dakpannen schitteren als nooit tevoren.

Maar een gelijkenis met Gaudí? Dat is ondanks de expressieve vormen moeilijk vol te houden.

De woonblokken in Barcelona waren duidelijk bestemd voor de hogere klassen - en zijn dat nog steeds.

De Dageraad in Amsterdam-Zuid, een ontwerp van Michel de Klerk en Piet Kramer Beeld Museum Het Schip

Het Schip in zijn omgeving is een keurig staaltje sociale woningbouw. De Klerk, Piet Kramer en anderen uit de Amsterdamse School ontwierpen ensembles waarin plaats was ingeruimd voor gemeenschappelijke voorzieningen, terwijl Gaudí neigde naar sculpturale eenlingen.

De Catalaan ging ook een stuk uitbundiger te werk dan zijn noordelijke collega's, bijvoorbeeld door het gebruik van tegelmozaïeken, reliëfs en beelden.

Al zijn de stedenbouwkundige en architectonische verschillen groot, Gaudí en de Amsterdamse School delen een belangrijk aspect: hun stijl is na de opkomst van de Nieuwe Zakelijkheid lang weggezet als 'onzuiver'. Het functionalisme beheerste verschillende decennia de woningbouw.

Dat de belangstelling voor het expressionisme is opgeleefd, blijkt uit het feit dat het sinds 2001 in Het Schip gevestigde museum in 2016 fors werd uitgebreid om de almaar aanzwellende toestroom van bezoekers op te vangen.

En voor de Sagrada Familia en La Pedrera moeten tegenwoordig lang van tevoren via internet kaarten worden gekocht.

Wat hun succes verklaart? Kennelijk de waardering voor zorgvuldige en ambachtelijke architectuur, voor het gesamtkunstwerk, dat ruim honderd jaar geleden tot stand is gebracht.

Want dat laat de tentoonstelling overtuigend zien: er is een verband tussen een deurklink, een kozijn, een daklijst, een balkon en een totaalconcept.

Gaudí en de Amsterdamse School, t/m 1/4 in het Schip, Oostzaanstraat 45.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden