Plus Boekrecensie

De jeugdherinneringen van Lev Tolstoj

De in 1828 geboren Tolstoj schreef zijn wereldberoemde romans Oorlog en vrede (1869) en Anna Karenina (1877) toen hij een rijpe man was. Minder bekend zijn drie autobiogra­fische teksten die hij publiceerde als jongeman. 

Lev Tolstoj (1928-1910) vertelt zijn kleinkinderen een verhaal. Beeld UniversalImagesGroup/Getty Images

In de Russische literatuur zijn jeugdherinne­ringen een populair genre, maar anders dan Tolstoj begonnen de meeste schrijvers aan hun herinneringen te werken toen ze oud waren. Denk bijvoorbeeld aan de autobiografische boeken van Konstantin Paustovski, ook in de ­Nederlandse vertaling een overweldigend ­succes.

In het nawoord van de nu opnieuw vertaalde trilogie over zijn kinder-, jongens- en studentenjaren, onder de verzameltitel Jeugdherinneringen, schrijft vertaler Arthur Langeveld dat er een bedrieglijke kant zit aan deze uitgave. ‘In werkelijkheid zijn deze ‘herinneringen’ een cocktail van werkelijke herinneringen, van ­verhalen die Tolstoj van zijn familie had gehoord, en van fictie.’

Goed om te weten, maar het doet er niet zo veel toe. De waarde van deze verhalen zijn niet de gebeurtenissen of dramatische wendingen in het Rusland van zijn tijd. Eerder gaat het hier om de ‘dialectiek van de ziel’. En daarin zit al zoveel drama dat de wereldgeschiedenis er niet bijgehaald hoeft te worden.

‘Ik ben ervan overtuigd,’ zo schreef Tolstoj, ‘dat er geen dingen bestaan, doch alleen mijn relatie tot de dingen.’ Tolstoj was een zedige en brave jongen, wat hem niet belette goed op de meisjes te letten. ‘Ik had al eerder opgemerkt dat veel meisjes de gewoonte hebben met hun schouders te trekken om zo hun afzakkende jurk met open hals weer op zijn plaats te krijgen.’ 

Toen een meisje zich over een rups boog, om die goed te kunnen bekijken, zag de jonge Tolstoj een natuurwonder: ‘Op hetzelfde moment waaide de wind het doekje van haar blanke hals op. Haar schouder was dat ogenblik twee vingerbreedtes van mijn lippen verwijderd.’

Warm en vertrouwd

Tolstoj groeide op in een zeer beschermde ­omgeving. Zo was hij al student toen hij voor het eerst zonder begeleiding de straat op ging. Thuis was alles warm en vertrouwd. Als de jongen aan zijn vader vraagt: ‘Zijn er ook blauwe hazen?’ is het antwoord: ‘Zeker wel, mijn jongen, zeker wel.’

Het ouderlijk huis werd bestierd door personeel. De familie Tolstoj hield van deze bedienden. Soms bleven ze tot aan hun dood in dienst, en als er dan toch afscheid werd genomen, ging dat met tranen gepaard. Toen de moeder van Tolstoj trouwde, wilde ze haar gouvernante na twintig jaar trouwe dienst ontslaan. Ze nam ­afscheid, maar: ‘Maman hield haar tegen, omhelsde haar en beiden barstten in tranen uit.’

Non-fictie Lev Tolstoj Jeugd­herinneringen Vertaling en nawoord Arthur Langeveld Prometheus €24,99 468 blz

Van de ‘herinneringen’ aan zijn moeder weten we zeker dat die verzonnen zijn. Tolstoj laat haar sterven als hij tien jaar oud is, in werkelijkheid was hij pas twee jaar. Toch weet Tolstoj zich te ‘herinneren’ dat zij tegen hem zou hebben gezegd: ‘Vanwege je gezicht zal nooit ­iemand van je houden.’ Later beschreef hij zijn eigen gelaatstrekken als: ‘zacht, sloom, on­bepaald. En ook was er niets edels aan.’

Zijn vader overleed toen Tolstoj negen was, maar hij figureert in zijn herinneringen nog tot in zijn studententijd. Hij laat hem zelfs hertrouwen met een jongere vrouw. In werkelijkheid werd Tolstoj door een reeks van tantes opgevoed.

Ruisende japonnen

Zo nu en dan spreekt de schrijver de lezer direct toe: ‘Is het u, lezer, op enig moment van uw leven wel eens overkomen dat u ineens merkte hoezeer uw kijk op de dingen volkomen was veranderd?’ 

Tolstoj beleefde zo’n moment toen hij besefte dat de hele wereld niet om zijn familie draaide, dat er mensen bestonden die niets ‘met ons van doen hadden’. Hij kon zich niet voorstellen dat de mensen die hij vanuit zijn rijtuig zag, voor altijd uit zijn oog zouden verdwijnen. 

Een andere keer zegt hij: ‘Ik moet nu zo snel mogelijk, nu meteen een ander mens worden en een nieuw leven beginnen.’ Dat voornemen vervluchtigt snel, want in de volgende zin zegt hij: ‘Desondanks bleef ik nog lange tijd op de vensterbank zitten dromen, zonder iets uit te voeren.’ Heerlijk die tegenstrijdigheden.

Niet alles wordt door een waas van tranen en ruisende japonnen geobserveerd. Tolstoj is ook geestig. Als een leraar binnenkomt en ‘met beide handen zijn jaspanden’ beroert, schrijft hij er tussen haakjes achter: ‘Alsof dat ergens goed voor was.’ Een bediende die St. Jerôme heette vond hij een goede Fransman, ‘maar wel ­extreem Frans’.

Als motto van zijn leven geeft Tolstoj: ‘Toen ik kind was wilde ik met alle geweld op een volwassene lijken, en sinds ik geen kind meer ben wilde ik dikwijls juist een kind zijn.’ Dat is een universele gedachte en omdat Tolstoj die zo beeldend verwoord heeft, zullen we hem blijven lezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden