PlusBoekrecensie

De nieuwe Karl Ove Knausgård: de roman waar hij altijd al tegenaan zat te hikken

In de nieuwe roman van Karl Ove Knausgård gebeuren vreemde dingen. In gang gezet door de grote ster die opeens aan de hemel verschijnt. De morgenster is een onheilspellende roman. Knausgårds donkerste.

Karl Ove Knausgård. Beeld Nina Rangøy
Karl Ove Knausgård.Beeld Nina Rangøy

En dan ligt de 666 pagina’s dikke, nieuwe roman van Karl Ove Knausgård voor je. De Noor werd wereldberoemd met de zesdelige autobiografische roman Mijn strijd, die hij in de jaren 2009-2011 schreef. Na die arbeid, in de Nederlandse vertaling leverde dat ruim 3700 pagina’s op, speelde hij met de gedachte nooit meer een pen op papier te zetten. Moe van het schrijven, moe van alle media-aandacht, moe van het sterrendom.

We zijn inmiddels alweer zeven boeken verder, al zat daar geen roman bij.

De morgenster is de titel van die nieuwe roman. Waarin het verhaal wordt verteld door verschillende personages, die elkaar in die verhalen kruisen. Een beetje als de film Short cuts van Robert Altman. Een mooi procedé, waarmee Knausgård het verhaal spannend houdt, en de lezer nieuwsgierig. Al zou je kunnen zeggen dat het een wat goedkope truc is om de lezer bij de les te houden, maar daarvoor zit de roman te vernuftig geconstrueerd in elkaar.

We zijn weer terug in Bergen, de tweede stad van Noorwegen waar Schrijver, het vijfde en het beste deel van Mijn strijd zich afspeelde. Toen was het ik-personage, Knausgård dus, student aan een schrijfopleiding, nu is Arne, de man met wie het verhaal begint en in wie we de schrijver menen te herkennen, literatuurdocent aan de universiteit. En er gebeuren vreemde dingen in Bergen.

Niet al te vrolijk verhaal

Het is zomer, het is heet, en Arne – de eerste van de door Knausgård opgevoerde personages wier levens elkaar natuurlijk kruisen – krijgt met een vreemd natuurverschijnsel te maken.

‘Toen (…) vlamde vlak boven de heuvel aan het eind van de vlakte de hemel op.

Het leek alsof het bos in brand stond.

Maar het was een hemellichaam, begreep ik, want het licht steeg op en was slechts enkele ogenblikken later los van de heuvel.

Het was een ster.

En wat voor een ster.’

Daar is ie dan, de morgenster. En alle personages komen onder invloed te staan van die ster die opeens is verschenen. Morgenster is een benaming voor Maria, maar ook voor de gevallen aartsengel Lucifer.

Gezien het aantal bladzijden dat de roman telt, 666, en de betekenis van dat cijfer, het getal van het Beest (de anti-christ), wordt het een niet al te vrolijk verhaal.

De duistere kant van hoe Knausgård het leven ziet, kwam, gezien de overkoepelende titel, in de romanreeks naar voren, en dan wel heel duidelijk in het laatste deel van Mijn strijd. In Vrouw, 1082 bladzijden, zitten grote essayistische delen over Adolf Hitler (en zijn boek Mein kampf), het gedicht Fuga van de dood van Paul Celan, de aanslagen die Anders Breivik pleegde, de Bijbel en zo nog wat zaken die de mensheid niet bepaald in het licht zetten.

Wat die morgenster wel doet.

Een licht waarin de personages hun leven overzien. En waarin hun leven wordt ingeschat.

‘Nou, de dag des oordeels is begonnen,’ zegt het personage Kathrine. En ze lacht erbij. Zij is het tweede personage dat Knausgård in zijn wereld loslaat.

En Kathrine blijkt iemand te hebben gezien die ze helemaal niet gezien kan hebben. En later in de roman gaat iemand dood die toch niet doodgaat. En is er sprake van hallucinaties, kattenmoord, een metalband waarvan drie leden worden afgeslacht, tieners die in de war zijn, grote vogels, geheimzinnige geluiden.

Aanslag op het geduld

En dan gooit Knausgård er doodleuk een verhandeling over Heidegger, en over de ‘de eeuwige wederkeer’ van Nietzsche tegenaan. En veel over de Bijbel (Knausgård lijkt in zijn werk soms wel tegen het godsdienstwaanzinnige aan te schurken). Terwijl je daar eigenlijk helemaal niet op zit te wachten. Net als in Vrouw houden die non-fictieverhandelingen het verhaal (we lezen een roman!) enorm op.

Maar Knausgård heeft daar lak aan. Hij is niet zo’n schrijver die rekening houdt met zijn lezers. In Vrouw pleegde hij een aanslag op het geduld van die lezer. Er was doorzettingsvermogen nodig om door sommige verhandelingen heen te komen. Vooral het (Hitler)deel De naam en het getal (pagina 366 t/m 786), waarin ook nog eens Hannah Arendts boek Eichmann in Jeruzalem: de banaliteit van het kwaad voorkomt, als ook de zin ‘Maar de zon schijnt, het gras groeit, het hart slaat in zijn duisternis’. Die laatste zin is nu te lezen als een vooruitwijzing naar De morgenster.

Niet dat hij dat met opzet doet, die zijpaden inslaan die voor hem geen zijpaden zijn. Want het is niet lezertje pesten wat hij doet, deze kant is steeds meer bij zijn schrijverschap gaan horen. Het is Knausgårds manier om zijn thematiek – zeg de mens en hoe die zich verhoudt tot de wereld – te doorgronden. Zo eindigt hij De morgenster met het deel Over de dood en de doden, dat een essay is van een van de personages.

Ik moest vaak denken aan de roman Lunar Park van Bret Easton Ellis, die fantastische spookroman die zich ook afspeelt op de grens van fictie en waarheid. Ook een groot thema in het oeuvre van Knausgård.

En o ja, bijna zouden we vergeten hoe goed Knausgård ook nu weer schrijft. En hoe heerlijk hij weer inzoomt op het dagelijkse leven en weer even heerlijk oeverloos op details in kan gaan.

Maar Morgenster is vooral een roman over de dood. Het is de roman waar hij altijd al tegenaan zat te hikken.

Vertaald door Marin Mars, De Geus, €25,99. Beeld
Vertaald door Marin Mars, De Geus, €25,99.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden