PlusInterview

De nieuwe en de oude directeur van De Kleine Komedie over ‘hun’ theater: ‘Elke nieuwe generatie heeft de kans een laagje toe te voegen’

Vivienne Ypma, ex-directeur van De Kleine Komedie, en haar opvolger, Jörgen Tjon A Fong. Ypma: ‘Ik ben blij dat we een maker als directeur hebben gekregen en geen manager.’ Beeld Nosh Neneh
Vivienne Ypma, ex-directeur van De Kleine Komedie, en haar opvolger, Jörgen Tjon A Fong. Ypma: ‘Ik ben blij dat we een maker als directeur hebben gekregen en geen manager.’Beeld Nosh Neneh

De Kleine Komedie is momenteel gesloten, maar achter de schermen vindt een grote verandering plaats. Jörgen Tjon A Fong, oprichter van theatergroep Urban Myth, is vanaf deze maand de nieuwe directeur. Hij volgt Vivienne Ypma op.

Mike Peek

In 1786 opende het ‘Theatre Français sur l’Erwtemarkt’, waar de Franse Keizer Napoleon en Koning Willem I voorstellingen bijwoonden. Tegenwoordig is het oudste theater van Amsterdam bekend als De Kleine Komedie, dat zich de afgelopen decennia ontwikkelde tot de belangrijkste cabarettempel van Nederland. Ypma stond er sinds 2006 aan het roer.

Wanneer kreeg u het idee om weg te gaan?

Ypma: “Toen ik zag dat corona een heel lange adem zou krijgen. We zijn altijd scherp, maar staan nu wel al bijna twee jaar stil. Nieuwe talenten hebben de afgelopen tijd geen kans gekregen zich te ontwikkelen. Nieuw publiek heeft geen kennis gemaakt met ons theater en ons aanbod. We zien ook dat we nog lang niet af zijn van het flexibel om moeten gaan met de openingstijden en de programmering. Dat vraagt om aanpassingsvermogen. Het lijkt me goed dat de toekomst wordt vormgegeven door de mensen die het beleid straks moeten uitvoeren. Dat ik na ruim vijftien jaar plaatsmaak voor nieuwe ideeën is daarom een logische stap. Net als ons online platform, dat binnenkort van start gaat. Door het aanbod op meerdere plekken te presenteren, willen we een brug slaan tussen jong talent en dat nieuwe publiek.”

Waarom wil een theatermaker directeur van De Kleine Komedie worden?

Tjon A Fong: “Omdat ik geloof dat De Kleine Komedie een van de mooiste theaters van de stad is. Bovendien is het doel om een theater voor álle Amsterdammers te zijn. Dat spreekt mij aan. Daarnaast is cabaret een kunstvorm die vanuit het perspectief van de maker een nieuw inzicht op de omgeving en de maatschappij werpt. Die nieuwe perspectieven hebben we nodig om de chaotische wereld om ons heen te kunnen duiden. Als directeur van dit theater wil ik eraan bijdragen om een podium te zijn dat aan die verschillende stemmen ruimte kan bieden. Elke nieuwe generatie heeft de kans een laagje toe te voegen aan de geschiedenis van De Kleine Komedie. Je staat in dienst van het gebouw en stelt de vraag: waar komen we vandaan en waar willen we naartoe? Ik ga niet radicaal iets anders doen, maar als je nadenkt over de veranderende samenstelling van Amsterdam, zal dat wel effect hebben op de programmering.”

Ik hoorde wat verraste geluiden over uw benoeming, omdat u niet uit de cabaretwereld komt. Kunt u zich dat voorstellen?

Tjon A Fong: “Het klopt dat ik geen usual suspect ben, maar waar de Kleine Komedie voor staat komt overeen met de ideeën die ik over theater heb. Daarnaast heb ik bijna al mijn producties ook hier gespeeld, dus het voelt als een tweede huis. Inmiddels loop ik hier nu een paar weken rond en ik heb al gemerkt dat De Kleine Komedie geen theater is dat voor de makkelijkste weg gaat. Dat maakt het tot een spannende, maar ook fijne werkplek. We leven in een onzekere tijd. De komende periode wil ik samen met het team zorgen dat we onder alle omstandigheden een programmering kunnen presenteren die urgent is voor publiek én artiesten. En daarmee ook voor de toekomst van deze plek.”

Ypma: “Je ziet tegenwoordig vaak dat de directeur iemand is die uit het management komt. Dat vind ik jammer, want een theater hoort te draaien om wie er op het podium staan. Commerciële directeuren programmeren eerder voorstellingen waarvan ze weten dat er veel publiek op afkomt. Dat vinden wij ook belangrijk, maar het is niet het uitgangspunt. Ik ging er natuurlijk niet over, maar ik ben heel blij dat we een maker als directeur hebben gekregen en geen manager.”

Waar bent u het meest trots op?

Ypma: “Al tijdens mijn studietijd was De Kleine Komedie hét theater waar ik wilde werken. Het belangrijkste podium op het gebied van kwalitatief cabaret en kleinkunst. Ik laat dit prachtige pand in fantastische staat achter. We hebben alles opgeknapt, inclusief de trekkenwand. Dat hebben we grotendeels zelf kunnen financieren, met grote dank aan het trouwe publiek dat ons ontzettend veel gunt. Daar ben ik blij mee. Ik heb een poosje voor dit historische gebouw mogen zorgen. Nu is het de beurt aan een volgende generatie.”

Tjon A Fong: “Je noemt het materiële, en ik kan me voorstellen dat je daar trots op bent, maar het is denk ik de reputatie die maakt dat mensen zo trouw zijn aan dit theater. Dat hangt samen met hoe Vivienne directie heeft gevoerd. De programmering, de communicatie met het publiek waar je supergoed in bent. Het is heel cliché, maar als je hier op de drempel staat, voel je de geschiedenis, de liefde voor het theater en de artiesten. De Kleine Komedie leeft. Dat is iets wat ik voort hoop te zetten.”

Uw voorganger maakte veel eigen producties, bent u dat ook van plan?

Tjon A Fong: “Absoluut. De eigen voorstellingen zijn heel belangrijk voor De Kleine Komedie. Je kunt er een extra signatuur mee creëren. Vivienne is die traditie begonnen en ik zal het op mijn manier doen. Ik wil veel van onze producties laten gaan over wat er in de stad speelt. Ik wil ook kijken of we die voorstellingen op andere plekken in het land kunnen opvoeren. Maurice Crul, professor aan de VU, schreef dat Amsterdam nu bestaat uit minderheden. Er is geen meerderheid meer. Hetzelfde geldt voor steden als Rotterdam en Den Haag. Daar liggen kansen voor ons. De Kleine Komedie vormt een onuitputtelijke bron van verhalen, en als maker heb ik nu de mogelijkheid om andere makers letterlijk een podium te geven. Ik zie daar erg naar uit.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden