Siemon de Jong: ‘Ik kom in alle uithoeken van het land.’

PlusInterview

De man van Taarten van Abel: ‘Ik voel waar de pijnpunten liggen’

Siemon de Jong: ‘Ik kom in alle uithoeken van het land.’ Beeld Corné Sparidaens

Siemon de Jong (57) praat in het jeugdprogramma Taarten van Abel al zeventien jaar opvallend openhartig met jonge taartenbakkers. Tegelijkertijd is het over en uit met zijn taartenwinkel De taart van m’n tante.

Siemon de Jong is tot april elke zondagochtend te zien in het zeventiende seizoen van Taarten van Abel, het VPRO-jeugdprogramma waarin hij onder het versieren van taarten persoonlijke gesprekken met kinderen voert. Hij begon in 2003, op aandringen van vriendin en televisieproducent Machteld van Gelder, die de naam voor het programma al had bedacht voordat ze een ‘Abel’ had gevonden. Vandaar dat hij zich als Abel aan de kinderen voorstelt.

Ze vertellen hem uiteenlopende verhalen: de een heeft in acht verschillende asielzoekerscentra gewoond, de ander kampt met onverklaarbare obesitas. Met haar bakt De Jong een gezonde taart – dat wil zeggen: met iets minder winegums en zure matten dan gewoonlijk.

Het programma won in 2008 de Cinekid Publieksprijs, in 2011 de Gouden Stuiver en in 2012 de Zilveren Nipkowschijf.

De Jong stopte onlangs met zijn goedlopende bakkerswinkel en konditorei De taart van m’n tante op de Ferdinand Bolstraat. Die winkel noemde hij in 1990 zo, vertelt De Jong, omdat het lekker bekte en ‘tante’ een mild scheldwoord voor ‘homo’ is.

“Ik ben er nu aan het opruimen. Mijn compagnon en ik gaan de zaak verhuren aan een kaasbar. Geen toeristenval, maar een bar met een lopende band vol kaasjes, zoals je ook ziet in sushitenten.”

Bent u niet bang om in een zwart gat te vallen?

“Ik heb juist het gevoel dat ik uit een zwart gat klim. Op een gegeven moment hadden we dertig man in dienst. Het viel me steeds zwaarder om al die mensen aan te sturen. Ik ben niet altijd zo’n aardige leidinggevende. Ik heb weleens staan schreeuwen tegen een meisje dat ’s avonds voor het verlichte raam geld zat te tellen. Of tegen een schoonmaakster die een was draaide met drie theedoeken.”

U bent voorlopig uitgebakken, want ook de opnames van Taarten van Abel zitten erop.

“We zijn weer op allerlei plekken geweest, maar vraag niet bij wie of waar, want alles loopt in mijn hoofd door elkaar. O ja, ik herinner me een woonwagenkamp. Ik kom al zeventien jaar in alle uithoeken van het land, hoor alle dialecten.”

De kinderen vertellen vaak heftige verhalen. In het nieuwe seizoen zit een meisje dat een taart voor haar zus maakt, die op haar 15de een baby kreeg.

“Ja, Gwen. We hebben ook over seks gepraat, over seksuele voorlichting. Dat was niet ranzig, toch? Dat zou het snel kunnen worden, als zo’n kerel als ik met een jong meisje over dat onderwerp praat.”

Nee, het was niet ongemakkelijk.

“Hoe komt dat, denk je?”

U komt oprecht over, geïnteresseerd, niet uit op sensatie, en zeker niet ranzig.

“Oké.”

Hoe komen jullie aan die kinderen?

“Veel melden zich aan per brief, maar sommigen worden door de redactie gevonden. Ze hebben ook niet allemaal zo’n heftig verhaal te vertellen, hè. Soms willen ze een taart maken voor iemand met wie ze een ruzie willen bijleggen of zo. Maar inderdaad, er zitten verhalen bij... Ik heb ook weleens een taart gebakken met een kind dat aan zelfmoord had gedacht. En met een meisje van wie de vader een eind aan zijn leven had gemaakt.”

Hoe praat u daarover?

“Tijdens de gesprekken voel ik vaak: dit en dat is een pijnpunt, dat laat ik even liggen. Dan kom ik er later op terug, als ik voel dat het kan. Ik kan altijd wel de vragen stellen waarop de kijkers een antwoord willen. En van tevoren vraag ik: zijn er dingen waar je echt niet over wilt vertellen? Dat meisje wilde bijvoorbeeld niet dat ik zou vragen hóe haar vader zelfmoord had gepleegd.”

Soms bent u zelf ook openhartig. In het vorige seizoen maakte u een taart met Jacky, een meisje dat werd geboren met hiv. Opeens zegt u: ‘Weet je wie er ook hiv heeft? Ik.’

“Voor de crew kwam dat ook als een verrassing, die mensen waren stomverbaasd. Ik weet het nog niet zo lang, sinds mei 2018. Maar het gaat hartstikke goed. Het virus is undetectable, mijn T4-cellen zijn skyhigh.”

Wat betekent dat?

“Dat mijn weerstand heel hoog is. Ik wil er niet te veel over kwijt, want dan word ik weer gebeld door van die vakbladen over hiv. Ik wil alleen zeggen: mensen, leer je kinderen dat ze twee keer per jaar naar de tandarts moeten en tweemaal per jaar een soa-test moeten doen. Ik verbaas me over de geringe kennis. Ik sprak een vrouw over die uitzending met Jacky, die heel verbaasd was dat zo’n jong meisje hiv had. Ze dacht dat het een homoziekte was. Nu nog!”

Heeft u ook uitzendingen gemaakt met kinderen die worstelen met homoseksualiteit?

“Nee, wel met genderkinderen. Uit de kast komen gebeurt meestal pas later. De kinderen die ik spreek zijn tussen de negen en elf jaar.”

Wanneer kwam u zelf uit de kast?

“Pas laat, toen ik 21 was. Maar ik wist het eerder. We woonden in Monnickendam, waar de mensen maar één homo kenden: Albert Mol. Dat was een schat, ik heb later nog een bruidstaart voor hem mogen maken, maar hij was voor het publiek toch die gekke homo waar je om moest lachen. Ik heb mijn ouders een brief geschreven, waarin ik vooral bezig was met denken voor hen. ‘Jullie moeten niet denken dat ik vies ben.’ ‘Jullie moeten niet denken dat ik een beest ben.’ Niet dat ze ooit zoiets hadden gezegd, hoewel mijn vader later wel excuses maakte voor homo-onvriendelijke opmerkingen die hij had gemaakt tijdens het televisiekijken.”

Hoe reageerden ze op uw brief?

“Ach, mijn ouders waren de allerliefste mensen. Ik had helemaal geen brief hoeven schrijven, maar ik vond het zo ongemakkelijk. Wie praat er nou graag met zijn ouders over seks? Maar ze hebben later de kleurrijkste types bij hen thuis ontvangen, tot travestieten aan toe. Ik zeg altijd: als ouders de homoseksualiteit van hun kind accepteren, worden ze zelf ook een beetje gay. Maar mijn homoseksualiteit is niet mijn identiteit. Ik ben ook maar een gewone belastingbetaler. Ik heb niet veel met dat hele lhbtiq-gebeuren. Tijdens een van de eerste Gay Prides stond ik op zo’n boot, maar ik vind het zo commercieel geworden. Tegenwoordig ga ik liever de stad uit als het weer zover is.”

Voor wie zou de kleine Siemon een taart hebben gebakken?

“Voor meneer Arkenbout, de hoofdmeester van de Jan Ligthartschool in Monnickendam. Hij liet merken dat hij in je geloofde. Hij liet zijn leerlingen toneelstukken doen, nam ons mee naar de doka in zijn huis, waar we foto’s leerden ontwikkelen. Hij liet ons een heel nieuwe wereld kennen. Zo’n leraar gun ik iedereen.”

Geen onderwerp wordt geschuwd in Taarten van Abel, dat heel serieuze thema’s behandelt maar ook lichter materiaal.Beeld Zapp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden