Plus Gallery Viewer

De Kunstmeisjes: ‘Christo mag bij mij thuis iets inpakken’

Wat vinden kunstliefhebbers mooi? Waar kopen ze kunst en vooral: wat kopen ze? Mirjam Kooiman, Nathalie Maciesza en Renee Schuiten-Kniepstra van De Kunstmeisjes ­vertellen het.

Mirjam Kooiman, Nathalie Maciesza en Renee Schuiten-Kniepstra. Beeld Jitske Schols

Wat betekent kunst voor u?

Maciesza (1989): “Kunst is voor mij als een ouderwetse adviescolumn: ‘Heeft u een vraag, wij weten raad.’ Liefdesverdriet, gestrest of juist lamlendig? Bij kunst kun je altijd terecht voor troost of extra inspiratie.”

Kooiman (1990): “Kunst is mijn bril op de ­wereld. Ik leer zo veel door het werk van kunstenaars, over allerlei onderwerpen. Het biedt perspectieven die ik eerder misschien niet had overwogen.”

Schuiten-Kniepstra (1989): “Kunst is in alle opzichten vervlochten met mijn leven. En dat vind ik geweldig. Wat ik zo mooi vind aan kunst en kunstenaars, is dat ze een plek innemen op aller­lei onverwachte plaatsen en momenten in je leven.”

Heeft u kunst van huis uit meegekregen?

Maciesza: “Mijn ouders zijn nieuwsgierige mensen met liefde en respect voor kennis en cultuur in alle vormen, en ze stimuleerden dit ook bij mij. Nu ben ik degene die mijn ­ouders meeneemt in de wereld van kunst: we gaan regel­matig samen naar een tentoonstelling.”

Kooiman: “Ik kom uit een familie van scheepsbouwers. De enige kunst die we thuis aan de muur hadden hangen, waren schilderijen van schepen. Toen ik met het idee aan kwam zetten dat ik kunstgeschiedenis wilde gaan studeren, was dat voor mijn ouders wel even slikken. ‘Je gaat studeren voor de werkloosheid,’ zei mijn vader. Gelukkig heb ik het tegendeel kunnen bewijzen. En nu zijn ze dan toch wel heel trots.”

Schuiten-Kniepstra: “Mijn ouders zijn altijd heel actief geweest in de kunstwereld. Ze verzamelen, gaan veel naar tentoonstellingen en hebben actief een rol gespeeld bij de Art Rotterdam. Daarnaast steunden ze mij altijd in mijn studiekeuze: kunstgeschiedenis. Dus ik denk wel dat we ze kunnen aanwijzen als de ‘schul­digen’.”

Waar haalt u uw informatie over het wel en wee in de kunstwereld vandaan?

Maciesza: “Soms heb ik het gevoel dat ik op het internet woon. Dat kan vermoeiend zijn (voor mijn geest en mijn scrollende duimen), maar ik haal er ook veel informatie vandaan.”

Kooiman: “Dat duizelt me weleens. Er zijn zo veel informatiebronnen, maar hoe houd je alles bij? Zeker in de fotografie is Instagram een ­goede bron, maar het komt via dat medium toch vaak op vlugge esthetiek aan, terwijl mijn interesse meer ligt bij conceptueel werk.”

Schuiten-Kniepstra: “Gossip. Nee hoor, grapje. De redacteuren van De Kunstmeisjes werken allemaal in de kunstwereld. We houden elkaar dus op de hoogte en sturen elkaar geregeld boeiende artikelen of tips door.”

Waar bekijkt u het liefste kunst?

Maciesza: “Online spoor ik kunst of een expositie op, maar kunst bekijken doe ik het liefst in het echt. Daarnaast gaat het ook om de sfeer: in een museum voelt kunst kijken bijna als een gemeenschappelijke meditatie of adoratie.”

Kooiman: “Absoluut in een museum. Online haalt het nooit bij de reallife-ervaring. Op kunstbeurzen mis ik de tekstbordjes, hoe nerdy dat ook mag klinken. Galeries vind ik juist leuk, omdat daar vaak iets meer geëxperimenteerd wordt met tentoonstellingen dan in musea.”

Schuiten-Kniepstra: “Ik vind kunstbeurzen te gek. Op Art Basel heb je twee verdiepingen: het nieuwste van het nieuwste op de ene, en de iets meer gevestigde orde op de andere. Kun je je voorstellen dat je een beurs kunt binnenlopen, een werk van Alexander Calder kunt kopen en vervolgens thuis kunt ophangen?”

Hoe vaak per jaar koopt u kunst?

Maciesza: “Ik ben pas een beginner op de kunstmarkt en mijn verlanglijst is nog vele ­malen langer dan mijn lijst met aankopen. Ik heb een aantal foto’s in kleine oplage, en een werk van keramiek van Eliza Hopewell.”

Kooiman: “Ik heb geen vast ritme, en ik denk heel lang over potentiële aankopen na. Ik heb tot nu toe alleen nog maar fotografie gekocht, dus werk in oplage, maar dat heeft ook met budget te maken. Als ik later groot ben, komt daar vast nog wel verandering in.”

Schuiten-Kniepstra: “Geen vast aantal per jaar. Drie jaar geleden kochten mijn man en ik een groot kunstwerk met hulp van de KunstKoopregeling.”

En waar koopt u dan: in de galerie, op een kunstbeurs, op een veiling of online?

Maciesza: “Ik heb op beurzen en online gekocht, maar ook direct bij een kunstenaar. Zo ontmoette ik fotograaf Satijn Panyigay, nadat ik ooit een van haar werken als favoriet had ­genoemd in een interview. Ze stuurde me een e-mail dat mijn woorden haar hadden geraakt en dat ze me graag op een kop koffie wilde trakteren. Inmiddels zijn we vriendinnen en heb ik het werk – die ene favoriet – bij mijn eettafel hangen.”

Kooiman: “Ik heb weleens iets op een beurs gekocht, nadat ik het werk al op een andere beurs maanden daarvoor had gezien. Om die reden koop ik denk ik vaker iets in een galerie, omdat ik graag de tijd neem.”

Schuiten-Kniepstra: “Online of op een veiling heb ik nog nooit kunst gekocht, maar ik sluit het zeker niet uit. Al denk ik wel dat als ik iets zou zien online, ik het altijd nog even in het echt wil zien alvorens het te kopen.”

Is het belangrijk dat u en uw partner het altijd eens zijn over een aankoop?

Maciesza: “Ik woon (nog) alleen, dus dit is mijn kans om mijn appartement he-le-maal vol te hangen met alles wat ik mooi vind. Gelukkig heb ik Schuiten-Kniepstra en Kooiman onder de sneltoets voor advies.”

Kooiman: “Zolang ik niet samenwoon, overleg ik niet. Mijn aankopen heb ik tot nu toe altijd op eigen houtje gedaan, ook omdat ik het met mijn eigen zuurverdiende geld betaal.”

Schuiten-Kniepstra: “Je zou hier natuurlijk meteen ‘ja’ op moeten zeggen. Want het is wel belangrijk dat je het eens bent, maar in de werkelijkheid wil dit nog wel eens verschillen.”

Is er een galerie waarmee u een speciale band heeft?

Maciesza: “Mijn allereerste kunstwerk kocht ik bij Wouter van Leeuwen, een foto van de onlangs overleden Michael Wolf. Sinds die aankoop hebben Wouter en ik altijd erg leuk contact gehouden, waardoor ook de foto meer waarde voor mij heeft gekregen. Verder heb ik ook bijzonder veel respect voor Sara Lang (LangArt), Julia van der Meer (Mini Galerie) en Emmelie Koster en Lih-Lan Wong (No Man’s Art Gallery). Wat een oprechte, ondernemende en leuke vrouwen zijn dat.”

Kooiman: “Ik heb veel bewondering voor vrouwen als Leylâ Akinci van Akinci en Narda van ’t Veer van The Ravestijn Gallery. Maar als ik dan toch een favoriet moet kiezen, voor deze gelegenheid: tegenboschvanvreden maakt tentoonstellingen naar mijn hart, ze hebben vaak iets sobers, maar heel weloverwogen.”

Schuiten-Kniepstra: “Er zit een aantal kunstenaars bij Gerhard Hofland Galerie die een blijvende indruk op mij hebben gemaakt. Mijn man en ik hebben bij hem onze eerste grote gezamenlijke aankoop gedaan: een werk van Joost Krijnen. Dat maakt deze galerie voor ons natuurlijk extra bijzonder.”

Als u een onbeperkt budget had, van wie zou u dan een werk aankopen?

Maciesza: “Ik zou enkele klassieke grootmeesters (bijvoorbeeld Ingres, Bosch en Botticelli) afwisselen met werk van hedendaagse makers als Rachel Whiteread, Maria Roosen en Billie Zangewa. En vragen of Christo iets komt inpakken bij mij thuis – hij mag zelf kiezen wat. Ik vind dit overigens een uitstekende vraag voor op een eerste date!”

Kooiman: “Van Awoiska van der Molen. Ik heb twee kleine prints van haar, maar haar werk heeft de meeste zeggingskracht op groot formaat – nu nog onbetaalbaar voor mij. Er valt zoveel te ontdekken in de duisternis van haar prints.”

Schuiten-Kniepstra: “Op dit moment: Berlinde de Bruyckere, want jeetje, wat is haar werk mooi! Gelukkig kan ik het werk wel vaak bewonderen in musea; zo zag ik een mooie solotentoonstelling in Smak, het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst in Gent. Haar werk is heel tegenstrijdig: het ontroert door kwetsbaarheid, en tegelijkertijd grenst het ook aan iets gruwelijks.”

Wie zijn uw favoriete kunstenaars?

Maciesza: “Rembrandt blijft natuurlijk mijn ‘bestie’. Maar ik zou ook dolgelukkig worden van een grote foto van Axel Hütte (Akinci). Twee jaar geleden bezocht ik – samen met de Young Collectors Circle – een solotentoonstelling van de Duitse fotograaf in Düsseldorf. Het was een van de mooiste exposities die ik ooit heb gezien.”

Axel Hütte, Marignano I (2017, ditone print, oplage 1 van 6). Beeld Axel Hütte

Kooiman: “Ik ben al een tijdlang geobsedeerd door het werk Olympia (The Real-Time Disintegration into Ruins of the Berlin Olympic Sta­dium over the Course of a Thousand Years) van David Claerbout (Annet Gelink Gallery). Het is een digitale simulatie van het Olympisch Stadion in Berlijn, in een virtuele wereld waar alle menselijke interventie is weggenomen.”

David Claerbout, Confetti Ghost Series (French of American Tricolore) (2019, papier). Beeld David Claerbout

Schuiten-Kniepstra: “Van Johan Tahon zou ik heel graag een beeld willen hebben. De grilligheid en de aandoenlijke kopjes die zo druiperig zijn bedekt met glazuur. Tahon werkt met keramiek zoals je dat helemaal niet gewend bent, echt voorbij het truttige imago.”

Een langere versie lezen of zelf kunst kopen? www.galleryviewer.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden