PlusBoekrecensie

De mannen die we oogstten: waarom jonge zwarte mannen in de VS vaker doodgaan

De mannen die we oogstten Beeld
De mannen die we oogstten

Waarom is mijn broer dood? Die vraag achtervolgt Jesmyn Ward (1977) sinds de dood van haar broer Joshua in 2000. In haar memoire De mannen die we oogstten onderzoekt Ward waarom jonge zwarte mannen uit het zuiden van Amerika zo’n makkelijk doelwit voor de dood zijn. Ze beschrijft de levens van vijf mannen uit haar familie en vriendenkring in Mississippi die vroegtijdig zijn overleden door omstandigheden die op het eerste gezicht een kwestie van willekeur lijken.

Neem Roger, hij was vijftien toen hij school verliet – ‘het is niet ongebruikelijk dat zwarte jongens zonder diploma de school verlaten.’ Hij ging werken bij een carrosseriebedrijf in Californië, vond hij fantastisch. Hij keerde in zomer terug naar Mississippi, raakte verslaafd aan coke en vervolgens crack, nam een overdosis en werd na twee dagen dood in zijn huis aangetroffen.

Ward groeide op in een arme zwarte buurt in DeLisle, Mississippi, vlakbij de Golfkust waar de families omvangrijk zijn, de huizen klein en zelfgebouwd. Vaders blijven niet lang hangen bij hun gezinnen. Het beeld dat Ward van haar jeugd en familie schetst is er een van endemische armoede, gebrek aan scholing, drank- en drugsgebruik, criminaliteit en uitzichtloosheid. Ze onderzoekt hoe het kan ‘dat het verleden van racisme, economische ongelijkheid en gebrek aan publieke en persoonlijke verantwoordelijkheid hier is gaan etteren en verzuren en circuleren.’

Stanford

Hoewel haar broer de eerste van de vijf mannen in Wards memoir is die het met de dood moest bekopen, kiest ze ervoor om chronologisch en vanuit het heden achterom blikkend naar het verleden bij de dood van haar broer uit te komen. Hierdoor hangen de dood van haar broer en de toedracht van zijn overlijden als donkere wolken samengepakt over de hele geschiedenis. De hoofdstukken over haar ­persoonlijke geschiedenis wisselt ze af met hoofdstukken waarin ze de overleden mannen aan de hand van haar eigen anekdotes en herinneringen portretteert.

De zwarte gemeenschap in DeLisle is erg hecht; iedereen is er familie van elkaar. Ward heeft het geluk dat ze met behulp van een beurs van een van de witte rijke gezinnen waar haar moeder schoonmaker is, toegang heeft tot goed onderwijs en uiteindelijk kan gaan studeren aan Stanford University.

In de vakanties keert ze terug naar haar familie, waar ze de dagen doorbrengt met haar broer en zusjes, vrienden, neven en nichten. Op een van die met drank en drugs overgoten middagen vertelt Ward aan Demond (1972-2004), een vriend van de vriend van haar zus, dat ze schrijver wil worden. ‘Dan moet je over mijn leven schrijven, zei Demond. De meeste mannen in mijn leven vonden dat hun levensverhaal, of ze nou drugdealer waren of op het rechte pad bleven, het waard was om te worden geboekstaafd. In die tijd lachte ik erom. Maar nu ik over ze ben gaan schrijven realiseer ik me dat ze gelijk hadden.’

Domme kwajongensstreken

Wat Ward zich ook realiseert, is dat ze in haar veel geprezen debuut Het lied van de geesten geen waarheidsgetrouwe personages had gemaakt van de mannen uit haar gemeenschap. Ze had ze uit liefde net wat mooier afgeschilderd: ‘Ik behoedde ze voor de dood, voor drugsverslaving, voor onnodig strenge celstraffen wegens domme kwajongensstreken als het stelen van een quad.’

Dit terwijl alle jonge zwarte mannen in haar omgeving hieraan ten prooi waren gevallen. In dit boek blijft ze waarheidsgetrouw. De mannen – jongens waren ze, maar aardige jongens – maken verkeerde keuzes. Ze hosselen, gebruiken, zijn verslaafd, ontrouw, onzeker. Maar wat wil je in deze omstandigheden, is wat Ward ons voor ogen houdt. Haar queeste is het zichtbaar maken van deze levens, waarvan de werdegang een logische optelsom is van (institutioneel) racisme en sociaal-economische omstandig­heden.

Drijvende kracht

Als kind las Ward boeken om zich te laven aan een duidelijke en overzichtelijke wereld waar de woorden ‘ondubbelzinnig en oprecht’ waren met een ‘duidelijk onderscheid tussen goed en kwaad’. Als volwassen auteur doet ze een poging de werkelijkheid in deze mal te gieten; de drijvende kracht van deze memoire.

De dood van haar broer, doodgereden door een dronken witte man die hier nauwelijks voor werd bestraft, laat zich natuurlijk niet uitleggen, zou je zeggen. De tragiek is echter dat zijn vroegtijdige dood voorbestemd leek te zijn, alleen al vanwege het feit dat hij een zwarte man in het zuiden van Amerika was. De statistieken ondersteunen dit beeld. Een schrijnend inzicht.

Non-fictie

Jesmyn Ward
De mannen die we Oogstten
Vertaald door Astrid Huisman
Alas Contact, €22,99
272 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden