PlusInterview

De Slag om de Schelde nu dan toch in de bioscoop: hoe trek je met een klein budget de kijker het slagveld in?

De Slag om de Schelde moest wel een oorlogsfilm, maar geen traditioneel heldenepos worden, vond regisseur Matthijs van Heijningen jr. (55). Het slagveld wilde hij vol in beeld, maar hoe doe je dat met een beperkt budget?

 Scène uit De Slag om de Schelde, die in december in première ging en nu in de bioscopen draait. Beeld Lennert Hillege
Scène uit De Slag om de Schelde, die in december in première ging en nu in de bioscopen draait.Beeld Lennert Hillege

“Alsof alle gasten afzegden voor mijn huwelijk.” Zo ­omschrijft regisseur Matthijs van Heijningen de première van zijn film De Slag om de Schelde in december vorig jaar. Onder het dreigende gesternte van een tweede coronalockdown lag in Vlissingen een rode loper klaar voor pers en genodigden. “Daar liep die avond dus helemaal niemand overheen. Een treurige aanblik.”

De premièrevoorstelling ging wel door, maar de film haalde de bioscopen niet. “Die combinatie had ik ook nog nooit meegemaakt,” zegt Van Heijningen. Na een half jaar gedwongen pauze is De Slag om de Schelde nu dan toch te zien. Aanvankelijk bedoeld als onderdeel van de viering van 75 jaar bevrijding ziet de regisseur in de film nu ook een onderdeel van de verlossing van het lockdownkeurslijf. “Volgens mij hebben mensen nu zoveel meer zin om naar de bioscoop te gaan dan in die tijd dat er maximaal 30 mensen de zaal in mochten.”

De aanzet voor De Slag om de Schelde kwam van het Nationaal Fonds voor Vrede, Vrijheid en Veteranenzorg. Vooral bij jongeren is het niet altijd makkelijk om oorlogsherinneringen levend te houden, hield het fonds producer Alain de Levita voor. Een film zou kunnen helpen. Het Fonds stelde twee mogelijke voor Nederland belangrijke veldslagen voor: het Rijnlandoffensief (1945) en de Slag om de Schelde (1944). Van Heijningen: “Beide kende ik niet, maar bij het woord ‘veldslag’ was mijn interesse ­gewekt.”

Al snel bleek de strijd rond de Scheldemonding in Zeeland, vier maanden na D-day, het meest geschikt voor een film. Doordat de Duitsers het Zeeuwse eiland Walcheren toentertijd nog in handen hadden, konden de geallieerden de recent heroverde Antwerpse haven niet ­bereiken met hun bevoorradingsschepen. De Duitsers maakten van het eiland echter een vesting en weigerden zich tegen alle verwachtingen in over te geven.

“Het verhaal bleek voor een filmmaker bijna too good to be true,” constateerde Van Heijningen na eigen onderzoek in onder meer een aan de strijd gewijd museum in het Zeeuwse Nieuwdorp. “In een paar dagen tijd zijn op een dijk tussen Walcheren en Zuid-Beveland duizenden Canadezen gesneuveld.”

Die Slag om de Sloedam werd het militaire zwaartepunt van de film, waarvan Van Heijningen meteen wist dat hij er geen traditionele oorlogsfilm met een moedige en ­onfeilbare held als middelpunt van wilde maken. “Ik ben niet zo geïnteresseerd in helden. Wat kan de conclusie na zo’n verhaal zijn? ‘Ja, wat was die figuur geweldig! Laten we hem een medaille geven!’ Nee, ik wil liever laten zien wat de oorlog voor gewone mensen betekende.”

De regisseur koos ook voor een gedetailleerde weergave van de gevechten zelf. In Litouwen – waar de regels en ruimte voor ontploffingen wat royaler zijn – werd de Sloedamconfrontatie tussen oprukkende geallieerden en verbeten Duitse defensie samengevat in een donderende scène van acht minuten. “Door documentair te draaien, met lange shots, dicht op de karakters, krijg je als kijker het idee midden in de slag te zitten.”

Hoewel De Slag om de Schelde met een budget van zo’n 14 miljoen euro op Zwartboek na de duurste Nederlandse film aller tijden is, was vindingrijkheid nodig om het ­wapengekletter net zo te laten imponeren als bij dure ­internationale producties als Dunkirk of 1917. “Die zouden drie weken voor zo’n scène hebben gehad. Wij drie dagen. Daarom hebben we gerepeteerd alsof het een theaterstuk was. Iedereen wist exact waar hij moest lopen of neervallen.”

Zo ontstond een soms oorverdovend spektakelstuk van granaatinslagen, mitrailleurvuur en dichte stofwolken. “Ik wilde de toeschouwer murw beuken. Soms kreeg ik commentaar: ‘Dit duurt wel erg lang.’ Mooi, dacht ik dan. Dat zullen de soldaten toen ook hebben gedacht. Dat is oorlog. Een uitputtingsslag.”

Nauwelijks tekst

De Slag om de Schelde werd zo een bijna on-Nederlandse spektakelfilm tegen een oer-Hollands decor van ondergelopen weilanden, dijken en dorpjes met klinkerstraten. Van Heijningen, die op zijn vijftiende een spreekbeurt hield over Anton Mussert, is ‘gefascineerd door het gedrag van mensen als ze oog in oog met het kwaad komen te staan’. “Ik denk dat mijn keuze voor die spreekbeurt voortkwam uit de behoeft hem te begrijpen. Was hij echt slecht of kwam het door de omstandigheden?”

Om die reden omvat het persoonlijke verhaal dat parallel loopt aan de gevechtshandelingen ook de omzwervingen van een Nederlandse jongen (een rol van Gijs Blom) die zich bij de Wehrmacht aansluit om te strijden aan het Oostfront. Van Heijningen: “Zo’n 20.000 Nederlanders hebben dat gedaan. Wat bezielde hen? Waren het avonturiers, criminelen of geloofden ze werkelijk in hun strijd waarin het bolsjewisme als ultiem gevaar werd gezien?”

Het personage van Blom kreeg van Van Heijningen, die naam maakte als regisseur van commercials en in 2011 ­debuteerde in de filmwereld, nauwelijks tekst. De regisseur moest daarover discussiëren met scenarioschrijver Paula van der Oest. “In commercials werk ik nooit met tekst,” zegt Van Heijningen. “Ik probeer een wending in het verhaal altijd met beeld uit te leggen in plaats van met dialogen. Dat prikkelt de fantasie van de kijker.”

Van Heijningen kijkt met tevredenheid terug op zijn eerste regieklus van megaformaat. Die smaakt naar meer, zegt hij. En wat het volgende project moet worden, weet hij ook al. “De Nederlandse versie van de Slag om Arnhem (in 1977 door regisseur Richard Attenborough met een internationale sterrencrew verfilmd als A Bridge Too Far, red.) lijkt me prachtig. Er zijn zulke mooie Nederlandse dagboeken gevonden. Ik ga een balletje opgooien.”

Gijs Blom in De Slag om de Schelde.
 Beeld Lennert Hillege
Gijs Blom in De Slag om de Schelde.Beeld Lennert Hillege

Acteur Gijs Blom imponeert

Is er in een oorlog alleen sprake van goed en kwaad of herbergt elke strijdende partij en misschien wel ieder mens facetten van beide? Die vraag krijgt de kijker in De Slag om de Schelde voorgelegd aan de hand van verhalen van drie jongeren: een Engelse vliegenier (gespeeld door Jamie Flatters), een Zeeuws dorpsmeisje (Susan Radder) en een Nederlandse SS-soldaat (Gijs Blom). De eerste is boven Zeeland neergestort op weg naar een bijdrage aan de Slag om Arnhem, de tweede probeert haar jongere broertje uit handen van de Duitsers te redden en de derde krijgt wroeging over zijn landverraad als hij terugkeert naar Walcheren.

Tegen het decor van de bloedige Slag om de Schelde ontspint zich een boeiende zoektocht naar waarheid, trouw en redding. Vooral Blom imponeert met zijn stille spel, waarmee hij toont hoe de desillusie van de oorlog zich in zijn binnenwereld voltrekt.

Hoewel de strijd uiteindelijk maar één winnaar kent, mag de kijker zelf zijn oordeel vellen over wie nu precies slachtoffer van wie is. In stemmig grijs geschoten is De Slag om de Schelde een boeiend stuk vaderlandse geschiedenis en een filmprestatie van formaat ineen.

De Slag Om De Schelde. Beeld September Film
De Slag Om De Schelde.Beeld September Film

Fel verzet van Duitse troepen in Zeeland

De geallieerden waren verrast door de felle tegenstand die de Duitse troepen in de herfst van 1944 nog boden aan de bevrijders, die na D-day steeds meer terrein wonnen. Een grote stap in de verdere ­opmars zou de ingebruikname van de haven van Antwerpen zijn. Maar de Duitsers hadden nog controle over de monding van de Schelde, zodat ze de geallieerde aanvoerroute onder vuur zouden kunnen nemen. Onderschatting resulteerde in een korte gevechtspauze, waarbij de Duitse troepen gelegenheid kregen zich te hergroeperen op Walcheren en in de provinciehoofdstad Vlissingen.

De film De Slag om de Schelde spitst zich toe op de vierde en laatste fase van de missie om het Duitse leger te breken: operatie Infatuate, ook wel de Strijd om Walcheren. Die bestond uit drie beslissende aanvallen waarvan één de Slag om de Sloedam was. Deze dijk verbindt Walcheren met Zuid-Beveland. In totaal duurde het bevrijden van de zuid- en noordoever van de Schelde vijf lange weken. Op 8 november 1944 staakten de Duitsers het verzet. Toen waren er aan Duitse zijde ruim 4000 en aan geallieerde kant ruim 3000 soldaten gesneuveld. Ook vielen er ruim 2000 burgerslachtoffers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden