PlusInterview

De Vaandeldrager ging bijna aan Nederland voorbij: 'Ineens was hij verkocht aan Abu Dhabi’

De rondreis van De Vaandeldrager langs de twaalf provinciën begint zaterdag in het Fries Museum. Rijksmuseumdirecteur Taco Dibbits vertelt hoe het schilderij, voor 160 miljoen euro gekocht van de familie Rothschild, bijna aan Nederland voorbijging: ‘Ineens was hij verkocht aan het Louvre Abu Dhabi.’

Jan Pieter Ekker
In het najaar van 2019 was ‘De Vaandeldrager’ te zien in de tentoonstelling Rembrandt-Velázquez in het Rijksmuseum, die werd geopend door koning Willem-Alexander en koning Felipe VI van Spanje. Beeld Robin van Lonkhuijsen / ANP
In het najaar van 2019 was ‘De Vaandeldrager’ te zien in de tentoonstelling Rembrandt-Velázquez in het Rijksmuseum, die werd geopend door koning Willem-Alexander en koning Felipe VI van Spanje.Beeld Robin van Lonkhuijsen / ANP

“De lijst moet op een paar plekken geretoucheerd worden,” zegt Taco Dibbits, hoofddirecteur van het Rijksmuseum. Hij wijst op de zeventiende-eeuwse goudkleurige lijst, die op een tafel ligt in het restauratieatelier van het Rijksmuseum. De imposante Vaandeldrager zelf staat op een schildersezel – onbeschermd, maar Petria Noble, hoofd van het restauratieatelier, houdt de wacht.

Rembrandt schilderde het 118,8 bij 96,8 centimeter grote doek in 1636. De theorie luidt dat het een advertentie voor hemzelf is; Rembrandt was net gestart als zelfstandig kunstschilder, nadat hij vijf jaar lang portretten had geschilderd voor kunsthandelaar Hendrick Uylenburgh, en moest daarom opvallen bij de schutterijen om opdrachten binnen te halen. (Hij deed dat overigens met succes; in 1642 kreeg hij de opdracht voor De Nachtwacht.)

“Er moeten een paar dingetjes worden aangestipt waar het gips vanaf is gevallen,” vervolgt Dibbits. “Maar het schilderij zelf verkeert in uitstekende staat. Dat is bijzonder, omdat Rembrandt altijd al beroemd was en beroemde kunstwerken van beroemde schilders werden nu eenmaal vaak getoond. En als ze dan werden getoond, werden ze dikwijls ook schoongemaakt en gerestaureerd – en lang niet altijd op de meest vriendelijke wijze.”

Een totale droom

De Vaandeldrager was al heel snel beroemd, stelt Dibbits, en toch is het schilderij maar drie keer tentoongesteld. De eerste keer was in Engeland, circa 1830; het schilderij zat toen nog in de privécollectie van de Engelse koning George IV. Sinds 1840 bevindt De Vaandeldrager zich in de collectie van de Franse bankiersfamilie Rothschild. Toen de Rothschildbank in 1983 werd genationaliseerd, werd het schilderij door een telg van de familie ‘veiliggesteld’ en verdween het in een verzegelde kist in een kluis in een pakhuis in Monte Carlo.

Sindsdien is het schilderij slechts twee keer geëxposeerd, beide keren in het Rijksmuseum: in 1992 tijdens de tentoonstelling Rembrandt, de meester en zijn werkplaats; in het najaar van 2019 – 350 jaar nadat Rembrandt van Rijn (1606-1669) overleed – in de tentoonstelling Rembrandt-Velázquez. “Verder zijn alle verzoeken afgewezen; De Vaandeldrager werd niet uitgeleend. Het zal hebben meegespeeld dat Rembrandt in Nederland is geboren; het doek keerde terug naar zijn thuisland – dan strijk je eerder met je hand over je hart.”

Uitlenen lag al moeilijk, verkoop leek lange tijd helemaal uitgesloten. Toch trok Dibbits de stoute schoenen aan, direct nadat Rembrandts dubbelportret van Marten en Oopjen na een uiterst moeizaam proces door Nederland en Frankrijk voor 160 miljoen euro van de Rothschilds was gekocht.

Dibbits: “Tijdens de presentatie in de zomer van 2016 – de Franse en de Nederlandse vlag hingen aan de gevel van het Rijksmuseum – was de advocaat van de familie hier ook. Toen heb ik hem gezegd dat er nog twee schilderijen zijn die voor Nederland van belang zijn: een Frans Hals en De Vaandeldrager. Een totale droom! Hij lachte toen zo’n beetje van: ik denk niet dat dat gaat gebeuren.”

Kolossaal bedrag

Omdat Dibbits niks hoorde, besloot hij eind 2016 zelf nog maar eens contact op te nemen. “Ik vroeg of we het schilderij mochten komen bekijken. Ik had het al gezien in 1992, ik studeerde toen nog kunstgeschiedenis, maar was nieuwsgierig naar de staat. Dat kon. Samen met Jonathan Bikker, onze conservator zeventiende-eeuwse Nederlandse schilderkunst, ben ik toen naar Monaco gegaan. Het hing daar in een klein kamertje en spatte werkelijk van de muur. Ook Jonathan was enorm onder de indruk. Dit moet in een publieke collectie komen, zeiden wij tegen elkaar.”

'De Vaandeldrager' (1636) van Rembrandt van Rijn. Beeld Rijksmuseum
'De Vaandeldrager' (1636) van Rembrandt van Rijn.Beeld Rijksmuseum

Een half jaar later kreeg Dibbits een telefoontje dat de familie bereid was om te praten over een verkoop aan het Rijksmuseum. Een vraagprijs werd niet genoemd, maar Dibbits wist direct dat het om een kolossaal bedrag zou gaan. “Onze volgende zorg was: hoe krijgen we het Frankrijk uit, want er was nog geen exportvergunning afgegeven. Die was er wel voor Marten en Oopjen en die zijn niet eens samen Frankrijk uitgegaan.”

Er werd direct besloten dat er open kaart gespeeld zou worden met Frankrijk. “De gedachte was: we melden doorlopend hoe het ervoor staat, zodat de Fransen geen gezichtsverlies lijden als het doek het land uitgaat en ze niet hoeven denken: die Nederlanders zijn ons te slim af geweest.”

Hij bracht Jet Bussemaker op de hoogte, die destijds nog minister van Cultuur was, en kort daarna ook haar opvolger Ingrid van Engelshoven. “Zij was direct overtuigd. We hadden het gevoel dat als we het niet zouden doen, de volgende generatie zou zeggen: jullie hebben zitten slapen toen een van Rembrandts laatste meesterwerken op de markt kwam. Het is zijn eerste vrij geschilderde werk; hier wordt Rembrandt Rembrandt.”

Vervolgens moest het benodigde geld worden gezocht, waardoor de kans dat de interesse in De Vaandeldrager zou uitlekken groter en groter werd. “De familie vroeg aanvankelijk 220 miljoen euro. Salvator Mundi, die werd toegeschreven aan Leonardo da Vinci, was korte tijd daarvoor geveild; dat schilderij is niet in goede staat en grotendeels overschilderd maar het werd wel verkocht voor 450 miljoen dollar... Ik heb geantwoord dat 220 miljoen niet te verantwoorden was, maar dat we geïnteresseerd waren voor 160 miljoen euro.”

Draagvlak creëren

In juni 2018 krijgt Dibbits bericht dat de Rothschilds De Vaandeldrager voor 165 miljoen euro aan het Rijks willen verkopen – net iets meer dan voor Marten en Oopjen is betaald. Maar als de eigenaren vervolgens een exportvergunning aanvragen, wordt Le porte drapeau de Rembrandt van Rijn tot trésor national (‘nationale schat’) verklaard, waardoor Franse musea dertig maanden de tijd krijgen om het werk te verwerven. “Terwijl Macron eerder had aangegeven dat hij niet zou gaan dwarsliggen.”

In het najaar van 2019 was De Vaandeldrager te zien in de tentoonstelling Rembrandt-Velázquez in het Rijksmuseum, die werd geopend door Koning Willem-Alexander en Koning Felipe VI van Spanje. “Om zoveel mogelijk draagvlak te creëren, was het belangrijk dat het door veel mensen kon worden gezien.”

Het met het Rijksmuseum overeengekomen verkoopbedrag van 165 miljoen euro werd in Frankrijk gelekt aan het online tijdschrift La tribune de l’art, vermoedelijk om te polsen wat de reactie was. Maar terwijl Dibbits cum suis achter de schermen bezig was het benodigde kapitaal bij elkaar te krijgen, meldde de advocaat in juni 2021 dat de koop van de baan was; De Vaandeldrager was verkocht aan het Louvre Abu Dhabi, een nevenvestiging van het nationale museum in Parijs, met geld uit de Emiraten.

“Daar baalden we enorm van, natuurlijk. Ik heb de minister gemeld dat het een voldongen feit was, maar we hoorden er verder niks over en er verschenen ook geen berichten in de kranten, terwijl het ook voor de Emiraten een enorme aankoop was. In augustus meldde de advocaat dat de verkoop tóch geen gedane zaak was en dat het Rijks dus weer in the picture was.”

Ferm bod van een Rus

Naar wat er precies is gebeurd, kan Dibbits alleen maar gissen. “Ik heb gehoord dat de verkoop onderdeel was van een grotere overeenkomst tussen Frankrijk en Abu Dhabi, maar blijkbaar is het schilderij er uiteindelijk toch buiten gevallen.”

Er lag inmiddels ook een hoger bod van een Russische particulier (“Dat hebben we uit drie bronnen, dus we kunnen erop vertrouwen dat het klopt”), maar de Rothschilds besloten het schilderij aan het Rijks te verkopen, ook omdat ze wilden dat het in het publieke domein terecht zou komen. Door inflatie was de prijs wel naar 175 miljoen euro gestegen.

Rijksmuseumdirecteur Taco Dibbits: 'De Vaandeldrager is zijn eerste vrij geschilderde werk; hier wordt Rembrandt Rembrandt.' Beeld Ben Roberts/Panos Pictures
Rijksmuseumdirecteur Taco Dibbits: 'De Vaandeldrager is zijn eerste vrij geschilderde werk; hier wordt Rembrandt Rembrandt.'Beeld Ben Roberts/Panos Pictures

De Vereniging Rembrandt stelt 15 miljoen euro beschikbaar, het Rijksmuseum Fonds, waaronder de Vriendenloterij, 10 miljoen (“Dat is echt uitzonderlijk; het zijn voor beide organisaties gigantische bedragen”). De Nederlandse staat trekt 150 miljoen euro uit voor de aankoop van De Vaandeldrager. De Tweede en de Eerste Kamer gaan in overgrote meerderheid akkoord met de aankoop – terwijl de culturele sector toch zucht onder de gevolgen van de pandemie.

“Daar heb ik wakker van gelegen. Ik denk niet dat we het hadden durven vragen als het van cultuurbudget was afgegaan. Want de culturele sector leed en lijdt enorm onder corona, en dan zo’n bedrag uitgeven en weten dat er van cultuur niks meer komt, was onacceptabel geweest. Maar het komt uit de algemene middelen en er is tegelijk bekendgemaakt dat er structureel 150 miljoen euro meer naar cultuur gaat”.

Dibbits: “Sommige dingen moeten gewoon, daar ben ik van overtuigd. Voor Nederland. Ook als het niet voor het Rijks was geweest. Als het een Van Gogh was geweest voor het Van Gogh Museum, dan had ik me er ook voor ingezet. Het is de grootste aankoop van een land ooit. Dat Nederland dat heeft gedaan, is echt heel bijzonder.”

Nu is De Vaandeldrager van iedereen, aldus Dibbits. En daarom gaat het schilderij voordat het een plek krijgt in de Eregalerij eerst op tournee langs alle provinciën. “Daarmee onderstrepen we het belang van deze aanwinst voor de Collectie Nederland en krijgen álle Nederlanders de kans dit meesterwerk in volle glorie te aanschouwen.”

De Vaandeldrager gaat vanaf april 2022 een jaar lang op tournee door Nederland. In elk deelnemend museum is het schilderij minimaal één dag gratis te bezichtigen. Daarna komt het schilderij in het Rijksmuseum te hangen.

Fries Museum, Leeuwarden (mei 2022)
Centraal Museum, Utrecht (juni 2022)
Stedelijk Museum Alkmaar, Alkmaar (juli 2022)
Drents Museum, Assen (augustus 2022)
Kunstlinie, Almere (september 2022)
Noordbrabants Museum, Den Bosch (oktober 2022)
Mauritshuis, Den Haag (november 2022)
Rijksmuseum Twenthe, Enschede (december 2022)
Museum Arnhem, Arnhem (januari 2023)
Zeeuws Museum, Middelburg (februari 2023)
Bonnefantenmuseum, Maastricht (maart 2023)
Groninger Museum, Groningen (april 2023)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden