Plus Achtergrond

De opvallend bloeiende jazzcultuur van Nederlands-Indië

Geluidsopnames bestaan er helaas nauwelijks van, maar Nederlands-Indië kende een bloeiende jazzcultuur. Henk Mak van Dijk schreef er het weldadig geïllustreerde boek Tropenjazz over.

De Jazz Clovers. Beeld Tropenjazz

In 1920 opende in Batavia, het huidige Jakarta, het Casino ­Cabaret en Café. Het nieuwe ­‘paradijs des vermaaks’ was gemodelleerd naar Amerikaanse uitgaansgelegenheden van die tijd. 

Daarbij hoorde niet alleen dat men er cocktails serveerde, maar ook – een primeur in Batavia – dat er elke avond werd opgetreden door de Casino Jazz Band. De vooral uit Amerikaanse muzikanten en zangeressen bestaande band had groot succes in de hoofdstad van Nederlands-Indië.

De Indische pers had zo zijn bedenkingen bij de muzikale nieuwlichterij. Een jaar eerder had een medewerker van het Nieuws van den Dag voor Nederlands Indië al geschreven dat de ‘harde en luidruchtige muziek’ (lees: jazz) van de Amerikaanse Columbia Park Boys Club hem ‘maagkrampen’ had bezorgd. 

Nu schreef dezelfde krant naar aanleiding van het succes van de Casino Jazz Band: ‘Heel het Bataviaasche publiek schijnt op het oogenblik bezig tot den meest primitieven staat van ontwikkeling terug te vallen.’

Zwembaden

De bedenkingen van fatsoensrakkers ten spijt viel jazz in Nederlands-Indië in goede aarde. Letterlijk honderden jazzbands bestonden in de laatste vier decennia van de kolonie. Ze werden gevormd door zowel Nederlanders als ‘inlanders’, maar vooral ook door de groep van ­Indo-Europeanen daartussenin.

The Swimming Bath Orchestra. Beeld Tropenjazz

Optreedmogelijkheden waren er genoeg. Levende jazz klonk in ‘de Oost’ in sociëteiten, hotels, dancings, nachtclubs, zwembaden (een band heette The Swimming Bath Orchestra) en dansscholen. Ook de radio besteedde aandacht aan de uit de Verenigde Staten overgewaaide muziek. 

In muziekwinkels werden jazzplaten verkocht, maar ook de bladmuziek van Amerikaanse jazzhits. Het lijkt niet overdreven te stellen dat jazz in Nederlands-Indië over een betere infrastructuur beschikte dan in Nederland.

We lezen het in Tropenjazz, een geweldig overzicht van jazz in Nederlands-Indië in de periode 1919-1950. Ruim 400 pagina’s dik, weldadig geïllustreerd en met zowel een Nederlandse als een Engelse tekst. Schrijver Henk Mak van Dijk verdiepte zich eerder in klassieke muziek in Nederlands-Indië. Voor Tropenjazz moest hij dieper speuren. 

Bij het Nederland Jazz Archief, het logische beginpunt van zijn zoektocht, trof hij slechts één mapje over jazz in Indië. Heel veel informatie boden wel de Indische kranten uit de betreffende periode.

Drumstellen

Uit die kranten komt ook een deel van de illustraties in Tropenjazz. In een advertentie van muziekhandel Knies in het Bataviaasch Nieuwsblad uit 1923 worden ‘complete jazz outfits’ aangeboden. Het blijkt te gaan om drumstellen. Kosten: 350 gulden; het zal in die tijd een fortuin zijn geweest. Mooi en leuk zijn ook de waarschijnlijk uit privécollecties afkomstige foto’s van jazzbands. Op een foto van hbs-band The Original Melody Boys uit 1925 is de trompettist een 18-jarige Eppo Doeve, na de oorlog in Nederland landelijk bekend als illustrator.

Melody Makers. Beeld Tropenjazz

Hoe interessant zou het zijn die bands van toen nu te kunnen horen. Helaas, Henk Mak van Dijk heeft alleen opnames gevonden die zangeres Gerda Lucardie met de Jazz Clovers maakte voor platenlabel Columbia. Hij weet dat een andere groep, The Silver Kings, een plaat opnam voor His Master’s Voice, maar heeft daar niet de hand op weten te leggen. Zeker tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië en de roerige jaren daar direct na is veel materiaal verloren gegaan.

Platencollectie

De belangrijkste pleitbezorger die jazz in Nederlands-Indië had, was Harry Lim, een Chinese jongen uit Batavia. Als kind van rijke ouders wist hij een enorme platencollectie op te bouwen, deels gekocht in Nederland. In Amerika, waar hij in 1939 naar toe ging, kocht hij niet alleen nog eens 1500 grammofoonplaten, maar wist Lim zich ook in te werken in de jazzscene van New York. 

Als producer was hij betrokken bij opnamesessies van grootheden als Lionel Hampton, Coleman Hawkins en zelfs Duke Ellington. Harry Lim lijkt een figuur over wie een compleet boek te schrijven is.

Tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië was jazz verboden, net als in het bezette Nederland. Na de oorlog maakte het genre een comeback in Indië en drong ook de bebop door. Populair in die tijd waren The Timor Rhythm Boys, vier piepjonge broers die jazz mengden met onder meer Hawaïmuziek. In 1957 migreerde de familie naar Nederland, waar de vier muzikanten als The Tielman Brothers het startsein voor de rock-’n-roll gaven.

Henk Mak van Dijk: Tropenjazz, Jazz in Indië 1919/1950 (Uitgeverij West, € 24,95) 

Batavia Jazz Band. Beeld Tropenjazz
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden