PlusAchtergrond

De vele gezichten van de Van Deysselbuurt in het theater: ‘Ik bén de gentrificatie’

Theatermaker Hanna Timmers werkte vier jaar lang in de Lodewijk van Deysselbuurt in Slotermeer, op papier een van de slechtste wijken van het land. Maar niet in haar ogen. Als slot speelt ze de voorstelling Daar buiten de ring.

Lorianne van Gelder
Hanna Timmers gaat even langs in de Eendagszaak en ziet buiten een bekende.  Beeld Dingena Mol
Hanna Timmers gaat even langs in de Eendagszaak en ziet buiten een bekende.Beeld Dingena Mol

Hanna Timmers (35) heeft een jaar lang niet durven vertellen dat ze was verhuisd. Ze woonde in de galerijflats aan de Noordzijde van de Sloterplas, op een steenworp afstand van de Lodewijk van Deysselbuurt. Dat maakte dat ze buurtbewoner was, en geen totale buitenstaander.

In 2017 begon ze als theatraal journalist in opdracht van theater Frascati en woningbouwvereniging Rochdale met het maken van een solo over verhalen uit de buurt, in het kader van het project De (on)vertelde stad. Toen Frascati haar na dat optreden vroeg wat ze verder wilde, zei ze meteen dat ze wilde blijven. “Ik wilde niet even wat verhalen komen halen en dan weer vertrekken. Ik wilde weg van het gebiedsplan waarin het alleen maar over armoede en sociale problemen gaat en juist de mensen die er wonen een gezicht geven.”

Lekker met z’n 84’en

In de vier jaar dat ze twee keer per week in de wijk was, bouwde ze een heel netwerk op. Een klein pand in de Lodewijk van Deysselstraat werd een theatertje, Theater van Deyssel, hooguit 30 vierkante meter groot. Officieel konden er twintig mensen in, maar vaak lukte het ook met 84 volwassenen en kinderen, pre-corona uiteraard. Contact zoeken ging eerst wat moeizaam, maar toen ze met compagnon Luca van Slagmaat begon te klussen aan het gebouwtje, kreeg ze aanspraak. “We waren zo klunzig, dat er altijd wel mensen advies hadden.”

Vaak worden kunstenaars gezien als de voorhoede van de gentrificatie: de wegbereiders voor het verbeteren van een ‘slechte’ buurt. Daar moet je mee uitkijken, vindt ze. Het idee van Radio van Deyssel, de reeks van tien theatrale radioshows die ze maakte, was mensen aan het woord laten, maar wel in gelijkwaardigheid. “Als zij iets vertelden, moest ik ook iets vertellen,” zegt Timmers. Zo was er een aflevering over moeders, waarin ze ook haar verhaal over haar overleden moeder deelde. “Ik wil mezelf tussen de anderen zetten. Ik bén de gentrificatie, ik wil geen ruimte innemen en de oorspronkelijke bewoners wegdrukken, ik wil samen met hen iets nieuws maken.”

Niet dat het allemaal pais en vree en makkelijk was. In het begin was er een groepje jonge jongens dat zo irritant op het raam klopte, dingen riep, dat ze de deur op slot deed. Achteraf had de wijkbeheerder van Rochdale gevraagd waarom ze hem niet om hulp had gevraagd. “Hoe denk je dat het was overgekomen als ik als volwassen vrouw ging klagen over een groepje jongens uit de buurt?” Ze negeerde het, en uiteindelijk was het wel voorbij.

Bubbel van positiviteit

Ze voelt zich heel verantwoordelijk voor de Lodewijk van Deysselbuurt en wil vooral de positieve kant van het leven daar benadrukken, ook al weet ze dat in de Van Deysselbuurt 30 procent onder de armoedegrens leeft, er genoeg andere problemen zijn, en bewoners al jaren op renovatie van de verouderde flats wachten. Afgelopen november gingen er nog molotovcocktails door de ruiten van twee ondernemers die juist proberen de Lodewijk van Deysselstraat, het hart van de buurt, wat leefbaarder te maken. Maar elk negatief bericht, zoals twee jaar geleden in deze krant, trekt ze zich aan. Het kwam haar op een vermaning te staan van een van de bewoners met wie ze bevriend raakte. “Jij leeft in een bubbel van positiviteit,” zei hij. “En je bent er nog uit wegverhuisd ook.”

Ze weet heus dat het geen modelbuurt is. Maar ze wil juist zo graag iets anders laten zien. En in die vier jaar is er echt iets veranderd. De eerste flats zijn eindelijk opgeknapt, er is aandacht voor de problemen, er zijn leuke cafés en bedrijfjes bij gekomen. Terwijl Timmers door de wijk loopt, zegt ze de ene na de andere bewoner gedag. Ze ontdekte al snel dat dat de taal van de wijk was: gewoon zwaaien en groeten. “Als ik aan het werk was in het theatertje, had ik bijna de hele tijd mijn hand omhoog.” Zo vervlochten raakte ze met sommige levens, dat ze werd uitgenodigd op begrafenissen en op bellijsten staat voor als er iets met een bewoner aan de hand is.

Maar ze is dus verhuisd. Naar Culemborg nota bene. Inmiddels durft ze het wel te zeggen, want haar project is ook ten einde. Grappig genoeg kijken buurtbewoners haar meewarig aan als ze het over haar verhuizing heeft. Hoewel ze haar flatje verruilde voor een huis met een tuin, denken zij: Culemborg? Zo zie je maar dat mensen liever in hun Amsterdamse ‘ontwikkelwijk’ wonen dan in een middelgrote gemeente in Gelderland.

Theater van Deyssel blijft bestaan. Er is iemand die de programmering gaat doen, en er zijn andere makers die er repeteren, zoals theatergroep Dood Paard, waarvan actrice Manja Topper net het pand verlaat als Timmers aankomt. Binnen zet Timmers de tafel en stoelen netjes, zet ze de door de buurt gemaakte bloemen weer recht in de vensterbank, en doet ze het licht aan voor de gezelligheid en veiligheid. Helemaal loslaten, kan ze het nog niet.

Daar buiten de ring - Hanna Timmers / Frascati Producties, 1 tot en met 5 maart en 1 & 2 april, theater Frascati.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden