Plus Interview

De oerversies van Bruckner: ‘Zo heeft hij zijn muziek bedoeld’

Lang werkten dirigenten alleen met aangepaste versies van Bruckners werk. In het Muziekgebouw klinken de oerversies.

Compo­­­­­­­­­­nist Anton Bruckner rond 1896. Beeld Getty Images

Frank Teunissen (62) weet het nog goed. Als dertienjarige liet de consultant, maar vooral ­muziekliefhebber, zijn vingers door de grammofoonplaten­koffer van zijn vader gaan en stuitte hij op de Vierde symfonie van Anton Bruckner. Willem van Otterloo met het Residentie Orkest. “Hartstikke mooi!”

Zo ontstond een Brucknerliefde voor het leven. Mahler vond hij als jongen ook prachtig, maar dat sleet, terwijl de fascinatie voor Bruck­ner steeds sterker werd. “Nog steeds blijf ik dingen ontdekken. Zeker toen ik de oerversies van zijn symfonieën op het spoor kwam.”

Bruckner en de Fassungen, de versies, van zijn symfonieën: het is een labyrinthisch onderwerp. Alleen kenners, onder wie Cornelis van Zwol, weten er hun weg in. Het komt erop neer dat Bruckner aan zijn symfonieën blééf sleutelen – of liet sleutelen. Dit op aandringen van dirigenten: anders dreigden ze niet te worden uitgevoerd. Het gevolg was een wildgroei aan versies. Die werden als eerste, in de jaren dertig, geredigeerd door Robert Haas, waarna Leopold Nowak daar vanaf de jaren zestig weer correcties op aanbracht.

Eindeloos lobbyen

Sindsdien is voor dirigenten de vraag: kiezen we Haas of Nowak? Frank Teunissen zou het liefst zien dat ze voor de allereerste versies, de oer­versies, de Originalfassungen, kiezen. Het punt is dat maar weinigen daarvoor openstaan.

Zo bezien is het festival Ongehoord Bruckner, dat van 8 tot 10 november in het Muziekgebouw plaatsvindt, een historische gebeurtenis. Teunissen heeft er negen jaar voor moeten praten en lobbyen. Op dit festival spelen Phion (het voormalig Gelders Orkest en Orkest van het Oosten, die fuseerden), het Noord Nederlands Orkest en het Residentie Orkest de Derde, Vierde én Achtste symfonie in de oerversies.

Teunissen: “Met het festival wil ik de emancipatie van de eerste versies bevorderen. Zo’n gek streven lijkt me dat niet, in een tijd waarin de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk zijn uiterste best doet zo dicht mogelijk bij de bedoelingen van de componist uit te komen.”

Toch kreeg Teunissen, eerder directeur van Sonos en Dyson, bij alle zalen, dirigenten, festivals en artistiek leiders lang nul op het rekest. “Ze vonden het idee interessant, maar daar bleef het bij. Dat begrijp ik ook wel. Bij de oudere generatie dirigenten – dan denk ik aan de Von Karajans, Jochums, Wands en Haitinks – zijn de latere versies van de symfonieën helemaal in hun systeem ingeslepen. Harnoncourt heeft me dat met zoveel woorden gezegd. Hij was gewend aan de latere versies, al probeerde hij die wel zo authentiek mogelijk uit te voeren. Herbert Blomstedt is een uitzondering: hij voert de Derde alleen nog in de oerversie uit, omdat hij alle latere versies als verminkingen beschouwt, zelfs als Bruckner ze geaccordeerd had.”

“Ik heb het gevoel dat hij een pragmaticus was. Als hij geen aanpassingen deed, wist hij dat het stuk niet gespeeld zou worden. Maar als Bruck­­­­­ner zoals Wagner of Mahler een dirigent van statuur was geweest, hadden wij allemaal de eerste versies gekend en was de moderne muziek eerder begonnen.”

Minder burgerlijk

De jongere generatie dirigenten, zoals Nézet-Séguin, Roth, Harding en Nott, staat er anders in, zegt Teunissen. “Zij hebben allemaal eerste versies gedaan. Die zijn veel avant-gardistischer, minder geremd, minder burgerlijk. Spannender ook, en vaak langer. De Derde is in de eerste versie in maten langer dan de Achtste! De Vierde is helemaal opnieuw geconstrueerd. De finale wijkt sterk af en het Scherzo is een compleet ander stuk – geen noot is hetzelfde. Bij Drie en Acht zijn onderdelen verwijderd. Je mag gerust van mutileren spreken, vind ik. Geweldig daarom dat mensen nu kunnen horen hoe Bruck­ner zijn muziek heeft bedoeld.”

En nu we toch bezig zijn, Teunissen heeft ook heldere ideeën over hoe je die symfonieën van Bruckner moet programmeren. “Ook daar worden naar mijn overtuiging kansen gemist. Je kunt natuurlijk, zoals veel gebeurt, er een pianoconcert van Mozart aan vooraf laten gaan, maar zou het niet veel interessanter zijn als je kiest voor iets van Messiaen? Of een orgelwerk? Of het doen zoals Teodor Currentzis, die de Negende symfonie na het derde deel vrijwel zonder pauze liet overgaan in Lontano van Ligeti? Van de gedachte alleen al krijg ik kippenvel.”

Ongehoord Bruckner, Muziekgebouw. 8/11 Sym­fonie nr. 8 (Noord Nederlands Orkest), 9/11 Strijkkwintet, Symfonie nr. 4 (Residentie ­Orkest), 10/11 Orgelwerken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden