Plus

De magie van radio: dat is luisteren naar Langs De Lijn

Gekluisterd aan je transistorradio, om maar niks te missen van die voetbalwedstrijd. Of de Tour. Langs De Lijn viert in januari zijn 50-jarige bestaan. Bezetenheid op zondagmiddag.

'Op mijn kamer lag ik op zondagmiddag op bed naar de ­radio te luisteren.' Beeld Getty Images
'Op mijn kamer lag ik op zondagmiddag op bed naar de ­radio te luisteren.'Beeld Getty Images

Langs De Lijn zit in een witte transistorradio. Een kleine, witte transistorradio (met een polsbandje) die ik in 1979 van een oom kreeg.

Die oom, hij verzamelde lege melkpakken en vogelveren en had een grote liefde voor The White Album van The Beatles, liet mij zien en horen hoe ik de goede radiostations uit Engeland kon ontvangen.

Hij probeerde me te winnen voor jazz en culturele programma's. Ik was dertien en helemaal niet geïnteresseerd in cultuur. Ja, in de kunst van de demarrage bergop, de kunst van het pingelen, de kunst van het snoeihard ­nemen van de strafcorner.

Gelukzalige middagen
Ik was heel blij met het cadeau van mijn oom, het gaf me vrijheid. Vrijheid om in mijn eentje ergens naar de radio te luisteren. En dan vooral naar sportwedstrijden. Langs De Lijn. (Dat witte transistorradiootje, zou ik nu moeten zeggen, was mijn beste vriend. Dat zou passen in een ­zielig verhaal, maar dit is geen zielig verhaal.)

Op mijn kamer lag ik op zondagmiddag op bed naar de ­radio te luisteren. De sensatie van de rechtstreekse verslagen. Het wegdraaien van de muziek als er op een veld ­gescoord was. "Theo, jij hebt een doelpunt in Enschede?" Het wachten tot jouw club eindelijk ook een doelpunt had gemaakt.

Je nagels opvreten tussen vier en kwart over vier:; het laatste kwartier van de wedstrijd. (Een keer stond ik met het ding in mijn handen, klaar om het tegen de muur kapot te gooien toen er een doelpunt werd afgekeurd.)

De enkele keer dat 'hij' werd genoemd, Polko van De Graafschap, en je opveerde. En de bal huizenhoog over het doel bleek te zijn geschoten.

Gelukzalige middagen
Ach, het waren gelukzalige middagen in een jongenskamer. Van huiswerk maken kwam niets, omdat je maar zenuwachtig zat te wachten op de gelijkmaker. Die totaal nutteloze uren, doorgebracht met iets waar je geen invloed op kon uitoefenen. (Als ik nu veertien keer achter elkaar die prop in de prullenmand weet te gooien, winnen we nog.)

En het ging verder. Om mijn broer, die in het stapelbed onder mij sliep, niet wakker te maken kroop ik onder de dekens en zette ik op een vroege zondagochtend het transistorradiootje aan om naar een hockeywedstrijd te luisteren.

Een hockeywedstrijd.

Dan ben je toch licht bezeten. Nederland-Pakistan. Gespeeld aan de andere kant van de wereld, in Bombay. Halve finale van het WK. Het was vroeg in de jaren tachtig, en of het een speciale uitzending was van Langs De Lijn, weet ik niet meer. Wel dat ik bedroefd de slaap weer probeerde te vatten nadat een stel mannen met de naam Kahn ons met 4-2 had verslagen.

Pre-06
Maar toch: de magie van de radio. In het pre-06 tijdperk.

Of je luisterde naar het nieuws van vijf uur, als helemaal aan het einde de voetbaluitslagen werden voorgelezen, of je luisterde naar Langs De Lijn.

Een andere manier om vóór Studio Sport begon te weten te komen wat Ajax-PSV was geworden, bestond niet. De radio een paar minuten uitzetten in de hoop dat in die stilte wonderen gebeurden. Het hoopvol draaien aan het wieltje, de klik, en dan een muziekje. Om de luisteraar weer een beetje bij zinnen te brengen.

De radio die zweeg toen Nederlandse ploegen achter het IJzeren Gordijn 's middags hun Europacupwedstrijden speelden. Onrustig zwerven langs de suikerbietenvelden, hopend op een teken dat er in Bytom of Dresden was gescoord. Wachten tot de uitslag in het radiojournaal van vier uur werd genoemd, of in dat van vijf uur. Of nog later.

Zondagmiddagen
En dan al die zondagmiddagen dat je niet kon luisteren.

Wandelen op de hei.
Naar een museum.
Paddenstoelen zoeken.

Verplicht mee moeten van je ouders. Terwijl jouw ploeg de lastige uitwedstrijd in Groningen moest spelen. Misschien scoorden ze wel op het moment dat je vader een bijzonder plant aanwees, of hij je enthousiast op een konijn attent maakte. (Alsof je nog nooit een konijn had gezien.)

Je wist het niet, want je mocht je radiootje niet meenemen op die urenlange wandelingen. Dat was niet gezellig voor de rest van het gezin. (Met een chagrijnige kop achter je ouders en broertje aanlopen wel.) Geen Langs De Lijn daar, op de hei. Verloren middagen. Vaak ging het dan ook nog regenen.

Theo Koomen
En dan de Tour. Natuurlijk, radio Tour de France, zeg maar Langs De Lijn in Frankrijk. In de tijd dat de etappes niet rechtstreeks op televisie werden uitgezonden.

Verslaggever Theo Koomen die, achter op de motor gezeten, enthousiast verslag deed, zodat je dacht dat er heel wat gebeurde tijdens die vervelende etappes tussen Pyreneeën en Alpen.

Mooie wielrenradio. Ook dankzij dat schitterende muziekje als de laatste kilometers waren aangebroken. De witte transistorradio bracht het allemaal tot me. (Die oom is later tussen zijn saxofoons en duizenden lege toiletrolletjes teruggevonden. Het was een natuurlijke dood. Wat er met de witte transistorradio is gebeurd weet ik niet meer.)

De magie van de radio, dat is luisteren naar Langs De Lijn. Behalve als de dochters vanaf de achterbank schreeuwen of dat saaie programma uit kan. "Maar ik móet nu even weten wat de standen zijn!" schreeuw ik dan terug, en zet de radio op 1.

Laatst, toen het gruwelijke Sky Radio weer door de auto schalde, draaide ik het volume terug en probeerde ik de meiden het verhaal van de witte transistorradio te vertellen. En dat het vroeger...

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden