PlusAlbumrecensie

De innerlijke strijd van Simeon ten Holt is hier klank geworden

Noord Nederlands Orkest - Canto Ostinato. Beeld Aliud
Noord Nederlands Orkest - Canto Ostinato.Beeld Aliud

In zijn memoires Het woud en de citadel beschrijft componist Simeon ten Holt de aanloop die nodig was om te komen tot Canto Ostinato, het succesvolste stuk dat hij ooit zou schrijven. Die aanloop nam vanaf 1969 een jaar of zes in beslag. Ten Holt had zich ontwikkeld tot een modernist die muziek in seriële sferen schreef en richtte de steven op de elektronische muziek.

Aan het Instituut voor Sonologie op de Plompetorengracht in Utrecht volgde hij colleges bij Gottfried Michael Koenig, Stan Tempelaars en Frits Weiland. Ten Holts probleem was dat hij als pure alfa de wiskundige achtergronden van de elektronische componeerprocessen maar ternauwernood vermocht te doorgronden. Ongetwijfeld heeft die frustratie ertoe bijgedragen dat hij thuis aan de piano heel andere muziek begon te maken, waarin hij terugkeerde naar de tonaliteit. In zijn memoires noemt hij dit een ‘onvermijdelijke ontwikkeling’.

Heftig contrast

In 1976 was de werkversie van Canto Ostinato voltooid, dat toen nog Perpetuum heette en pas drie jaar later de nu bekende titel kreeg. Gelijktijdig werkte hij aan een opdracht voor een orkeststuk, dat het eerste deel van een trilogie moest worden. Deel 1 was Centri-fuga, dat muziek opleverde waar hij na voltooiing reserves over had.

Het was een stuk in oude modernistische stijl, dat hevig contrasteerde met de welluidende taal die hij in Canto Ostinato bezigde. Toen het Residentie Orkest en dirigent David Porcelijn belangstelling toonden voor een uitvoering schrok Ten Holt terug. Hij vroeg zich zelfs af of een uitvoering eigenlijk wel ‘wenselijk’ was.

Ook over deel twee van het drieluik, Une Musique Blanche (1980-82), had hij twijfels, zelfs zo veel dat hij nooit meer aan het derde deel begon. In zijn memoires schrijft Ten Holt dat hij hoopt dat ze nooit zullen worden gespeeld. Inmiddels was de grote opmars van Canto Ostinato begonnen.

Belangwekkend

Het Noord Nederlands Orkest bracht Centri-fuga en Une Musique Blanche in respectievelijk 2014 en 2016 in première. Ten Holt kon niet meer protesteren, want hij was in 2012 overleden. De opnamen van de premières, gedirigeerd door de onvolprezen David Porcelijn, die zich als weinig anderen inspant voor Nederlandse componisten, zijn nu op cd uitgebracht, samen met de orkestversie van Canto Ostinato die Anthony Fiumara in 2016 vervaardigde.

Vanuit Nederlands muziekhistorisch perspectief zijn de opnamen van Ten Holts modernistische stukken zonder meer belangwekkend. Of ze volledig geslaagd zijn, is een andere vraag.

Une Musique Blanche verliest al snel haar spanning. Centri-fuga, waarvoor drie hulpdirigenten noodzakelijk zijn, is aanzienlijk boeiender (maar met zijn 48 minuten te veel uitgesponnen), ook al omdat je Canto-achtige motieven hoort langskomen, maar nu in een atonale context. De innerlijke strijd van Ten Holt is hier als het ware klank geworden.

De orkestratie van Canto Ostinato onderstreept vooral dat de pianoversies het stuk meer recht doen. Met name de strijkers van het Noord Nederlands Orkest verdienen hier grote complimenten voor de gedisciplineerde wijze waarop ze de nogal geestloze, eindeloos herhaalde kleine motiefjes over het voetlicht brengen.

Klassiek

Noord Nederlands Orkest, Porcelijn
Simeon ten Holt - Canto Ostinato, Une Musique Blanche, Centri-fuga
(Aliud)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden