Plus Achtergrond

De reizende beelden van Carlos Amorales landen in het Stedelijk

In het Stedelijk Museum opent zaterdag een expositie van de Mexicaanse kunstenaar Carlos Amorales. Over de reis van beelden, die worden opgepikt, vervormd, een andere lading krijgen en worden doorgegeven.

Black Cloud (2007) Beeld Peter Tijhuis

Mensen met een fobie voor vlinders kunnen het Stedelijk de komende tijd beter mijden. Vier kabinetten in The Factory, Carlos Amorales’ grote solotentoonstelling, zijn gekoloniseerd door 23.000 vlinders. Ze zitten op de wanden, ramen, het plafond en zelfs lampen. De motten zijn geknipt uit zwart papier en per zaal is het patroon waarin ze gerangschikt zijn net iets anders, als een virus dat muteert.

Amorales maakte deze Black Cloud tien jaar geleden. Na een eerste presentatie in een galerie verschenen foto’s op internet van een kledingzaak die zijn idee had gekopieerd en het interieur had gevuld met dezelfde silhouetten. Niet veel later liep het eerste mottenjurkje over de catwalk en kwam er zelfs mottig damesondergoed.

Toen hij een foto kreeg toegestuurd van iemand die de vlinders op zijn bovenarm had getatoeëerd, vroeg hij bevriende tekenaars de omzwervingen van zijn kunstwerk als geïllustreerd verhaal in beeld te brengen. Precies in die periode las hij Austerlitz, waar hij een afbeelding tegenkwam van ‘zijn’ mot, die auteur W.G. Sebald weer had geleend van Darwin. De vraag drong zich op: wie kan auteursrecht laten gelden op de natuur?

Denkbeeldig alfabet

Black Cloud, maar eigenlijk de hele expositie, gaat over de reis van beelden. Ze worden opgepikt, gejat, vervormd, krijgen een andere lading en worden weer doorgegeven – en sinds het internet gaat dat steeds sneller. Als beeldmaker verzet Amorales zich er niet tegen. Hij omarmt het juist en geeft er een extra draai aan.

In een tijd dat kunst bijna per definitie lijkt te moeten gaan over plasticsoep, het vluchtelingenprobleem, institutioneel racisme of gender is het ronduit verfrissend weer eens een tentoonstelling te zien die gaat over het maken van kunst. Kunst die niet per se meer hoeft te zijn dan dat, en daardoor des te krachtiger is.

Natuurlijk bevat ook het werk van Amorales de nodige politieke en maatschappelijke lagen, maar ze zijn bij hem nooit het startpunt of drijvende kracht. Ze kunnen uit het werk voortkomen, maar zijn zelden het interessantste deel. Zo knipte de kunstenaar uit papier de tekens van een denkbeeldig alfabet, die hij vertaalde in driedimensionale, uitgeholde vormen die bespeeld kunnen worden als fluitjes – de tekens krijgen klank. Het geluid zette hij onder een animatie waarin een familie op de vlucht is voor belagers, een verwijzing naar het geweld in Amorales’ thuisland Mexico. De film is goed maar voelt toch als een extraatje. Alle aandacht gaat naar de tafels met fluitjes, die glimmend zwart en ritmisch in het gelid liggen uitgestald alsof het een archeologische presentatie van mysterieuze buitenaardse artefacten betreft.

Worstelmasker

Amorales begon als schilder. Zo belandde hij begin jaren negentig in Amsterdam om te studeren aan de Rietveld Academie. Maar het was vooral zijn tweejarig verblijf aan de Rijksakademie dat hem heeft gemaakt tot de reflexieve beeldmaker die deze overzichtstentoonstelling meer dan verdiend heeft. In die tijd begon hij te spelen met zijn identiteit als kunstenaar. Hij stelde een contract op waarin hij stipuleerde dat een collega zich een maandlang Carlos Amorales mocht noemen en zijn atelier gebruiken. Hij was gedurende die periode in Mexico, waar hij maskers van zichzelf liet maken om er showworstelaars mee de ring in te sturen.

Ook produceerde hij een serie foto’s waarin de gemaskerde gemoedstoestanden uitdrukt: verbazing, verslagenheid, woede, opwinding. Maar hoe theatraal de houdingen ook zijn, het masker blijft uitdrukkingsloos. Wat zich afspeelt achter de façade van Amorales’ avatar blijft verborgen, net zomin dat we weten of hij het zelf is.

Kakofonie

Zo Mexicaans als het worstelmasker is ook de verwoestende aardbeving van 1985, die Amorales abstraheert door met een in stukjes gebroken en zigzag weer aan elkaar gelaste liniaal een Sol LeWittachtige muurtekening te maken. Het bendegeweld dat de berichtgeving over het land overheerst, krijgt een plekje in een fotoroman waarin vaak gruwelijke executiefoto’s uit tabloids worden gecombineerd met tekstballonnen die vervreemdend geheimschrift bevatten.

Maar meer dan aan de actualiteit spiegelt Amorales zich aan de kunstgeschiedenis, de makers die hem voorgingen. In een video duiken kostuums op die knipogen naar Malevitsj. En in de grootste zaal hangt een uitvergrote versie van Alexander Calders mobile. Aan de hengels hangen bekkens in plaats van gekleurde vlakken. Aan de wand: drumstokken die het publiek uitnodigen het kunstwerk te bespelen.

Het gedruis van de cymbalen voegt een extra laagje toe aan de kakofonie die The Factory op sommige plekken is. Muziek – of beter gezegd: geluid – is voor Amorales bijna net zo belangrijk als beeld en taal. Het zijn expressiemiddelen, waarbij de vorm belangrijker is dan de inhoud. Juist als ze geen vastomlijnde invulling hebben, prikkelen ze de verbeelding maximaal. Zoals in Psicofonias, waarin internetplaatjes zijn omgezet in lichtstippen die langzaam van het beeldscherm glijden en aan de rand een pianotoon veroorzaken. Het is een draaiorgelboek dat beeld vermaalt tot een niet-harmonieuze compositie. Je vermoedt patronen maar hoort ze niet, raakt gedesoriënteerd, geïrriteerd, verbaasd en blijft achter in verwondering.

Carlos Amorales: The Factory
Stedelijk Museum, t/m 17/5

Orgy of Narcissus (2019) Beeld Carlos Amorales
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden