PlusAnalyse

De opkomst van de clickworker: u vraagt, wij klikken

Wereldwijd doen steeds meer mensen aan ‘clickwork’: het vanuit huis uitvoeren van kleine online taakjes waarmee de kunstmatige intelligentie van systemen ‘getraind’ wordt. Wat houdt het in en is het eigenlijk wel goed voor ons?

Tom Grosfeld
null Beeld Mathilde Bindervoet
Beeld Mathilde Bindervoet

U wilt vanuit huis geld verdienen? Handig, in een pandemie! Geen baas, u bepaalt zelf wanneer en hoelang u werkt op uw computer nodig met internet. Waar wacht u nog op? Meld u aan als clickworker!

Neem plaats achter uw computer of laptop. Voer kleine taakjes uit voor een paar cent per stuk. Denk aan: op afbeeldingen klikken waarop een helikopter te zien is, aangeven welke emotie een gezicht laat zien, kassabonnen overtikken, voetgangers markeren en enquêtes invullen. U werkt voor aannemers op het platform, van technologiebedrijven als Twitter tot wetenschappers die vragenlijsten laten invullen. Doet u uw werk naar behoren, dan krijgt u betaald, en staat de volgende opdracht alweer klaar.

Mechanical Turk, onderdeel van Amazon, was het eerste platform met op dit moment ruim een half miljoen clickworkers. Honderden ­bedrijven en instellingen bieden tienduizenden taken ­tegelijk aan. Ook Clickworker.com voorziet honderdduizenden mensen van werk. Vergelijkbare, iets kleinere platforms zijn onder meer Pro­lific, Neevo, Appe, Crowdflower en ­Toluna.

Stroomversnelling

Uit onderzoek van Pew Research Center bleek dat in 2016 bijna 5 procent van de Amerikanen, die zijn oververtegenwoordigd op dit soort platforms, geld verdient met clickwork. Dat aantal stijgt elk jaar, en kwam door de coronacrisis in een stroomversnelling.

Clickworkers zijn een minder zichtbaar onderdeel van de platform­economie en ze worden ook wel de ‘onzichtbare arbeidersklasse’ genoemd. Het achterliggende doel is dat kunstmatige intelligentie ‘getraind’ wordt door mensen, zegt cultuursocioloog Siri Beerends, promovenda aan de Universiteit Twente en onderzoeker bij Medialab Setup. “Veel nieuwe technologie, en in het bijzonder kunstmatige intelligentie, kan taken nog niet zelfstandig uitvoeren. De technologie leert van het werk van mensen – informatie labelen, dingen overzetten van analoog naar digitaal of van impliciet naar expliciet – om zelf beter te herkennen wat bijvoorbeeld op een verkeersbord staat.”

Beerends noemt Facebook, dat voor zijn Metaverses bijna drieduizend uur aan videoclips nauwkeurig door clickworkers laat omschrijven, om de kunstmatige intelligentie te trainen zodat die video’s kan begrijpen vanuit een first-personperspectief. “Het komt ook in ons dagelijks leven voorbij. Als je bewijst dat je geen robot bent door een ReCaptcha in te vullen, doe je gratis clickwork voor Google; je traint dan hun kunstmatige intelligentie.” Deze ‘last mile’ is het gedeelte dat nog niet geautomatiseerd kan worden door machines. Techbedrijven zeggen: het is een overbruggingsperiode. Straks, na voldoende training, kunnen de systemen alles zelf, en hoeven mensen die vervelende taken niet meer uit te voeren. Beerends kijkt sceptisch naar die belofte. “Het past in het overkoepelende verhaal van grote techbedrijven dat systemen uiteindelijk volledig autonoom zullen zijn. Maar de vraag is of dat echt zo is, of dat mensen altijd die ‘last mile’ moeten vervullen, omdat onze uitbestedingsbehoeften blijven opschuiven. Je kunt niet alle processen dataficeren. En dat de rekenkracht, patroonherkenning en dataverwerking van machines toeneemt, betekent niet dat ze daadwerkelijk slimmer worden.”

‘Een soort flow’

Kunstenaars Ruben van de Ven en Merijn van Moll maakten voor Setup en de Nederlandse Stichting voor Psychotechniek een installatiedrieluik over clickwork, waarmee ze vorige maand op de Dutch Design Week stonden. Ze doken in het onderwerp, spraken clickworkers en deden zelf ook een paar dagen lang allerlei taken. Wat ze opviel: vaak denken mensen, wanneer het gaat over kunstmatige intelligentie, dat machines en robots onze banen inpikken. Maar nu geldt het ook andersom: de komst van machines creëert nieuwe banen voor mensen.

Ze kwamen erachter dat je tijdens die taken in een soort flow raakt. “Het gaat van tak, nog een taak, tak, nog een,” zegt Van Moll. “Je kunt een vinkje aanklikken, en dan komt de volgende taak direct na het afronden van de huidige. Dan wordt het bijna meditatief. Je blijft werken, steeds hunkerend naar de volgende opdracht.”

Het is, zeggen zij, interessanter om zoveel mogelijk kleine taken te doen dan een paar grote. Vaak vragen opdrachtgevers om werknemers die al meer dan vijfhonderd taken hebben volbracht, om zo het kaf van het koren te scheiden.

“De clickworker bouwt persoonlijke statistieken op,” zegt Van de Ven. “De opdrachtgever zoekt bijvoorbeeld iemand met vijf jaar ervaring, die meer dan duizend taken heeft uitgevoerd en minstens 98 procent goed heeft afgeleverd. Dat is af te lezen aan het profiel. Bij goede prestaties verdient hij een badge. Het platform krijgt daardoor een eigen dynamiek.”

Machteloos

Frustrerend is dat werknemers nauwelijks informatie krijgen over de werkgever, zegt Van de Ven. “Je neemt een opdracht aan, voert hem uit, verstuurt het naar de opdracht­gever, en die kan dan gewoon de data tot zich nemen en niet betalen, onder het mom ‘het was niet goed genoeg’. Dan sta je machteloos. Amazon bemiddelt niet.”

Beerends verwijst naar het boek Atlas of AI, geschreven door hoogleraar Kate Crawford van de universiteit van Yale, waarin ze uitlegt dat kunstmatige intelligentie wordt verpakt als innovatie, en we daarom geen oog hebben voor het sociaal-culturele verval dat gepaard gaat met toenemende automatisering. Ze stelt dat veel grote bedrijven investeren in geautomatiseerde systemen, zodat ze meer geld kunnen verdienen met minder werknemers. De samenwerking tussen mens en machine is niet in balans. Het binnendringen van kunstmatige intelligentie op de werkplek moet volgens Crawford worden begrepen als een terugkeer naar de klassieke arbeidsuitbuiting uit 1890, schrijft ze. ‘Verblind door de belofte dat we via clickwork alle vervelende taken aan computers kunnen uitbesteden, merken we niet dat we in dat proces zelf aan het veranderen zijn in computers. De lichamen van clickworkers worden bestuurd door de cadans van de computerlogica.’

Daar zit wat in. In eerste instantie namen technologie en machines de fysiek zware of routinematige banen in de fabriek, vaak slecht betaald, over. Ruim honderd jaar later zit de mens achter zijn computer urenlang geestdodende taken uit te voeren, voor wederom een laag loon.

Het is lastig te bepalen hoeveel de gemiddelde clickworker nu precies verdient. Uit onderzoek van de Universiteit van Oxford kwam een gemiddelde van 1,77 dollar per uur op Mechanical Turk, waarbij de tijd die het kost om taken te zoeken is meegerekend. Kanttekening is dat de groep respondenten waarschijnlijk voor een groot deel bestond uit beginnende clickworkers, die over het algemeen minder goede taken krijgen, en dus minder verdienen.

Handige scripts en tools

Op een van de websites waar clickworkers van Mechanical Turk zich verenigen, TurkerView, is een blog gewijd aan de kritische artikelen die in kranten en bladen verschijnen over de lage uurlonen van clickworkers. Hun stelling daartegenover: we verdienen gemiddeld 20 dollar per uur. ‘Ongetwijfeld zijn er slechtbetaalde taken op Mechanical Turk. Dat is de aard van elke marktplaats. Wanneer je je aanmeldt, zijn de slechtste taken direct zichtbaar, omdat de meesten die links laten liggen.’

Het klopt dat er clickworkers zijn die relatief veel geld verdienen. Het is een soort piramide: een kleine groep kan wel tientallen dollars of euro’s per uur verdienen. Ze zijn actief, hebben veel ervaring en gebruiken handige scripts, tools en technieken waardoor ze de taken makkelijker kunnen uitvoeren. Ook weten ze welke slechtbetaalde klussen ze moeten negeren, en wanneer de meer lucratieve taken online verschijnen. Vaak doen ze het clickwork als bijverdienste, waardoor het uurloon relatief hoog uitvalt (ze hoeven niet noodgedwongen slechtbetaalde klussen te doen, of veel tijd te stoppen in het zoeken naar taken).

De verwachting is dat dit type werk de komende jaren alleen maar zal toenemen, en dus een forser onderdeel van de wereldwijde economie zal beslaan, stellen verschillende experts.

Hoe erg is dat? Van Moll ziet, naast alle negatieve aspecten, ook potentie in deze vorm van werk, mits er in de toekomst beter betaald wordt, en opdrachtgevers er niet meer zo gemakkelijk met je werk vandoor kunnen gaan zonder te betalen. “Ik zie mezelf het ook best doen, bijvoorbeeld als je even between jobs zit. Het is dan een laagdrempelige manier om wat geld te verdienen.”

Beerends is minder enthousiast. Ze vindt dat we kritisch moeten kijken naar de belofte dat de geautomatiseerde samenleving veiliger en duurzamer is, en dat we meer tijd zullen overhouden om betekenisvolle dingen te doen. “Want we zijn juist meer gaan werken in steeds onzekerder wordende posities. En kunstmatig intelligente systemen zijn extreem inefficiënt en niet duurzaam in energieverbruik.”

Daarnaast wordt vaak gezegd: als we kunstmatige intelligentie maar genoeg blijven trainen, zullen we straks bevrijd zijn en niet meer hoeven te doen wat we niet willen. “Maar waarvan willen we dan zo graag bevrijd worden? En wat komt daarvoor in de plaats? Een leven waarin we niets meer hoeven te doen wat ons niet zint, lijkt me een betekenisloos en saai bestaan.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden