PlusOperarecensie

De Nationale Opera weet het perverse verhaal van Salome beestachtig goed te verklanken

In Richard Strauss’ opera Salome houdt men er nogal perverse ideeën op na over lust. Bij De Nationale Opera blijkt dat materiaal in goede handen.

Erik Voermans
Door de coronabeperkingen kon de opera jammer genoeg niet in volle glorie met kostuums en decors worden uitgevoerd, en stonden zangers en orkest samen op het podium.  Beeld De Nationale Opera / Milagro Elstak
Door de coronabeperkingen kon de opera jammer genoeg niet in volle glorie met kostuums en decors worden uitgevoerd, en stonden zangers en orkest samen op het podium.Beeld De Nationale Opera / Milagro Elstak

Herodes Antipas geilt op de jonge dochter van zijn broer, die hij heeft laten vermoorden. Die dochter, Salome, geilt op de profeet Johannes de Doper, die bij Strauss, in het Duits, Jochanaan heet.

Jochanaan is door Herodes gevangengezet. Jochanaan gunt Salome geen blik waardig. Als Herodes haar vraagt een wulps dansje te doen en daar alles voor over heeft, danst zij. Als beloning wil ze het hoofd van Jochanaan op een zilveren schaal, opdat zij hem eindelijk op zijn mond kan kussen. Zich verlustigend in haar perversie kust zij die mond. Vol walging geeft Herodes de opdracht haar te doden.

Strauss schreef op dit door en door verdorven verhaal van Oscar Wilde een verzengende opera, die hem op slag beroemd maakte. De Nationale Opera zette een vervoerende concertante uitvoering op het toneel, die nog tweemaal te zien en te horen is (op 12 en 14 februari; er zijn nog kaarten). Na afloop klapten alle 415 aanwezigen zo hard als ze konden, maar het bleef noodgedwongen een dunne ovatie, die hartstochtelijk deed verlangen naar pre- of postpandemische tijden waarin een explosie van bijval in een uitverkocht huis voor een collectief gevoel van diep welbehagen zorgt.

Wonderchef

DNO had de enscenering uit 2017 van Ivo van Hove willen hernemen, maar door de coronabeperkingen en -maatregelen waren slechts drie voorstellingen mogelijk, zonder decors, schmink en kostuums, en met het orkest niet in de bak, maar op de bühne, achter de vocale solisten op de bühne. Tot overmaat van ramp haakte ook Lahav Shani, de chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, nog af, toen hem duidelijk werd dat de repetitietijd voor hem onvoldoende was.

Zijn vervanger, de Duitser Cornelius Meister, de muziekbaas van de Staatsoper Stuttgart, was een voortreffelijke remplaçant, maar toch bleef je benieuwd wat de jonge Rotterdamse wonderchef ervan gemaakt zou hebben.

Met het orkest op het toneel had Meister de taak de zangers niet te overstemmen, wat hem niet altijd even goed lukte. Maar probeer de decibels maar eens in te tomen in deze beestachtige partituur, die door de Rotterdammers geweldig werd verklankt.

Uitblinkers

Alle solisten waren van hoog niveau, met als eerste uitblinker de Amerikaanse sopraan Jennifer Holloway (Salome), wier dragende, doordringende, maar ook jeugdig-heldere timbre perfect was voor de monsterlijk zware titelrol, waarin ze als een verwende en wispelturige puber moet schakelen van een kinderlijk zeuren tot volwassen, zinnelijke hysterie. (Strauss had zelf een zestienjarige zangeres met de stem van Isolde in zijn hoofd.)

Fantastisch was ook Holloways subtiele acteerwerk met blikken, gebaartjes en andere lichaamstaal. Dat was trouwens bij de gehele cast een genot om gade te slaan.

Holloway kreeg prachtig partij van de Belgische tenor Thomas Blondelle in de rol van Herodes, die hij neerzette als een waanzinnige, even grappige als angstaanjagende psychopaat, die de voorstelling wat lucht gaf. (Zijn gelijkenis met Graham Norton was bijna eng.) Heel goed was ook Doris Soffel, 72 jaar inmiddels, maar ideaal als Herodias, de immorele gruwelmoeder van Salome, die haar door en door verrotte karakter duidelijk niet van een vreemde had.

Magistraal was ook de bariton Brian Mulligan als Jochanaan, wiens regelmatig rood aanlopende hoofd prijsgaf dat hier grote fysieke inspanningen moesten worden verricht, ook al omdat dirigent Meister er niet in de eerste plaats op uit leek het leven van de zangers in dynamische zin makkelijker te maken. Aan het visuele contact lag het niet. Hij keek veelvuldig om, om inzetten te coördineren.

Ook de kleinere rollen waren uitstekend bezet. Gaat dat zien en horen, kortom.

Klassiek

De Nationale Opera speelt Richard Strauss’ Salome

Door: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Cornelius Meister

Gehoord: 6/2, Nationale Opera & Ballet

Nog te horen: 12 en 14/2, aldaar

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden