PlusAchtergrond

De Japanse en middeleeuwse versie van tie-dye

Quarantaine of niet: ambachtslieden in een Japans bergdorp gaan gestaag door met het verven van stoffen middels de eeuwenoude shiboritechniek. Hiroyuki Murase wil met zijn merk Suzusan voorkomen dat shibori verdwijnt.

Suzusan wordt verkocht in 120 winkels in 24 landen, waaronder Italië, Frankrijk en Duitsland.

Hiroyuki Murase (37) is net teruggekeerd van een drieweeks verblijf in Japan. De terugreis ging ‘veel gemakkelijker dan gedacht’, op Schiphol stapte hij over op een vrijwel lege trein naar Düsseldorf, de stad die hij sinds vijftien jaar zijn thuis noemt.

Hij trof de stad ‘compleet anders’ aan dan voor vertrek, en inmiddels werkt ook hij, net als zijn acht medewerkers, vanuit huis. Echter, in zijn geboortedorp Arimatsu, zo’n elf kilometer ten zuidoosten van Nagoya op het platteland – ‘Van oost naar west ben je er lopend in vijftien minuten doorheen’ – gaat het dagelijks leven gewoon door. “Het ligt vrij geïsoleerd, omsloten door bergen, Chinese toeristen komen er al drie maanden niet meer, en al onze toeleveranciers zitten gelukkig in Japan.”

Thuisbasis van shibori

Arimatsu is al vier eeuwen de thuisbasis van shibori, een Japanse term voor het kleuren van stoffen met een uniek patroon dat wordt gecre­eerd door het afbinden, naaien, vouwen, draaien of samendrukken van de stof. In het Westen bekend als tie-dyetechniek. Shibori werd populair bij reizigers die het Japanse plaatsje passeerden en als souvenir handdoeken en kimono’s met een unieke print wilden meenemen.

Ooit leefden er zo’n tienduizend shiborivaklui in het dorp, Murases vader is de vierde generatie van zijn familie die er zijn brood mee verdiende. “Hij verfde in de keuken, de badkamer, in de tuin, overal in huis hingen 24/7 lappen stof, op mijn twintigste kon ik het niet meer aanzien en ben ik naar Engeland gevlucht,” zegt ­Hiroyuki Murase, de oudste zoon die Fine Art studeerde in Surrey, en later in Düsseldorf.

Toen zijn vader voor een expositie van zijn stoffen in Londen zijn vertaalhulp inriep, zag Hiroyuki Murase de techniek in een ander licht. “Ik zag de stof voor de eerste maal buiten Japan en ook hoe enthousiast Europeanen erop rea­geerden. Dat was een eyeopener. Tegelijkertijd besefte ik me dat er in Arimatsu toen nog maar zo’n tweehonderd vaklui leefden die de techniek beheersten, het gros van hen was tussen de zeventig en negentig jaar oud.”

In plaats van katoen (zoals gebruikelijk voor veel kimono’s) gebruikt Murase kasjmier, alpacawol en zijde.

Uniseks kledinglijn

In 2008 startte hij zijn label Suzusan, waarmee hij shibori van een stille dood wil redden en in een moderne context plaatst. Het begon met vijf sjaals, inmiddels is er een uniseks kledinglijn en een homecollectie, per seizoen goed voor zo’n 120 items. Van sjaals tot truien, jurken, jassen, dekens, kussens, plaids en hoezen voor over lampenkappen. Zijn patroonmaker werkte eerder voor modehuis Comme des Garçons.

In plaats van katoen (zoals gebruikelijk voor veel kimono’s) gebruikt Murase kasjmier, alpacawol en zijde. “Dat geeft een compleet ­ander effect.” Hij verfijnde de techniek en experimenteert erop los. “Het is een zeer arbeidsintensief en nauwkeurig proces, fouten kosten veel geld, een collectie ontwikkelen vergt veel bloed, zweet en tranen.”

Maar het loont. Suzusan wordt in 120 winkels verkocht in 24 landen, onder meer bij l’Éclaireur in Parijs, Bifi Italia in Milaan en Andreas Murkudis in Berlijn. “Helaas nog niet in Amsterdam, maar daar ga ik, als deze crisissituatie voorbij is, aan werken.” Zijn vaste klanten hebben optimistisch meer ingekocht dan vorig seizoen, hoewel hij er rekening mee houdt dat er mogelijk orders gecanceld worden.

Met een toegenomen belangstelling voor ­ambachtelijke kwaliteit neemt ook de interesse in unieke shiboriproducten toe. Modehuizen Hermès, Louis Vuitton, Prada en Dries van Noten doken vorige ­zomer ook op de tie-dyetrend. Hermès opende tijdelijk meerdere ‘wasserettes’, waar klanten hun ‘oude’ kostbare zijden Hermèssjaals konden brengen voor een gratis dip-dyebehandeling. Er kwamen klanten op af met soms wel dertig sjaals (à gemiddeld 365 euro) onder de arm.

Dip-dye is weliswaar een andere techniek dan tie-dye, maar valt qua effect onder dezelfde noemer. Toch heeft Murase bewust afstand ­gehouden van de tie-dyetrend. “Ik wil er geen onderdeel van uitmaken. De complexe, subtiele ­shiboritechniek heeft niets te maken met de simpele techniek die is gebruikt voor de vrolijk gekleurde sjaals en T-shirts in de jaren zestig, mede dankzij Janis Joplin en John ­Sebastian, in het Westen populair werden. In Arimatsu houden we ons al meer dan vierhonderd jaar met shibori bezig. Dat gebeurde ook al lange tijd in India, Afrika en Zuid-­Amerika, maar daar gebruiken ze meestal maar zo’n twee of drie verschillende technieken, ­terwijl mensen in mijn geboortedorp zich van wel tweehonderd verschillende technieken ­bedienen.”

Het shiboriproces is voornamelijk thuisnijverheid, stoffen gaan van huis naar huis. Het proces doorloopt zo’n zes stadia tot aan het eindproduct, waarin ieder zijn specialiteit heeft. De ene artisan omwikkelt delen van de stof met draad, een ander verft.

Inmiddels heeft Murase een fabriek opgezet waarvoor hij vijftien mensen liet opleiden. “De oudste is 35 jaar, onlangs stond er een jongen van 18 op de stoep die dolgraag bij ons wilde werken. Dat is een fijne ontwikkeling.”

De fabriek produceert ‘van zero tot eind­product’, en er worden flink wat lokale thuiswerkers gesteund, waarvan er nog zo’n tachtig in het dorp wonen. “Vorige week nog sprak ik een vrouw van 83 die op haar zevende was begonnen. Ze woont alleen, shibori heeft voor haar ook een sociale functie.”

Het kleuren van stoffen met de shiboritechniek verloopt in zes etappes, waarin iedere artisan zijn specialiteit heeft.

Familiebedrijf

Zijn vader, broer en zus werken eveneens voor hem in Arimatsu. Vader Murase maakte al stoffen voor internationaal gelauwerde Japanse ontwerpers Issey Miyake en Yohji Yamamoto, zijn zoon kreeg een voet tussen de deur bij het coutureatelier van Dior.

“Het was het tweede seizoen dat Raf Simons er aan het roer stond. Ik had eerder al contact gehad met het designteam toen hij nog creatief direc­teur van Jil Sander was, maar destijds was de inkoop van de stof te duur voor dat modehuis. Bij couture maken die hoge kosten echter niet uit. Nadien heb ik veel verzoeken gekregen voor levering, onder meer van Giorgio Armani en Hermès, maar ik heb eigenlijk alle stoffen die we kunnen produceren nodig voor mijn eigen collectie.”

“Ik heb wel een keer samen met Yamamoto een sjaal ontwikkeld, een samenwerking gehad met de Belgische Christian Wijnants en ik werk af en toe nog met Miyake. Op dit moment ben ik met een merk in gesprek waarover ik helaas nog niets mag zeggen, maar dat belooft heel spannend te worden. Nu maar hopen dat deze dramatische situatie snel voorbij is, winkels weer kunnen openen en we weer verder kunnen met het normale dagelijkse leven.” 

Ontwerper Hiroyuki Murase komt uit het Arimatsu in Japan, het mekka van shibori.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden