Plus Interview

De Stray Cats: ‘We pakken de draad zo weer op’

Het Amerikaanse rockabilly­trio de Stray Cats bestaat veertig jaar. Voor het eerst in 26 jaar is er weer een nieuw album en de groep komt naar Amsterdam.

De Stray Cats, 39 jaar na Runaway Boys. In het midden Brian Setzer. Beeld Russ Harrington

Je ziet hem opveren aan de andere kant van de lijn, ver weg in een gehucht in de Amerikaanse staat Minnesota. “Je belt uit Amsterdam? Ahaaa… Londen en Amsterdam, dat zijn de steden waar we het meest van houden. Ik heb heel veel goede herinneringen aan Amsterdam.”

Nou, barst maar los, zouden we zeggen. Brian Setzer valt even stil. “Uh, er kwam nogal wat Jack Daniel’s aan te pas, dus het is wat vaag allemaal. Ik weet wel zeker dat ik er een paar tattoos aan heb overgehouden. Hanky Panky heeft in elk geval een schedel op mijn arm gezet. Bij de andere jongens heeft hij ook wat gemaakt. Geloof ik.”

Opgewekt: “Waar het om gaat is dit: Na Engeland was Nederland het tweede land dat ons omarmde. Dat vergeten we nooit.”

Het was in 1980 dat The Stray Cats met het wilde Runaway Boys in Nederland hun eerste hit scoorden. Een jaar eerder werd de groep opgericht in Massepequa op Long Island, vlak bij New York. “Wat betekent dat er dit jaar iets valt te vieren,” zegt Setzer. “Het was mij zelf ontgaan, maar ik werd gebeld door Slim Jim: ‘Weet je wel dat het bijna veertig geleden is dat we begonnen? Gaan we nog wat doen?’”

Niet de eerste

En ja, ze gingen weer wat doen: tijd voor een reünie. Het is niet de eerste. In 1984 gingen The Stray Cats uit elkaar, maar om de zoveel tijd staken gitarist en zanger Brian Setzer, bassist Lee Rocker en drummer Slim Jim Phantom toch weer de koppen bij elkaar. Dit keer gaan ze niet alleen toeren – waarbij vanzelfsprekend Amsterdam wordt aangedaan – maar is er, voor het eerst in 26 jaar, ook weer een nieuw album.

Op het album 40 klinkt alles als vanouds: The Stray Cats spelen de aloude rockabilly nog altijd met een punkachtige energie. Rock-’n-roll met een hoofdrol voor het spectaculaire gitaarwerk van Setzer. In de tijden dat The Stray Cats niet actief waren, was hij onder meer de leider van zijn eigen Brian Setzer Orchestra, een big band die swingjazz mengt met rockabilly. Van de andere twee Stray Cats werd minder vernomen.

“Maar zet ons drieën samen in een studio of op een podium en we pakken meteen de draad weer op, maakt niet uit hoe lang we elkaar niet hebben gezien,” zegt Setzer. “Ik sta er zelf versteld van hoe makkelijk het elke keer gaat. Het is als fietsen: we verleren het nooit.”

Dat ze als bijna-New Yorkers in 1979 rockabilly begonnen te maken, was niet heel logisch. Rockabilly ontstond in de jaren vijftig immers in het het zuiden van de Verenigde Staten. “Het komt door mijn vader,” zegt Setzer. “Hij had gevochten in de Korea-oorlog. Daar had hij jongens uit het zuiden leren kennen die zijn muzikale smaak nogal beïnvloedden.”

Pa Setzer draaide thuis vooral muziek van het Sun-label: Elvis natuurlijk, maar ook Carl Perkins, Jerry Lee Lewis en Johnny Cash. Brian Setzer was er als tiener in de jaren zeventig net zo gek op als zijn vader en ontdekte gravend in het Amerikaanse rock-’n-rollverleden ook artiesten als Gene Vincent en Eddie Cochran.

Nieuw leven

Met twee vrienden uit Massepequa richtte hij The Stray Cats op, vastbesloten de rockabilly van de jaren vijftig nieuw leven in te blazen. In eigen land was er weinig belangstelling voor. “Amerikanen leken in die tijd nauwelijks geïnteresseerd in hun eigen muziekgeschiedenis. Toen ik op de cover van het Engelse tijdschrift New Musical Express een rockabillykid zag staan en binnenin las dat er in Londen een hele scene rond zulke muziek bestond, wist ik meteen waar we moesten zijn.”

Londen was een muzikaal opwindende stad, begin jaren tachtig. Maar het was toen vooral een stad van punk en new wave. Voelde Brian Setzer zich als rechtgeaarde rocker zich wel thuis in een dergelijk muzikaal milieu? “Jazeker. Wij zijn als vertolkers van rockabilly nooit superstreng in de leer geweest. De punk die we hoorden in Londen vonden we ook te gek en dat hoorde je terug in onze muziek. In Londen kregen we snel voet aan de grond, Europa volgde en toen zag toch ook Amerika ons zitten.”

Met het nummer Stray cat strut haalde de groep in 1981 de derde plaats van de Amerikaanse Top 100: een langzaam nummer met een duizelingwekkende solo van Setzer. Het verbaast nogal als hij vertelt dat niet de gitaar, maar het eufonium, een soort tuba, zijn eerste instrument was. “In Amerika heeft bijna iedere school zijn eigen marching band. Mij, het magerste jochie van de school, gaven ze dat enorme eufonium. Ik bezweek er bijna onder.”

Maar een leerzame tijd, vindt hij acheraf. “Ik leerde muziek lezen en schrijven, heel degelijk. Ook de gitaarles die ik later kreeg, was heel traditioneel. Toen was dat doorbijten, maar zeker als leider van het Brian Setzer Orchestra had ik veel aan die achtergrond.”

Baseball

Was bij die gitaarlessen snel duidelijk dat hij uitzonderlijk getalenteerd was? “Mijn gitaarleraar meneer Scurti, die zelf saxofoon speelde, vond van wel. Ik vond andere zaken soms belangrijker, baseball bijvoorbeeld. Na afloop van een wedstrijd stond hij me een keer op te wachten: ‘Jongen, met baseball kom jij nergens, maar als gitarist kun je het echt heel ver schoppen.’”

Heeft meneer Scurti het succes van The Stray Cats nog meegemaakt? “Ja, hij was toen al gepensioneerd en had zich teruggetrokken op het platteland in een huisje met een moestuin. Hij was heel trots. Hij omhelsde me en zei toen: Ik zei het toch?’”

Het album 40 verschijnt op vrijdag 24 mei. Op 1 juli treden de Stray Cats op in Afas Live. De kaartverkoop is begonnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden