Plus

De sporen van slavernij in Tropenmuseum

Een tentoonstelling in het Tropenmuseum zet bezoekers aan het denken over de nasleep van ons slavernijverleden.

'Mister Menthol' Joseph Sylvester demonstreert tandpasta op het Waterlooplein. Beeld Stadsarchief

Johannes Kodjo uit Paramaribo was dertien toen hij op het Museumplein in Amsterdam op een trommel speelde. Vanachter hekken keken de Amsterdammers naar dit vertoon van 'typisch' Surinaamse gebruiken. Een foto van Kodjo uit 1883 en de oorspronkelijke trommel maken deel uit van de tentoonstelling die nu in het Tropenmuseum te zien is.

Heden van het slavernijverleden laat de bezoeker kennismaken met de erfenissen van slavernij en kolonialisme. De tentoonstelling moet een permanent karakter krijgen en worden uitgebreid naar landen waarmee Nederland een koloniaal en/of slavernijverleden heeft.

Niet alleen terugkijken
Uitgangspunt is niet alleen terugkijken naar wat is gebeurd, maar juist bekijken hoe we met zijn allen een gemeenschappelijke toekomst kunnen opbouwen. Theatermaker Dorothy Blokland nodigt bijvoorbeeld in een opgenomen spoken word performance uit na te denken over het thema vrijheid.

Bij binnenkomst stuit de bezoeker op een wand met de verhalen van personen die vroeger een dubbele rol speelden. Elisabeth Samson bijvoorbeeld: een vrije, zwarte vrouw die in de achttiende eeuw in Suriname meerdere plantages bezat.

Samson had slavenvoorouders, maar maakte op haar eigen plantages zelf ook gebruik van slaven. Tegelijkertijd speelde ze een voortrekkersrol door zich in te zetten voor het recht om een witte te huwen.

"We willen laten zien hoe complex de situatie was," zegt Richard Kofi, maker van de tentoonstelling. Zo is er ook een afbeelding van de voorwaarden waaronder slaven zich vrij konden kopen.

Dat kostte 1500 gulden: het jaarinkomen van een plantagedirecteur. De enkeling die het lukte om dat enorme bedrag bij elkaar te sparen, moest zich vervolgens, eenmaal in vrijheid, aan een grote hoeveelheid regels houden, waaronder bekering tot het christendom.

Het schokkendste voorwerp in de tentoonstelling is een brandmerk uit Suriname uit het begin van de negentiende eeuw om slaven mee te merken. "Dit brandmerk maakte van de ene mens plots een product in de ogen van een ander mens," zegt Kofi.

Schoenen van Hoofdpiet
Er is ook veel aandacht voor Amsterdam. Op een foto uit 1935 is het Waterlooplein te zien, waar verkoper Joseph Sylvester naar stereotypen grijpt om mentholtandpasta te slijten.

De voor geweld van de Ku Klux Klan uit de VS gevluchte Sylvester prijst zijn waar aan met teksten als 'het natuur geheim van het zwarte ras', en 'maakt uw tanden schitterend wit en gezond'.

Van recenter datum zijn de schoenen die cabaretier Erik van Muiswinkel jaren droeg als Hoofdpiet bij het Sinterklaasjournaal. Toen Van Muiswinkel de rol niet meer wilde spelen, kocht het Tropenmuseum het schoeisel aan.

Even verderop wacht een vitrine met straks hopelijk een wisselende inhoud. Nu ligt er een cocktailboekje in van Jimmy van der Lak, beschikbaar gesteld door zijn familie.

De Surinamer was in de jaren dertig kelner in Scheveningen en een bekend gezicht in het uitgaansleven. Bezoekers die een bijzonder object in huis hebben, kunnen dit straks in deze vitrine tonen.

Heden van het slavernijverleden, vanaf nu in het Tropenmuseum.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden