Handelaren bekijken eind jaren dertig stenen op de Diamantbeurs op het Weesperplein.

Plus Achtergrond

De opvallende geschiedenis van de Amsterdamse diamanthandel

Handelaren bekijken eind jaren dertig stenen op de Diamantbeurs op het Weesperplein. Beeld Collectie Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG)

Amsterdam was ooit hét centrum van de diamantindustrie. De expositie Amsterdam Diamantstad vertelt de geschiedenis van deze bedrijfstak die als eerste in Nederland met een vakbond te maken kreeg.

Welgeteld dertien diamantbewerkers op een Amsterdamse werkplaats blikken rond 1913 in de lens van de camera. Links op de foto zitten de zogeheten verstellers, met het gezicht naar het raam. Rechts de slijpers, met hun rug juist naar het raam gekeerd.

“Daardoor valt het licht over de rug van de slijper op de diamant, zodat ze niet verblind worden,” zegt cultuurhistoricus Daniël Metz, die zich bezighield met de inrichting van de expositie Amsterdam Diamantstad in het Joods Historisch Museum. “Een atelier werd ook het liefst op de noordkant gebouwd. Voor een diamantbewerker is juist het matte licht belangrijk, niet het scherpe zuiderlicht.”

De Amsterdamse diamanthandel kende zijn hoogtepunt tussen 1900 en de Eerste Wereldoorlog. De stad telde meer dan tachtig diamantfabrieken, waar ongeveer tienduizend Amsterdammers werkten. “De diamanthandel was de kurk waar de Joodse gemeenschap op dreef. ­Joden konden nergens anders terecht. Ze mochten zich vroeger niet aansluiten bij gildes,” vertelt Metz.

De meeste Joodse gezinnen in Amsterdam hadden op een of andere wijze te maken met diamant. Zeventig procent van de mensen die in de industrie werkten, was Joods.

De Nieuwe Achtergracht was het hart van de diamantindustrie. Er stonden diverse diamantfabrieken. Aan het nabijgelegen Weesperplein werden in 1911 twee diamantbeurzen in gebruik genomen.

Koning van de diamanthandel

“Voor veel Joden was de diamantindustrie de weg uit de armoede. De familie Asscher woonde in de negentiene eeuw in het Bussenschuthofje, een slop die uitkwam op de Rapenburgerstraat. Het gezin liet een zoon bij een meester in de diamantfabriek het vak leren. Ze betaalden daar twee jaar lang voor totdat hun zoon zich slijper mocht noemen en zelfstandig mocht werken.”

In 1906 begon hun zoon zijn eigen fabriek in de Tolstraat. Metz: “Asscher was de koning van de diamanthandel. De firma zit nog steeds in het gebouw, maar slijpt niet meer.”

De arbeidsomstandigheden in de diamant­slijperijen waren slecht. Onder leiding van Henri Polak, oud-gemeenteraadslid en zoon van een Joodse briljantslijper en Kattenburger Jan van Zutphen werd in 1894 de Algemene Nederlandse Diamantbewerkers Bond (ANDB) opgericht. Het was de eerste professionele vakbond van Nederland.

De bond introduceerde een vakantieweek in 1910, een achturige werkdag in 1911 en een veertigurige werkweek in 1937. Diamantbewerkers waren verplicht lid. In ruil daarvoor werden ze uitbetaald bij een staking, werkeloosheid of ziekte. In de Henri Polaklaan stond het bondsgebouw, ontworpen door Hendrik Petrus Berlage. Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog had de bond tienduizend leden.

De ANDB zette zich behalve voor de arbeidsomstandigheden ook in voor de culturele ontwikkeling van zijn leden, zodat ze zich konden meten aan de ‘bezittende klasse’. Er kwamen muziek- en zangverenigingen, leesclubs en toneelgezelschappen. Er werd een bibliotheek gesticht op de bovenverdieping van het bonds­gebouw onder het motto ‘Kennis is kracht’.

Metz: “De bibliotheek had veel politieke geëngageerde en verlichtende boeken. Polak vocht voor gelijkheid. Er waren veel theaters in de Plantagebuurt. Plancius op de Plantage Kerklaan van de Joodse zangvereniging Oefening Baart Kunst was daar een van.”

Britse kroonjuwelen

Voor en tijdens de hoogtijdagen van de diamant­industrie slepen de Amsterdamse ­fabrieken beroemde diamanten. Firma Mozes Elias Coster sleep in 1852 de Koh-i-Noor en ­Joseph Asscher van de firma I.J. Asscher sleep in 1908 de Cullinan, de grootste diamant ooit gevonden in Zuid-Afrika. Beide stenen werden aan het Engelse koningshuis gegeven en maken deel uit van de Britse kroonjuwelen. Een replica van de Britse scepter van kristalglas is te zien in de expositie.

Verder liggen er attributen van het diamantvak, waaronder slijptangen, snijdersmaterialen, weegschalen en een koffer van diamant­klover Elias Spitz met een kloversmes en een speciaal bakje. Er staan maquettes van een slijperij uit 1840 en het slijpersatelier van firma Asscher en er ligt een broche met de beeltenis van koning Willem III, gemaakt door firma Coster.

Sterke reputatie

Ook aan de bezettingsjaren wordt aandacht besteed in de expositie. Joodse diamanthandelaren werden in april 1942 door de bezetter gedwongen hun stenen in te leveren. Uiteindelijk werden de handelaren gedeporteerd. NSB-fotograaf Bart de Kok legde de beroving van de diamanthandelaren vast. Op negen foto’s op de expositie is te zien hoe er in de Diamantbeurs op het Weesperplein in de zakken van de Joden werd gegraaid.

De bezetting was de nekslag voor de Amsterdamse diamanthandel. Slechts een klein aantal fabrikanten overleefde de oorlog en pakte de werkzaamheden weer op, onder wie Asscher, Moppes en Henri Soep. Haar leidinggevende positie kreeg Amsterdam niet meer terug. Deze werd overgenomen door Antwerpen, New York, Tel Aviv en Mumbai. ‘Maar haar reputatie als eeuwenoude diamantstad leeft voort,’ aldus een tekst op de expositie.

Onlangs is het archief van de ANDB ontsloten. Op een computer aan het einde van de expositie kunnen de lidmaatschapskaarten worden ingezien. De allereerste lidmaatschapskaart met nummer 1 is van Henri Polak, de voorzitter van de bond. De kaarten zijn ook in te zien op www.diamantbewerkers.nl.

Amsterdam Diamantstad: t/m 1/3 in het Joods ­Historisch Museum, Nieuwe Amstelstraat 1.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden