Plus Voorwoord

De honderd boeken van David Bowie

Drie jaar voor zijn dood publiceerde David Bowie een lijst met de honderd boeken die hij het belangrijkst en invloedrijkst vond. De Britse muziekjournalist John O’Connell analyseert ze in Bowie’s boekenkast. Hier een ingekorte versie van zijn voorwoord.

David Bowie in 1974, in de periode dat hij werkt aan het album Diamond Dogs, poserend met een grote blaffende hond. Naast hem ligt een boek op de grond. Beeld Terry O'Neill/Getty Images

In juli 1975 kwam een graatmagere en zwaar aan de cocaïne verslaafde David Bowie in New Mexico aan voor de opnamen van The Man Who Fell to Earth. Regisseur Nicolas Roeg had de toen achtentwintigjarige Bowie gecast voor de hoofdrol van de buitenaardse gezant Thomas Jerome Newton omdat hij getroffen was door de onalledaagse ongrijpbaarheid die hij tentoon had gespreid in de BBC-documentaire Cracked Actor.

Op de set verbaasde Bowie iedereen met zijn inzet en toewijding, met de plagerige manier waarop hij met de crew omging en zijn repetities met medehoofdrolspeler Candy Clark. Hij had nogal ambitieus beloofd om tijdens de opnamen geen drugs te gebruiken, dus wanneer hij niet nodig was op de set verdween hij in zijn trailer om zich daar over te geven aan een in alle opzichten minder schadelijk tijdverdrijf: boeken lezen.

Gelukkig had hij ruim voldoende keuze. Een journalist van The Sunday Times ter plaatse berichtte: ‘Bowie haat vliegen, dus hij reist vooral per trein door de VS en voert dan zijn draagbare bibliothèque met zich mee in speciale kisten waarin na opening de boeken keurig op planken gerangschikt staan. De werken die hij in New Mexico bij zich heeft, gaan vooral over het occulte, zijn huidige passie.’ Deze bibliotheek omvatte vijftienhonderd titels, genoeg om Clarks latere in een interview gemaakte opmerking dat Bowie ‘echt heel veel las’ tijdens de opnamen van The Man Who Fell to Earth tot een understatement te maken.

Manische bevlogenheid

Een sprong vooruit in de tijd: in maart 2013 is in het Londense Victoria & Albert Museum (V&A) de tentoonstelling David Bowie Is geopend met laaiend enthousiaste recensies en een recordaantal bezoekers. David Bowie Is vormt een terugblik op de carrière van de zanger met zo’n vijfhonderd voorwerpen afkomstig uit zijn persoonlijke archief, waaronder kostuums, schilderijen, handgeschreven songteksten en storyboards van videoclips. De tentoonstelling zou hierna de hele wereld overgaan.

Gelijktijdig met de opening van de tentoon-stelling in Ontario, de eerste tussenstop na Londen, publiceerde het V&A de lijst waarop dit boek gebaseerd is: de honderd boeken die Bowie als de belangrijkste en invloedrijkste beschouwde van de duizenden die hij in zijn leven had gelezen. Let wel, de belangrijkste en invloedrijkste, dus niet zijn favoriete boeken. De lijst ging onmiddellijk viral.

Het verhaal over Bowie’s mobiele bibliotheek maakt duidelijk dat toen hij zijn doel om wereldberoemd te worden had bereikt zijn leesgedrag de vorm van een dwangmatige behoefte aannam. Hij ging hierin te werk als in alles: met een manische bevlogenheid.

Eigen mythe

Bowie presteerde op school onder zijn kunnen en verliet die in 1963 met alleen een voldoende voor kunstonderwijs op zijn eindlijst. Gezien de vele interesses die hij nadien aan de dag legde, had zijn vertrek eerder te maken met een afkeer van regulier onderwijs dan met luiheid of het onvermogen om informatie op te slaan. Zoals zoveel autodidacten besefte Bowie al op jonge leeftijd dat het leuker was om zichzelf te onderwijzen dan om onderwezen te worden. En hij schiep er veel genoegen in om de kennis die hij had opgedaan door te geven aan anderen: volgens zijn vrienden probeerde hij hen altijd te winnen voor de boeken waarvan hij hield.

Bowie hanteerde een bijzondere, creatieve methode die, totdat zijn imitators hem inhaalden, uniek was voor een popmuzikant. Zijn methode hield in dat hij zich openstelde voor alle mogelijke invloeden. Niet alleen andere muziek, maar – wat hem onderscheidde van iedereen – gewoon alles wat in zijn straatje paste, in welke vorm dan ook. Het resultaat ervan – een nummer, uiterlijk, videoclip of albumhoes – was altijd wel weer te herleiden tot zijn bron, maar soms waren die bronnen tijdens het proces door toedoen van allerlei reacties tot nauwelijks herkenbare ingrediënten gedistilleerd. Bowie hield van lezen, dus vanzelfsprekend waren boeken eveneens deel van dit proces.

Non-fictie John O’Connell Bowies Boekenkast Bowie’s Books, vertaald door René van Veen, Orlando € 23,99, 320 blz.

Bowie hield er ook van om spelletjes te spelen. De V&A-lijst vormt slechts één aspect van het spel dat hij het allerliefst speelde: de instandhouding van de eigen mythe. Hij wist ongetwijfeld dat hij wat dit aanging een beroemde voorganger had.

In 1985 vroeg een uitgever de Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges – liefhebber van labyrinten en bibliotheken – om zijn honderd favoriete boeken te kiezen en bij elk daarvan een inleiding te schrijven. Borges was pas bij nummer vierenzeventig toen hij stierf, maar zijn lijst vormt, evenals die van Bowie, een verrukkelijk, prikkelend en verrassend allegaartje waarin het bovendien wemelt van de schrijvers waarvan we zeker weten of gerust kunnen aannemen dat Bowie hen bewonderde (Oscar Wilde, Franz Kafka, Thomas De Quincy), ook al hebben de twee lijsten merkwaardig genoeg niet één titel gemeenschappelijk.

Zoektocht

Als je lang genoeg naar Bowie’s lijst kijkt, zie je twee patronen. Het eerste patroon bestaat uit de uiteenlopende culturele elementen die tezamen Bowie’s artistieke ontvankelijkheid vormen. Het minder duidelijke tweede patroon vormt een tijdspad. Als de boeken in de juiste volgorde worden gezet, schetsen ze Bowie’s weg door het leven: van kind en tiener naar een in drugsnevelen gehulde superster en uiteindelijk naar de teruggetrokken, beschouwelijke gezinsman.

‘Ik ben pas een jaar of twaalf, vijftien geleden geworden wie ik altijd al had moeten zijn,’ zei hij in 2002 tegen talkshowpresentator Michael Parkinson. ‘Ik ben afgrijselijk lang [...] eigenlijk alleen maar op zoek geweest naar mezelf, naar inzicht in het hoe en waarom van mijn bestaan, naar waarvan ik gelukkig werd in het leven, naar wie ik precies was en datgene van mezelf waarvoor ik me wilde verschuilen.’

Het belang van lezen in deze zoektocht kan niet onderschat worden, want lezen houdt onder (veel) meer in dat je ontsnapt naar andere mensen, andere zienswijzen, andere denkwerelden. Het stelt je in staat jezelf achter te laten om er oneindig verrijkt naar terug te keren.

Bowie’s top 10

1 Anthony Burgess,
A Clockwork Orange (1962)
2 Albert Camus,
De vreemdeling (1942)
3 Nik Cohn,
Awopbopaloobop Alopbamboom (1969)
4 Dante Alighieri,
‘Hel’ (De goddelijke komedie (ca. 1308-1320))
5 Junot Díaz,
Het korte maar wonderbare leven van Oscar Wao (2007)
6 Yukio Mishima,
Een zeeman door de zee verstoten (1963)
7 Frank O’Hara,
Selected Poems (2009)
8 Christopher Hitchens,
De zaak-Henry Kissinger (2001)
9 Vladimir Nabokov,
Lolita (1955)
10 Martin Amis, 
Geld: afscheidsbrief van een zelfmoordenaar (1984)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden