PlusBoekrecensie

De onlangs overleden Spaanse schrijver Javier Marías laat ons nog één keer dwalen zonder kompas

De Spaanse schrijver Javier Marías werd getipt als Nobelprijswinnaar. Hij stierf vorige maand onverwacht. Zijn laatste roman, Tomas Nevinson, is deze week uitgekomen. Opnieuw die zinderende, lange zinnen, die meanderende manier van vertellen. En een opdracht.

Maarten Moll
Javier Marías. Beeld J. P. GANDUL / ANP / EPA
Javier Marías.Beeld J. P. GANDUL / ANP / EPA

Onlangs stond in een ochtendkrant een interview met hoogleraar en Europakenner Mathieu Segers. Hij had, zo bleek uit het vraaggesprek, bijna de roman Dokter Zjivago uit, van Nobelprijswinnaar Boris Pasternak. Een ouderwetse, grote Europese roman. ‘Eigenlijk is dat niet van deze tijd: het duurt tweehonderd pagina’s voordat je in het verhaal zit en dat geduld hebben we tegenwoordig niet meer. Maar als je volhoudt, krijg je ongelofelijk veel terug.’

Volhouden. Geduld. Die woorden slaan ook op de dikke romans die Javier Marías schrijft. Schreef, beter gezegd, want Javier Marías stierf op 11 september vrij onverwacht op zeventigjarige leeftijd nadat hij een longontsteking had opgelopen.

Groot Europees schrijver

Ook bij Marías duurt het vaak lang voor hij in zijn romans ter zake komt. Bijvoorbeeld in de net verschenen roman Tomas Nevinson (636 bladzijden). Het duurt tot pagina 83 voordat duidelijk wordt wat Bertram Tupra precies wil van Tomas Nevinson. (Ik kom daar zo op terug.)

Javier Marías werd na zijn dood herdacht als een groot Europese schrijver die al jarenlang getipt werd als Nobelprijswinnaar. Een schrijver die minutieus de menselijke geest onderzocht en beschreef, en zo graag wilde weten hoe een mens zo dicht mogelijk bij zichzelf kon blijven.

Hij schreef over het kwaad in ons, de herinnering, de liefde, het verschil tussen feit en fictie, geheimen en verraad, spreken of zwijgen, weten en niet willen weten, en of we de ander wel echt kennen. De gedachten, de reflecties en associaties daarop, en uiteindelijk de taal die alles in zijn boeken bezegelt. En dat alles ook nog eens gedrenkt in verwijzingen naar de wereldliteratuur. Nabokov, Faulkner, en vooral Shakespeare.

Javier Marías die sinds zijn ‘oerboek’, de roman Todas las almas uit 1989 (vertaald als Allerzielen) die unieke, onnavolgbare, zeer eigen stijl had. ‘Dwalen zonder kompas,’ zo karakteriseerde hij zijn manier van schrijven, bijvoorbeeld getoond in zijn magnum opus, het driedelige Jouw gezicht morgen (een Europese roman van formaat!).

De lezer tarten

Uitgesteld vertellen. De lange, meanderende, associatieve, beeldende en zinderende zinnen, de herhalingen, het omcirkelen en aanvullen van verhalen, het hernemen en opnieuw formuleren. En Marías geniet daarvan, tart de lezer, zoals op bladzijde 76, als hij de ik-figuur Tomas Nevinson laat mijmeren: ‘Nu was ik het die even moest nadenken, maar niet over het laatste wat hij gezegd had, dat zou vroeg of laat wel concreet worden, dat kon nog wachten, ik kon mijn nieuwsgierigheid nog wel even bedwingen.’

Maar de lezer niet! Die wil verdorie wel eens weten wat Tupra Nevinson precies wil vragen. Kom ter zake, man! zou je hem willen toesnauwen. Of, eigenlijk heb je het tegen de schrijver, en heb je ook commentaar op de schrijfwijze van Javier Mariás. (Terwijl je die eerste regel van de roman door al dat om de hete brij heen draaien alweer vergeten bent. Marías is echt een zeer vernuftige schrijver.)

Word je beloond als lezer? Ja. Want al dat uitstellen en uitweiden dient een doel: het laten zien wat leven is. Het laten zien van mensen, hoe ze denken, en hoe hun leven daardoor wordt beïnvloed.

De spionageroman Tomas Nevinson is misschien wel het logische vervolg op de roman die hij daarvoor schreef: Berta Isla. Het zijn geliefden, Berta en Tomas. Of waren het, of denken dat ze het nog zijn. In ieder geval zijn ze tot elkaar veroordeeld. Kennis van de roman Berta Isla is niet vereist volgens uitgeverij Meulenhoff: ‘Tomas Nevinson is de los te lezen opvolger van Berta Isla.’

Een vrouw doden

Marías schrijft in het nawoord bij Tomas Nevinson: ‘En overbodig te zeggen dat er talrijke verwijzingen in staan, wellicht met citaten, naar mijn vorige roman, Berta Isla, waar Tomas Nevinson niet zozeer een vervolg op is maar een ‘koppel’ mee vormt, laten we het zo maar noemen.’

Goed, Bertram Tupra en Tomas Nevinson. Nevinson, half-Spaans, half-Engels, is een spion. Geronseld door Tupra, zijn baas, of gewezen baas, bij de Britse geheime dienst (lees Berta Isla, wat hoofdzakelijk gaat over Berta die wacht tot haar man thuiskomt, en over de vraag of ze elkaar eigenlijk wel zo goed kennen als gedacht). Nevinson krijgt de opdracht een vrouw te doden.

Dat is het. En daar gaan de resterende 550 bladzijden over. Over of hij dat kan, of hij het wil, waarom hij het zou doen. Met alle overdenkingen, terzijdes en verwijzingen van dien. Een prachtige laatste daad als schrijver.

null Beeld

Tomas Nevinson

Javier Marías
Vertaald door Arie van der Wal
Uitgeverij Meulenhoff, €26,99
636 blz.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden